Havelaar, I.J. - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Havelaar, I.J.

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
  
Foto's graf: Frans van Vliet

Achternaam:
Havelaar
Voornaam: Ian Jacob
Voorletters: I.J.
Rang: Res.Elt.VSD.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Rotterdam
Geboortedatum: 19-03-1910
Overlijdensplaats: Colijnsplaat
Overlijdensdatum: 25-11-1944
Begraafplaats: N.H. Begraafplaats te Hillegersberg- Familiegraf in ruïne van kasteel bij Hillegondakerk
Gemeente: Rotterdam
Provincie: Zuid-Holland

Zijn ouders waren ... Havelaar en ... Koch.
Ian trouwde op 17 juni 1937 in Den Haag met Catharina Albertina Dutilh (1917- Parijs 1992). Opmerkelijk genoeg had zij ook een broer die Ian Jacob (1915-1998) heette. Het huwelijk bleef kinderloos.

 
Op 9 november 1944 werd Brigadecommandant De Ruyter van Steveninck bevorderd tot kolonel. Meteen ontving hij orders voor de nieuwe taak van zijn Irene Brigade. Het werd een bewakingstaak in Zeeland, onder bevel van de commandant van de 52ste Lowland Division.
Op 14 november 1944 om 11 uur in de morgen vertrok hij met zijn Verkenningsafdeling (de "Recce") vanuit Wuustwezel in België (26 km zuidwestelijk van Breda) naar de nieuwe bestemming: Noord-Beveland. Eën van de eerste mensen die Recce-commandant kapitein Immink daar ontmoette was een oude bekende: luitenant-kolonel J.B.A. Hankey. Voor de tweede keer kwam de Nederlandse afdeling onder bevel van deze overste, commandant van de 52ste Verkenningsafdeling van de 52ste Lowland. Eerder was dat al gebeurd tijdens acties in het land van Maas en Waal in september-oktober 1944.
 
Via Kortgene werd de Recce gelegerd rondom Colijnsplaat. De bevolking werd gevraagd om de Irene-mannen in te kwartieren. De soldaten waren royaal met wit brood, scheepsbeschuit, blikjesvlees en boter. Het front lag hier even ten noorden van dit dorpje, want Schouwen-Duiveland was nog steeds in Duitse (eigenlijk Armeense) handen. Colijnsplaat had nogal wat van de oorlog te lijden gehad. Vanuit het nog bezette Schouwen werd het regelmatig door de Duitse artillerie onder vuur genomen. Vooral veel ruiten moeten het daarbij ontgelden. Overdag werden een drietal waarnemingsposten aan de kust geplaatst. Langs de dijk stonden kleine stenen gebouwtjes van Rijkswaterstaat, die in koude nachten door de patrouilles werden gebruikt als schuilplaats. Het waren lange weken van onafgebroken wachtlopen.
 
Eerste-luitenant Ian Jacob Havelaar was commandant van één van de twee Carriertroops van de Verkenningsafdeling. De zeven brengun carriers (licht gepantserde rupsvoertuigen) van zijn troop stonden geparkeerd in de Voorstraat voor de Nederlands Hervormde Kerk te Colijnsplaat.

Ltn. I. Havelaar

In de nacht van 24 op 25 november vond de eerste noemenswaardige actie plaats. De officieren en mannen van de Recce, die lagen te slapen in de hotels Zeelandia en de Patrijs, werden gewekt door de heren M. Neerhout en M. Fortuin. De eerste was een evacué uit Zierikzee en ondergebracht op de hoeve van Corrie de Regt. Hij vertelde dat een groep van 26 zwaarbepakte en gezakte Duitse militairen, vanuit Schouwen met een bootje waren geland. Ze gingen naar de dichtstbijzijnde boerderij, de hoeve van De Regt, toe en knevelden de boer en de boerin. Tevens stalen ze hun boerenkar en laadden die vol met hun meegenomen explosieven en waren op weg naar het dorp. Fortuin bevestigde het verhaal. Hij was als boerenknecht in dienst van De Regt op weg naar de hoeve, toen hij de Duitsers zag naderen. Onmiddellijk keerde hij terug en over het land bereikte hij het dorp. Daar kwam hij Neerhout tegen, die ook op weg was om de Irene Brigade te waarschuwen.
Het kostte de beide mannen veel moeite om kapitein Immink van de Brigade te overtuigen. Tenslotte besloot hij het zekere voor het onzekere te nemen en gaf hij luitenant Havelaar bevel naar de hoeve van de Regt te gaan. Neerhout moest mee om de weg te wijzen.
Bij de afwateringssluis in Colijnsplaat kwamen ze de Duitsers tegen. Er werden lichtkogels afgevuurd en de Duitse groep trok zich terug. Het was inmiddels laag water geworden en daardoor was het onmogelijk om snel met hun boot van het eiland te komen. In de buurt van de hoeve aan de West-Zeedijk groeven ze zich in.

Kustlijn ten westen van Colijnsplaat. Onderaan de foto zgn. egels om landingen te voorkomen

'We lagen achter de dijk en het geweervuur kwam van de andere zijde. Ondanks onze waarschuwingen stak de 'luit' zijn hoofd boven de dijk om zich met een verrekijker van de situatie op de hoogte te stellen en het was meteen gebeurd met hem. Een (toevals-)treffer trof hem in zijn hoofd.....'

De troop van Havelaar naderde hen zo dicht mogelijk en verlieten de carriers en kropen naar de dijk. De luitenant richtte zich boven op de dijk op, om met zijn verrekijker, de situatie te observeren. Onmiddellijk werd hij getroffen in zijn hoofd, door wat een toevalstreffer moet zijn geweest.
De strijd brandde daarop los. Er werd steun gevraagd en gekregen van een Engelse artilleriebatterij, die stond opgesteld bij de molen bij Kortgene. De bewoners van de hoeve van De Regt hadden dan al te horen gekregen dat ze zo snel mogelijk in hun kelder moesten schuilen. Het eerste schot van de Engelse artillerie viel bovenop de kruin van de dijk. Na enkele schoten, stonden de Duitsers op met hun handen in de lucht. Twee van de groep waren gewond, en hun commandant was gedood.
Ook Havelaar was overleden, eerste hulp heeft niet meer mogen baten. Zijn lichaam werd op een boerenwagen gelegd, met wat stro erop en een zeil erover. Zo trok de stoet het dorp in. Voorop de gevangen genomen Duitsers, daarachter de boerenkar.

Bij de verhoren van deze krijgsgevangenen werd duidelijk hoe groot de ramp had kunnen zijn als hun opzet zou zijn geslaagd. Met de grote hoeveelheden springstof moest een afwateringssluis opgeblazen worden, waardoor grote delen van het eiland onder water zouden komen te staan. Maar ook was het de bedoeling dat de mannelijke bevolking van Colijnsplaat moesten worden samengedreven in de Nederlands-Hervormde Kerk, om die vervolgens op te blazen.

Bij de Engelsen was grote  waardering voor de actie van de Nederlandse Recce. De commandant van de 156ste Brigade (52 Lowland Division) schreef daarom in een brief aan de commandant van de 52ste Verkenningsafdeling:
"I would like to express to all concerned my appreciation of the very smart piece of work of rounding up the enemy raiding party which landed in North Beveland on the 25th November 1944.
In particular I would like to congratulate the Recce Sqn of the Netherlands Brigade in playing a major part in frustating an enemy attempt to a part of liberated Holland."
C. Barclay, Brg. Comd.
156 Inf. Bde."

 













  
  
De begrafenis van Ltn. Havelaar in Colijnsplaat

De bevolking van Colijnsplaat trekt zich het lot van de ongelukkige luitenant aan. Er wordt geprobeerd geld in te zamelen voor een kist. Hiervoor krijgt men geen toestemming: een soldaat moet zo worden begraven in zijn deken. Dit gebeurt de volgende zondag op de Algemene Begraafplaats. Op 27 november 1944 werd I. Havelaar onder grote publieke belangstelling begraven op het plaatselijke kerkhof. Later werd zijn stoffelijk overschot herbegraven in een familiegraf in de ruïne van kasteel bij Hillegondakerk op de N.H. begraafplaats te Hillegersberg te Rotterdam.


Monument in Colijnsplaat

In 1952 werd de straat langs de kerk in Colijnsplaat, waarop de muur ook een herinneringsplaquette is aangebracht, vernoemd naar deze luitenant: "Havelaarstraat". Eind december 1982 werd, in het bijzijn van zijn weduwe, de helm van luitenant Havelaar ook aangebracht op de muur van deze kerk.Op verzoek van de familie is die helm in het najaar van 2015 weer bij het grafkruis geplaatst in Hilligersberg.
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu