Gevechten bij Beringen - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Gevechten bij Beringen

Tocht door België

'We werden door Engelse motorrijders van de weg  gedreven. Ze snauwden ons toe: "Get off the bloody road or we'll shoot you off!"  Het was allang geen 'gentlemen's war meer.'

Door het oponthoud in St. Joris-Winge liep de Brigade een oponthoud van twee uur op en dat werd nog groter, doordat uitgebrande voertuigen en ontploffende munitie de marsweg  blokkeerden. Laat in de avond bereikten zij tenslotte het plaatsje Schaffen,  nabij Diest en het Albertkanaal. Na een korte nachtrust, rukte men de volgende morgen 7 september  verder op in  de richting Beringen.

   
Gevechtsgroep 1 bij een oprit van de baileybrug bij Beringen

Bijna alle bruggen over het Albertkanaal waren door de Duitsers vernield en zij versterkten hun verdedigingslinie aan de noordelijke oever met SS-keurtroepen (w.o. Nederlanders!) en parachutisten. Uit verkenningen langs het kanaal bleek dat de brug bij Beringen niet helemaal was vernietigd, zodat infanteristen onder dekkingsvuur van De Britse Garde Pantserdivisie diezelfde morgen een bruggenhoofd vestigde en genietroepen een baileybrug aanlegden.

De zeer professionele baileybrug  te Beringen

'In Beringen was de brug nog begaanbaar. De Engelsen hadden met vijf á zes tanks die brug bij verrassing ingenomen. De tanks stonden in een straat van 250 meter lang. Ze stonden verspreid over de hele straat en hadden wel munitie, maar geen benzine meer. De opmars ging zo snel, dat de bevoorrading het niet bij kon sloffen. Dat bruggenhoofd moest zo vlug mogelijk worden uitgebouwd en dat heeft de Irene brigade dan ook gedaan....'

Met het snel herstellen van de brug viel of stond het bruggenhoofd. De  genie, die even na het invallen van de duisternis, onder voortdurende  beschietingen met mortieren, het werk begon, verrichtte wonderen. Drie uur 's  morgens rolden de eerste tanks Beringen binnen. Ze kwamen maar net op tijd. Op  8 september  bevonden zich in de omgeving van deze noodbrug nog veel sterke  vijandelijke troepen. Ze bestookten bij het aanbreken van de dag de geallieerden onophoudelijk en probeerden  door een tegenaanval uit westelijke richting tot de rand van het stadje door te  dringen. De bevolking aan de noordkant van het Albertkanaal gelegen Beringen vluchtte de  kelders in of de stad uit. De bedoeling was om de baileybrug te bereiken  en het te kunnen vernietigen. Er braken zware gevechten  uit waar de aanval tenslotte door het vuur van de tanks, die meteen in de  strijd werden geworpen, op nauwelijks 200 meter van de brug tot staan werd  gebracht. De laatste kans, die de Duitsers nog hadden om de brug te veroveren,  was in rook vervlogen.

Britse  tanks dringen Helchteren binnen

Reeds om 9.00 uur werd Gevechtsgroep I van de Brigade o.l.v. majoor Paesens, belast met de bewaking hiervan en kreeg daarbij  steun van de Britse artillerie eenheden en een eskadron tanks. Eenheden van de  5e pantserbrigade en de brigade Prinses Irene stroomden weldra het bruggenhoofd  binnen. Eerst kwam de brigade Prinses Irene in actie. Zij zuiverde het terrein  langs het kanaal in westelijke richting. Daarna gingen de Engelsen in de late  ochtenduren tot de aanval op Helchteren over, om zodoende het bruggenhoofd in  noordelijke richting uit te breiden, waartoe een compagnie  infanterie en  een eskadron tanks met steun van de afdeling artillerie, voorwaarts gingen.
Klik  hier voor een gedetailleerd  verslag van de gevechten rond Beringen.

