Breda - Langstraat - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Breda - Langstraat

In Nederland
's Middags om 17.20 uur begon de afmars via Hilvarenbeek, Hoge- en Lage Mierde, Nederlands-Belgische grens, Aerendonk naar Weelde.  De 'troop' werd hier  om 19.30 uur ondergebracht in boerderijen. De volgende morgen 28 oktober ging de reis via Poppel , Goirle en Tilburg, waar een half uur rust werd gehouden voor contact met de bevolking, richting Breda.

 
Theedrinken tussen op Bredaseweg, richting Dongewijk   
                 
Brenschutter en infanterist  tussen Tilburg en Breda       

Bren carrier in stelling bij Hulten          

Verbindingswagen bij Rijen

De Brigade kreeg het bevel om te vertrekken naar Maasbrug, een verzamelrayon ten westen van Tilburg. Daar aangekomen kwam de Brigade onder bevel van de 7th Armoured Division. Gevechtsgroep I bezette station Rijen en patrouilleerde tussen Rijen en De Vijf Eiken. Gevechtsgroep II nam stelling bij de viersprong van de wegen Rijen-Gilze en Tilburg-Breda. Gevechtsgroep III kwam in reserve in Hulten, terwijl de Verkenningsafdeling en de commandopost net buiten dit dorpje lagen.

Op 30 oktober schakelde de artillerie een Duits anti-tankkanon uit, waarbij 20 Duitsers sneuvelden. De volgende dag werd de Brigade verplaatst naar Raamsdonkveer. Via Tilburg, waar de meeste Brigademannen voor het eerst in contact kwam met de plaatselijke bevolking, en Dongen kwam de Brigade aan in Oosteind, ten westen van 's Gravenmoer. Ook hier patrouilleerde de verkenningsafdeling, maar ontmoette geen vijandelijkheden.
Op 1 november betrokken Gevechtsgroepen 1 en III stellingen bij Waspik-Raamsdonkveer, vanwaar patrouilles naar de Bergsche Maas werden uitgezonden om infiltratiepogingen van de Duitsers in zuidelijke richting te voorkomen. 
 
                                                                     Defilé in Tilburg op 4 november 1944

"Hier is de eerste en enige krijgsgevangene van de brigade gemaakt. Ik ben de naam helaas vergeten. Twee soldaten stonden op wacht en bemanden een lichte brenmitrailleur. Zij zouden om 02.00 uur worden afgelost, maar om 02.15  uur was de aflossing er nog steeds niet. Een van hen ging even weg naar de groep om te zien waar de aflossing bleef. Ze  sliepen nog!! Ze sliepen gekleed, dus waren vrij snel gereed zijn om mee te gaan.  Om 02.35  uur waren ze op de plaats terug,  maar vonden er geen wachtpost en ook geen brenmitrailleur. Onmiddellijk werd de pelotonscommandant gewaarschuwd, die meteen met twee soldaten op pad ging om te proberen de verdwenen man terug te vinden. De afstand tot de Maas was circa 150 meter. Daar aangekomen, zagen zij aan de overkant een bootje aanleggen. In de veronderstelling dat de gezochte soldaat daarbij was, wilde men niet schieten en keerde terug naar de plaats waar de wachtpost was. Deze post had intussen weer een andere brenmitrailleur. Toen wij in mei 1945 in Den Haag waren, heeft deze krijgsgevangene zich weer bij de brigade gemeld. Het bleek dat de Duitse patrouille hem had meegenomen. Daarna werd hij door hen doorgezonden naar de kazerne in Den Haag, waar de brigade toen was ondergebracht."

3 november gaf de artillerie van de Brigade ondersteuning aan een aanval van  de 1e Poolse Pantserdivisie (9e Bataljon Strzelcow), welke over de rivier de Mark trokken bij Oosterhout. Ze schakelden Duitse stellingen uit en verschoten 1139 projectielen. Bij deze zware gevechten kwamen 30 Poolse en 100 Duitse soldaten om het leven.

Op 4 november werden de niet in de voorste linie zijnde manschappen maar Tilburg gestuurd, waar een kleine parade werd gehouden, waarbij Prins Bernhard en het gemeentebestuur aanwezig waren en de Irene Brigade werd gehuldigd voor haar bijdrage aan de bevrijding van Tilburg.

Tussen 5 en 11 november was de Verkenningsafdeling van de Irene Brigade geplaatst bij een afwateringskanaal in Baardwijk, Gevechtsgroep II in Waalwijk en Gevechtsgroep 1 tussen Besoyen en Waalwijk, de Artillerie en de Staf in Kaatsheuvel. Gevechtsgroep III lag in reserve in Loon op Zand. In de omgeving van deze troepen lagen veel mijnenvelden, waardoor enkele soldaten ( w.o wmr. Bloemen, Heesakkers en Van Lienden)bij een patrouille langs de Maas op een mijn liepen en zwaar gewond raakten.


Op 8 november slaagden de Canadezen er intussen in, ten koste van vele gesneuvelden, om Walcheren op de Duitsers te veroveren.  Hierdoor was de zeeroute naar het strategisch belangrijke Antwerpen geopend. De Irene Brigade werd gevraagd om, onder bevel van de Lowland Division, hier bewakingstaken uit te voeren.

Op 9 november bezocht de Minister van Oorlog Van Lidth de Jeude, die als eerste lid van de Nederlandse regering de grens bij Poppel overschreed, de Irene Brigade.

11 november vertrok de Brigade naar Wuustwezel in België, om een weekend tot rust te komen. Hier kwamen ze terecht op een iets aflopend stuk grasland tegenover een boerderij. Sommigen mochten voor ontspanning de volgende morgen een dag naar Antwerpen. Op 14, 15 en 16 november vertrok de Brigade via Putte, het zwaar gehavende Hoogerheide, Woensdrecht, Goes en vervolgens te voet (!) van Arnemuiden naar Veere in Zeeland.
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu