B. Jansen - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

B. Jansen

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Engeland
Achternaam: Jansen
Voornamen: Bernard
Voorletters: B.
Rang: Sold.
Mil. onderdeel: Ned.Tr.Engeland
Geboren: Hulst, Zld.
Geboortedatum: 17-02-1889
Overleden: Taplow, Berkshire
Overlijdensdatum: 28-03-1944
Begraafplaats: Nederlands ereveld Mill Hill te Londen
Gemeente: Londen    
Provincie: Middlesex
Land: Verenigd Koninkrijk
Vak: B
Rij: 7
Nummer: 3

Bernard Jansen trouwde op 29 april 1914 in Hulst met Sophia Maria de Bruijn (*1890) en ze kregen samen vier kinderen: Josephina “Jos”, de tweeling Henri "Arie"en Desiré "Dees" en tenslotte Maria.


v.l.n.r. Jos, Bernard, Sophia, Arie, Dees en Maria



Personeel van de ZVTM in 1927 met vijfde van links Bernard

Bernard werkte bij de pakketdienst van de Zeeuwsch-Vlaamse Tramweg Maatschappij (ZVTM). Hij bezorgde in Hulst en omgeving alle pakketpost die met de tram was meegekomen. Toen hij zijn rijbewijs had gehaald, werd hij eerst chauffeur op de postwagen en de bus. Daarna was hij alleen hij alleen nog maar op de vrachtwagen te vinden.


Marechausseekazerne van Hulst

 
Bernard woonde met zijn gezin op de toenmalige Asscheweg (de huidige Van der Maelstedeweg) naast de kazerne van de Koninklijke Marechaussee.
 

Vordering van vrachtwagen met chauffeur

In de namiddag van 13 mei 1940 arriveerden gevluchte Marechaussees van de 1e Divisie in Hulst. Bernard kreeg opdracht van zijn chef om zijn vrachtwagen uit de remise te halen. ’s Avonds moest hij al de eerste marechaussees vervoeren en de dagen erna moest hij stand-by blijven, zoals te lezen is in zijn Zakboek:

13 Mei 1940 - 20.15 uur, militaire dienst. 14-15-16-17 militaire dienst.
 
Maandag 13 Mei 1940 te Hulst; oproep militairen om 20.15 uur te Hulst naar de kazerne; om 22.00 uur de eerste rit naar het pompstation (bij Kapellebrug?) met 4 marechaussees. Om 24.00 uur nog eens hetzelfde en dan voor de kazerne bij het station wachten op orders. Dinsdag 14 Mei thuis gegeten om 8.00 uur, verder bij P. Eggermont (een hotel-restaurant aan de Stationsweg in Hulst, Sp).

Woensdag 15 Mei. Maar steeds wachten op orders. Gegeten bij P. Eggermont.

Donderdag 16 Mei. Wachten op orders, gegeten bij P. Eggermont.

Vrijdag 17 Mei. Wachten op orders. Gegeten bij P. Eggermont.
Om 10.15 vertrek naar Sluis. Aangekomen om 15.00 uur. Niet goed hier. Komen zeer veel vliegmachinen over. Om 6.00 (18.00, Sp) moesten wij naar de Paters rijden en dan eten (onleesbaar) bord pap, slapen; om 3.00 uur vertrekken naar België. Wij rijden de grens over om 4.15 uur, onzen tijd. Adieu Nederland. Tot wanneer nog eens? Stilte onder de manschappen. Nog steeds komen er Franse troepentransporten aan vanuit Frankrijk naar ons land. Het slaat 6 uur op het stadhuis van Brugge. We moeten op de Markt verzamelen, waar eeuwenoude gebouwen ons in stilte zeggen alsof het niet in orde was. Er wordt gecontroleerd om een overzicht te krijgen van de karavaan bestaande uit 33 autobussen en vrachtwagens, 33 chauffeurs en 383 marechaussees.

 
Rond de markt en weer verder naar Torenhout (Torhout? Sp.), België. Aankomst 10 uur. Gegeten brood met boter op en bier, zelf betaald. Nog houden de Franse troepen maar steeds aan van (door)trekken. Vertrek om 2 uur naar Duinkerken. Om 4 uur bij de grens Benzine tanken. Aankomst 6 uur. Onder       gegeten van een afweergeschut. Een machine neergehaald. Om 7 uur vertrek naar Gravelines. Aankomst om 8 uur. Rust. Hier slapen in kal maar steeds vliegmachines. (Loon fr.50). Zondag 19 Mei 1940. Vertrek van Gravelines.
 
Het vertrek gaat spoedig en vlug naar Bapaume Abbeville zeer rumoerig van de vliegmachinen volgen ons van dorp tot dorp. In Abbeville rust vanwege het troepenvervoer. Om 14.30 uur komen er 7 Duitsers over de stad. Zij smeten bommen achter op de colonne, waarvan zij 3 man doodden, maar of zij alle onze groep behoren, weten we niet, maar er zijn er achtergebleven. Geheel ontsteld en brandend ging een vliegtuig ter aarde. Toen ging er een hoeha-geroep op.
Het is te warm, wij rijden door naar Rouaan. Slapen in de auto onder de bomen. ’s Morgens tanken (en) om 9 uur weer vertrekken.
 
Maandag 20 Mei 1940. Rouen. Altijd de vliegmachines maar boven ons. Van tijd tot tijd in de sloot springen, dan maar weg; wij komen aan Eversele ?
 
Het gaat goed, wij mogen door naar Moteussen, Snoteusen, Daar wordt gerust. Brood van 4 dagen oud met leverpastei en water en na afloop 1/2 liter wijn. Om 16 uur wordt verder gereden naar Alengon. Hier wordt getankt en olie ingenomen. Rust en slapen in de auto.

Dinsdag 21 Mei 1940.1n Rouen en Alegon blijven voor een dag.

Woensdag 22 Mei 1940. Blijven. Rust. Slapen op stroo in de manege van de paarden. Om 6 uur vertrek van Alegon.

Donderdag 23 Mei 1940. Alengon-Le Mans. Een voorspoedige reis. La Flèche Angers; rust op de kazerne. Hier zitten wij tussen de Koppensnellers. Twee soldaten die Vlaams spreken. Verschrikkelijk groot gebouw, doch schoon. Benzine tanken en weer maar verder.

Vrijdag 24 Mei 1940. 757 km. Een uur rust langs de weg om een beetje op te lappen. En dan maar weer verder. Naar Nantes. Het is alweer als de vorige dagen, maar steeds op en neer. Hier komt aan de bergen geen eind. In Nantes geen plaats, wij moeten naar Vertroux. Slapen in de auto, zo Goed mogelijk onder de bomen voor de vliegers, want die zitten er steeds. Naar Zaterdagmorgen de scholen klaarmaken voor de manschappen waar Zaterdag en Zondag kan gerust worden. Zondag kerkbezoek. En te Communie hij Hollandse Pater.

Maandag 27 Mei. 22 francs. Vertrek. Vertoux maijemies (?) op en neer 1000 tot 1400 en zo gaat het maar weer verder naar Domfront. Ook al weer maar hetzelfde mooi gezicht maar zwaar voor de chauffeur. Nu naar La Flèche de laattste etappe voor wij Caen bereiken. In Caen is geen plaats. Wij gaan door naar Douvreux waar wij een nacht blijven. 's Morgens om 11 uur rijden wij naar Cresserons. Aankomst woensdag en blijven. Rust in de auto. Het is nu 29 mei.
 
Dinsdag 30 Mei; hier is er warm eten.

Vrijdag 31 Mei Warm eten. 's Avonds Lof in de kathedraal.

1 - 8 juni. Regelmatig warm eten.

Zondag, 9 juni. Cresserons naar de kerk. Kathedraal R.K. Vertrek Cresserons naar Quincampois. Geslapen in de wagen. Om 3 uur vertrokken van Quincampois naar Brest. De wagen is gebroken bij Quincampois zodat ik 213 km moest worden gesleept. Het schip ligt klaar om te vertrekken. Alle manschappen gaan aan boord en wij blijven met 12 chauffeurs aan de wal staan wachten op een ander schip. Het is de Prinses Beatrix waar de manschappen mee weg zijn.

11 Juni. De Beatrix vaart af. Wanneer wij?

11-12-13 Juni. Brest. Steeds schepen met Engelse soldaten. Er werden zelfs 40.000 op een dag gelost en ook steeds auto's. Ik hoorde zeggen dat er uit een schip 1500 gekomen zijn met het nodige materieel. Het is een drukte van belang. De stad Brest is gelijk heel Frankrijk: zwart en vuil. De vrouwen zwemmen hier bijzonder onzedelijk. Afin, het is het warme zuiden. Eten doen wij in de Koloniale Kazerne van het 2e Regiment Infanterie. Het is goed van de kost, beter dan in het voorbije deel van Frankrijk, maar het water is duur.

14 Juni 1940. Om 3.30 hevige beschieting met allerlei geschut op de vliegmachine die over onze schuilkelder vloog; zij beantwoordde het schieten, maar verdween al weer spoedig. Brest is de grootste oorlogshaven van Frankrijk.

15 Juni. 's Morgens om 3 uur naar de schuilkelder en om 3.30 uur terug naar de auto. Om 12.30 alarm. Vliegmachine met donderend geweld verdreven; aangeschoten. Een wordt er neergehaald. Dan komt het bericht dat wij moeten vertrekken naar Engeland. De boot heet Flensburg. De trossen worden losgegooid om 22.15 uur. We varen de haven uit. Na 5 kilometers gevaren te hebben, komt er een Duitse machine maar die laat ons met rust. Vijf minuten later hoorden wij een hevige beschieting door het afweergeschut van de 23 oorlogsbodems. Het was een oorverdoovend lawaai maar na tien minuten werd het weer rustig. Wij stomen maar steeds door. Het is 24 uur als de loods van boord gaat.

16 Juni. Om 1.45 komt er een Duitser op ons af, maar de mist neemt hem het zicht weg. Weer gespaard; voor ons een hele opluchting. Enkelen onder ons gaan slapen, maar de meesten blijven op. Ik ben naar de keuken gegaan en met 6 man hebben we daar koffie zitten drinken en brood gegeten en verder hebben we wat rondgelopen op het bovendek.
 
Het is 4.40; een vliegmachine op 100 meter boven ons, maar we zien hem niet vanwege de mist. Weer aan de dood ontsnapt op dat moment. Wij zijd inmiddels 70 km de zee op. Ik loop de machinekamer eens binnen. Het is er zo warm dat ik mijn jas op de trap moet achterlaten. Er wordt full-speed gedraaid. De mist is weg; het stormt, het schip is wild, het springt en hobbelt van de ene golf naar de andere. 15.30 uur: Engeland in zicht; 19.00 de Engelse kommiezen (douane, Red.) komen aan boord. Het onderzoek is betrekkelijk vlug afgelopen. Wij weer in rust en er wordt wat gegeten. 20 uur klaar; nu nog een sigaretje en dan naar bed. Zijn allemaal moe behalve de vele onder de manschappen die zeeziek zijn; die vinden alles goed; terug gaan slapen. Goede nacht.

 
17 Juni om 20.00 uur moeten wij verder reizen naar……….(niet ingevuld) een afstand van 24 uur varen. De nacht gaat goed; de zee is tamelijk.
 
Het werd morgen. Acht uur werd er gegeten. Om 9 1/2 uur werd er geroepen: Alle hens aan bovendek; reddingsboten los, de vlotten vrijzetten en kalm blijven. Wij worden achtervolgd door een Duitse onderzeeër op 2 mijl. Ze verzoeken de wal om hulp te verlenen. Er wordt steeds zigzag gevaren. Om 10 uur 20 is de eerste vliegmachine bij ons en er zijn 2 schepen in zicht om hulp te bieden, maar het gevaar drijft langzaam af. Wij moeten onze zwemvesten terug inleveren en iedereen kan weer zijn gang gaan, maar er blijven nog steeds vliegtuigen boven ons. Wij zijn op het ogenblik in het kanaal. Aan het man  (?) een zeer klein eiland. Het is op het ogenblik 11 1/2 uur als ik dit schrijf. Het wordt rustiger. Wij stomen naar Falmouth (Cornwall, Red.) waar wij om 20 uur aankomen en daar blijven wij liggen tot op dinsdag 18 juni.

19 Juni. 's Morgens om 6 uur gaan wij verder met bestemming Newport. Aankomst om 11 uur. Hier laten wij de wagens achter en wij vertrekken naar Porthcawl (aan Bristol Channel, Red.) met de bus van de Engelsmans naar het kamp (en voor hoe lang?).
 