Duitse tegenaanval op Beverlo

'Diezelfde dag kwam een Pools munitietransport van achter  het front ons voorbij op weg naar een bos bij dat kanaal. Wij waarschuwden ze  nog dat er geen geallieerden troepen voor ons zaten, maar ze wilde niet  luisteren. Diezelfde avond zijn ze in  brand geschoten: een groot vuurwerk! Bijna  niemand keerde er van terug. Verschrikkelijk!'


Overzichtskaart (Heemkundige kring Beverlo)

Stukgeschoten Britse tanks blokkeerden op 9 september nog steeds de weg  naar de noodbrug, waardoor het niet mogelijk bleek met zware materieel naar  Beringen op te rukken en zo de fanatieke Duitse eenheden te verjagen. Enkele  uren voor het aanbreken van de dag drong een Duits bataljon tot de zuidrand van  Beverlo door. De 8e pantserbrigade, die 's avonds in het bruggenhoofd was  aangekomen en in een voor haar vreemd terrein stond, was nog niet gereed met de  aflossing van de troepen van de 32e pantserbrigade. Begunstigd door de  duisternis en de verwarring drong de vijandelijke aanval ten zuiden van Beverlo  door tot de gevechtstrein van deze brigade.

De Irenebrigade op een kruispunt in Beringen

In minder dan geen tijd stonden 46  vrachtauto's, geladen met benzine en andere voorraden, in lichterlaaie, terwijl  even later ook het bos, waarin ze stonden, brandde als een fakkel. In het  spookachtig licht van deze vlammenzee werd de Duitse aanval uiteengeslagen en  teruggedreven door geconcentreerd vuur van de Batterij van de  Brigade en door vuur van Britse tanks. Dezelfde dag  lukte het een pantserbrigade van de gardepantserdivisie als eerste over de  baileybrug Beringen binnen te dringen. Later die middag trokken de drie gevechtsgroepen van de Irene Brigade, de artillerie en de verkenningsafdeling ook het zwaar gehavende Beringen binnen. Irene-infanteristen joegen de laatste tegenstanders uit de huizen. Hierna probeerden de vijand nog met kleine groepen te infiltreren, maar werd definitief verdreven, waarbij de Brigade 45 krijgsgevangenen maakte. Gevechtsgroep 1 kreeg de bewaking bij de noodbrug, gevechtsgroepen 2 en 3 werden ten oosten en noorden van Beringen ingezet. De verkenningsafdeling (Recce) betrok stellingen bij het kolengebied Beringen-Mijn.

'Bij die kolenmijn zaten Russen, die bewaakt werden door SS'ers. Een van die Russen ontsnapte en vertelde dat ze werden afgemaakt. Op onderzoek kwamen we toen een SS'er tegen die zei: 'Niet schieten! Ik ben een Hollander!'  Mooi, dan moet ik jou net hebben, pang.'


De 'bakkercompagnie' wordt in looppas door Britse soldaten afgevoerd richting Commelo

'Een hele Duitse compagnie, ze noemden zichzelf de bakkerscompagnie omdat zij vnl. bestond uit bakkers, slagers en kruideniers, gaf zichzelf over, nadat een mitraillist van de Brigade 'per eval' hun SS-officier doodschoot.'

Sld. Williams voert een Nederlandse SS'er af,  die even later om het leven kwam............

Na al deze verwikkelingen kreeg de eerste gevechtsgroep op deze dag de  opdracht, om met steun van tanks, het bos naar het noordwesten richting  Leopoldsburg, van Duitsers te zuiveren (zgn. 'wood-clearing'). De hierna  volgende dagen werden tientallen krijgsgevangenen gemaakt, zonder een man te verliezen. De tegenstand  van de Duitsers was daarna gebroken en het geallieerde opperbevel wilde nu snel  doorstoten naar Nederland.
Allan Adair, de commandant van de garde Pantserdivisie, zwaaide de Brigade veel lof toe:
                  
'Toen de keukenwagen in Houthalen voorbij kwam met  warme voedingsblikjes, maakte de Prins daar ook gebruik van en at staande met  ons de warme hap.'





Bezoek  Prins Bernhard aan de Irenebrigade te Beringen-Mijn

10 september kreeg gevechtsgroep III van de Brigade opdracht Beverloo te bezetten. Prins Bernhard bezocht de Brigade als Commander in Chief, naast de  andere generaals bij Allied HQ, en kwam met het verzoek van het Eerste Amerikaanse leger aan De Ruyter van Steveninck om  200 SS-krijgsgevangenen van hun over te nemen. De commandant weigerde dit echter.

'Toen de  Britten Nederland naderden, hadden de Welsh Guards gebrek aan Nederlandse tolken en  deden ze een beroep op de Prinses Irene Brigade. Ze zochten tolken, die  bovendien bekend waren in de plaatsen waar ze door zouden trekken. Volgens de  gegevens werden de tolken op 7 september ter beschikking gesteld van de diverse  onderdelen. Soldaat  Ie klas Gerard Steijger deed dienst bij de Irish Guards. Hij sneuvelde op 11  september 1944 bij de verdediging van Joe's Bridge, de  brug over het Maas-Scheldekanaal.'

Op 11 september ontving de Brigade het bericht van de  legerkorpscommandant, dat de Guards Armoured Division een bruggenhoofd had  veroverd over het Schelde-Maaskanaal ten westen van Neerpelt. De Brigade werd  daarop verplaatst naar Houthalen, waar zij als flankbeveiliging optrad naar het zuidoosten.
Op 16 september werd de Staf (De Ruyter van Steveninck, Pahud de Mortanges  en Beelaerts van Blokland, van de Irenebrigade opgeroepen om naar  Leopoldsburg te komen voor een bespreking met de commandant van het 30e Legerkorps  Generaal Horrocks. Hij deelde mee dat er een grote operatie op stapel stond die  in een klap een eind zou maken aan de de oorlog in West-Europa: de   operatie Market-Garden. Hij zei tegen zijn toehoorders: 'Er gaat iets gebeuren waardoor onze kleinkinderen trots  op ons zullen zijn, dat we zo'n operatie hebben meegemaakt.'

De operatie bestond uit luchtlandingen met de codenaam "Market"en een opmars te land met de codenaam "Garden".  Net voor vertrek, kreeg de Staf nog een kaart van de omgeving van Arnhem  met een schaal van 1: 50000, met daarop  de Duitse stellingen in rood  vermeld. De Brigade leverde ook veel tolken voor deze operatie, waardoor zij de bijnaam 'Brigade of guides' kreeg. De reservetroepen van de Brigade werden overgebracht vanuit Normandië, via Bapaume en Brussel naar Tessenderlo, nabij Diest.

'De directie van de kolenmijn had het grote was- en  drooglokaal van de mijnwerkers voor ons ter beschikking gesteld en alle units  gingen om beurten onder de warme douche. Er waren er 250! Voor het eerst sinds  de landing een heerlijke douche......'

Op 16 september kwam de Brigade onder bevel van de 43e Divisie, welke  achter de Guards moest oprukken. Op 18 september werd de Brigade verplaatst naar 2 km. ten noorden van Helchteren en moest daar gereed houden voor vertrek. Alle afdelingen van de  Brigade kregen een brief van de brigadecommandant waarin de  verantwoordelijkheden van de mannen stonden: zich bescheiden op te stellen als  de bevolking geschenken geeft en zich waardig te vertegenwoordigen door kleding  en gedrag.
De mannen  werden ongeduldig, zeker toen iemand van de brigadestaf   uit het bevrijde Eindhoven terugkeerde, maar ze moesten nog wachten tot 20 september in de namiddag, alvorens de mars werd ingezet richting Nederlandse grens. De Recce voorop, gevolgd door de  marinierseenheid en daarachter de andere eenheden.

 
(Alle foto's op deze blz. zijn van het Rijksinstituut voor  Oorlogsdocumentatie, tenzij anders aangegeven)

 
Klik hier voor dagboekpassages uit deze periode
Terug naar de inhoud