Op de laatste pagina van zijn Zakboek staat een bereidverklaring:
 
Ondergetekende B. Jansen, geboren te Hulst 17/2/89 van beroep chauffeur, wonende te Hulst en gevorderd zijnde door de Koninklijke Marechaussee van Nederland als chauffeur 4 (vier) gulden per dag. verklaart zich bereid onder dezelfde voorwaarden. gedurende den tijd dat Nederland in oorlog is, ingedeeld te worden bij de Nederlandse Motordienst.

20 Juni.        (w.g.) B. Jansen
 
Porthcawl,   (w.g.) wachtmeest. Van Beuren.
 
Stubbings House

Als lid van de motordienst kreeg Bernard een uniform. Het tentenkamp van Porthcawl maakte oktober 1940 plaats voor de vervallen fabrieken in Congleton.  Eind 1941 wordt Bernard van hieruit naar Maidenhead overgeplaatst, waar hij wordt aangesteld als keukenhulp/ moestuinknecht in Stubbings House, de Engelse residentie van Koningin Wilhelmina. Soestenaar Gerrit Klifman zwaait daar de scepter in de keuken en vertelde jaren later over de activiteiten van Bernard o.a.: "Hij stond 's morgens met koffie en thee klaar voor de marechaussees, die daar belast waren met de bewaking. Hij dekte de tafels en maakte scheerwater en bracht het naar Prins Bernhard. Bij hoog bezoek hebben we samen bergen aardappels geschild."
In deze periode kreeg Bernard ook een familiefoto toegestuurd van zijn gezin:
v.l.n.r Jos, Sophia, Maria, zittend op tafel Arie en op de achtergrond Cor Geerts,de aanstaande van Jos

De Koningin kreeg steeds meer last van de smog en wilde ook kleiner wonen. Ze koos voor een huis in South Mimms in Noord-Londen. Dit huis lag echter binnen het bereik van de Duitse bommenwerpers en V1's . Op 20 februari 1944 sloeg er vlakbij het huis een bom in, waarbij de op wacht staande marechaussees Bontjer en Kievits om het leven kwamen. De angst zat er goed in en de Koningin keerde daarop met al haar personeel weer terug naar Stubbings House.
Bernard is lang in dienst geweest bij Koningin Wilhelmina, totdat zijn gezondheid dat niet meer toeliet. Hij had last van een maagzweer en werd uiteindelijk opgenomen in het Canadese Militaire Hospitaal in Taplow-Hill, vlakbij Londen. Soms had hij dagenlang pijn en dan weer niet. Hij kreeg veel bezoek van zijn collega’s en ook van de legeraalmoezenier. Koningin Wilhelmina heeft hem tweemaal bezocht en haar hofdame, mevr. Verbrughe, kwam wekelijks langs. Ze waren beiden erg op hem gesteld.
Bernard sprak vrijwel geen Engels. Op de ziekenhuiszaal maakte hij desondanks veel indruk. Hij was een voorbeeld voor anderen, doordat hij altijd zo tevreden, opgewekt en sociaal was.  
Doordat Bernard veel te lang met zijn kwaal had rondgelopen, bleek genezing niet meer mogelijk. In maart 1944 werd zijn toestand steeds ernstiger en werd hij bediend door legeraalmoezenier majoor Monchen. Op 28 maart is hij rustig ingeslapen.

Op de begrafenis in Maidenhead werd de Heilige Mis door aalmoezenier Monchen opgedragen. Als vertegenwoordiger van de Koningin en Prins Bernhard waren Generaal-majoor Van ’t Sant en mevrouw Verbrughe aanwezig. Tevens was het hele personeel van de wacht van de Koningin aanwezig en de commandant van het Canadese Hospitaal.

Het 1e graf van Bernard in Maidenhead, rechts de graven van marechaussees Bontjer en Kievits

Ondanks het verzoek van de familie is het stoffelijk overschot van Bernard nooit naar Hulst overgebracht. Het is in 1962 herbegraven op de Centrale Nederlandse Erebegraafplaats Mill Hill in Londen.

Met dank aan Anita de Kerf-Jansen voor de foto's en documenten.
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu