Hedel - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Hedel

In Nederland

Naarmate de aflossing door de Belgische Brigade vorderde, verplaatste de Irene Brigade zich tussen 10 en 14 april van Zeeland naar de omgeving van 's-Hertogenbosch naar de volgende oorden:

  • De staf, Gevechtsgroep II en Batterij Artillerie naar Vlijmen
  • Gevechtsgroep 1 tussen Bokhoven en Engelen
  • Gevechtsgroep III naar Herpt, nabij Heusden
  • De Trein en Herstellingsafdeling naar Vught

Links Aak van Dam (kwam uit Alpen a/d Rijn, maar woonde in Kaapstad) en rechts A.Vullings (uit Horst)  
 Bron: Cor Kremers
 
Hier staan ze voor het woonhuis van familie Kremers in Haarsteeg, nabij Vlijmen

De Brigade was nu ingedeeld bij de Britse 116e Brigade die het Maasvak van Heerewaarden tot en met Besoyen bezette, met van rechts naar links 30 Bat. Mariniers, Prinses Irene Brigade, 28 Bat. Mariniers (afgelost op 26 april 1944 door 30 Berkshire Regt.). De Brigade kreeg het vak van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Hedel tot Heusden te verdedigen.

Dr. Seyss Inquart, de hoogste autoriteit in Nederland, stemde begin april 1944 ermee in dat de bezette Randstad ongehinderd van voedseltransporten werd voorzien. Hij stelde wel als voorwaarde dat de geallieerden geen enkele aanval op West-Nederland zouden uitvoeren.  Daar stemde veldmaarschalk Montgomery mee in. "Wij gingen grif akkoord om van deze gunstige gelegenheid een voordelig gebruik te maken en het transport van voedsel, medische middelen en andere goederen die nodig waren, werd meteen in gang gezet", schreef hij later in zijn boek 'Normandy to the Baltic'. Om de voedselaanvoer goed te kunnen regelen, via het Reliefplan, richtte Montgomery een aparte organisatie op. De leiding over dit zogenoemde The Netherlands District kreeg de Britse Major-General A. Galloway. Op zondag 22 april 1945 kondigde Montgomery een algeheel aanvalsverbod af. 


Linksboven het fort Crêvecoeur, in het midden de vernielde bruggen over de Maas bij Hedel

De Irene Brigade zat met zo'n 360 parate militairen, onder commando van luitenant-kolonel De Ruyter van Steveninck, ter hoogte van Fort Crêvecoeur, een oud, recht tegenover Hedel gelegen verdedigingswerk. Iets verderop, aan de Maas tegenover Alem, lag het 30ste Bataljon van de Engelse Royal Marines dat werd geleid door Brigadier C. Philips. Geallieerde bevelhebbers hadden de indruk dat vanwege de tyfus in de Bommelwaard er amper nog een Duitse soldaat meer te bekennen zou zijn. Na lang aandringen kreeg kapitein W. de Roos van de Brigade toestemming. Samen met sergeant-majoor De Bruin en sergeant Balster ging hij met een van de Engelsen geleende stormboot de Maas over. Helaas zonk deze boot al snel, maar bij de sluis lag nog een oude roeiboot. Hiermee leidde hij in de nacht van 18 en 19 april de verkenningspatrouille naar Hedel.
Dezelfde nacht meldde zich een andere bron van informatie: Gefreiter Walter diende bij een aan de wal gestationeerd Kriegsmarine-onderdeel. Deze man zag zijn overplaatsing als een degradatie. Hij was hierdoor zo verbitterd, dat hij in een dronken bui de Führer en zijn regime vervloekte. Als gevolg hiervan zou hij op rapport moeten komen bij de Gruppenführer en zag hij nog maar één uitweg: de Maas over. Bij Bokhoven bereikte hij de wal en werd gevangen genomen. Hij bleek een bron van interessante inlichtingen.
Na nog enkele verkenningen op 20 april bleek dat de noordelijke oever gedeeltelijk was ondermijnd. Doorgangen door de mijnenvelden voorzag men van witte linten en paaltjes. De burgerbevolking van Hedel bleek al geëvacueerd.
Op 21 april om kwart over elf vertrok de volgende patrouille van in totaal zestien man. Luitenant Masthoff was de commandant van deze groep. Vijf man bleven bij de landingsplaats achter. Een groep van vijf, onder leiding van sergeant Balster, ging de richting van Hedel verkennen. Masthoff ging met de overige zes in de richting van Ammerzoden. Een van de mannen (wm. Görres)trapte in een droge sloot echter op een voetmijn en verloor daarbij een been. Sergeant-majoor de Bruin, zelf hierdoor gewond geraakt, tilde de zwaargewonde man op zijn rug terug naar de landingsplaats. De gereduceerde patrouille vervolgde zijn weg.



Het aanvalsplan Operatie Orange behelsde het volgende: de Irene Brigade steekt bij Hedel de Maas over, consolideert het gebied en trekt op richting Kerkdriel; de Engelsen doen hetzelfde bij Alem, gaan ook naar Kerkdriel en vormen samen met de Nederlanders een bruggenhoofd dat als opstap dient om verder noordwaarts te trekken en de brug bij Zaltbommel te veroveren. Op 22 april om middernacht 24.00 uur ging de operatie van start.


Paal 26.1

'Ikzelf heb mijn opleiding in Bergen op Zoom gehad en werd na zes weken opleiding ingezet in Hedel. In de eerste Unit kwam ik in het peloton van de It.Masthof en in de groep van de kpl. Kraay (uit Argentinië) werd ik brenhelper. We gingen als eerste over de Maas met 3 geruisloze stormboten van de Engelse Mariniers. Na de bezetting van het dorp Hedel, dat zonder ernstige tegenstand verliep, bezette onze groep twee boerderijen op ongeveer driehonderd meter van het landingspunt (km-paal 26.1) in de Nw-hoek van Hedel. Van hieruit namen we verschillende Duitse patrouilles onder vuur die over de dijk vanuit de richting Ammerzoden kwamen. In de middaguren van de eerste dag lag ik op een zolder van de boerderij met een brengun en werd plotseling hevig onder vuur genomen vanuit een boomgaard noordelijk van de boerderij, ik vuurde het ene na het andere magazijn op een spandau (Duitse mitr.) in de boomgaard, tot de halve rietbedekking van de boerderij met een geweldige hoeveelheid stof en leem naar beneden kwam, ik schreeuwde naar beneden dat ik niets meer kon zien en het was wel een aanvullingsrekruut (sld.Ruitenberg) die onmiddellijk de ladder opkwam en de mitrailleur van mij overnam en doorging met vuren.'

'Ik zat op een Buffalo en kwam op de Maas zo'n landingsboot tegen. De hele Engelse bemanning zat er met zwarte hoeden op die ze ergens hadden 'gevonden'. Toen we elkaar voorbij voeren, namen ze allemaal tegelijk in stilte de hoeden af zonder een spier te vertrekken. 't Bleven grappenmakers die jongens.'

'Ik kreeg opdracht om met mijn Buffalo de Dieze in te duiken met man en materieel. Hierna zou het makkelijk zijn om in de bietenhaven van Hedel naar boven te rijden. Bleek die haven dichtgeslibd te zijn met modder en namen we de aanlegplaats van de oude veerpont.....' 

Om de Maas te kunnen oversteken kreeg de Irene Brigade steun van Britse Pioneers, uitgerust met drie Buffalo-landingsboten met een geruisloze motor. Gevechtsgroep 1 vormde het bruggenhoofd. Ze staken 's nachts via de Dieze de Maas over. De commandogroep en het eerste en tweede peloton werden bij hectometerpaal 26.1 aan land gezet. Uit de verkenningen bleek dat dit een goede landingsplaats was voor de landingsboten. De Buffalo's keerden meteen terug om het derde en het vierde peloton op te halen. Door technische problemen arriveerden ze echter een uur later. Een twaalftal Britse militairen van de Royal Engineers, ingedeeld bij het tweede en vierde peloton, begonnen de omgeving van het landingspunt op versperringen te controleren. Die bleken niet of nauwelijks aanwezig. Het eerste peloton, onder commando van sergeant-majoor De Bruin, bleef achter om de landingsplaats te bewaken en de overige drie pelotons gingen richting Hedel en verrasten de Duitsers volledig en zonder tegenstand namen de Irenemannen stellingen bij de landingsplaats en in Hedel in.


Viaduct te Hedel, met op achtergrond de boerderij met commandopost van het 4e peloton
(foto W. v. Engelen, Hedel)

Het vierde peloton van ltn. Rueb, zat in de omgeving van het viaduct, oostelijk onder de weg Den Bosch - Zaltbommel. Het derde peloton o.l.v. serg-maj. Huizinga in het noorden, boven de Woerd. Het tweede peloton o.l.v. lt. Masthof aan de westrand van het dorp, in en om de ruïne van de St. Janschool. (zie kaart hierboven) 
 
'In de stille straten konden in het heldere maanlicht ladders en stoelen tegen de voorgevels worden waargenomen, waarmee de Duitsers mijnen en boobytraps aangaven. Er ontplofte echter niets.'

De kapotgeschoten slagerij van de Fam. Van den Bogert richtte Majoor Paessens in als commandopost. Deze post, aan het Kleinveld, was goed centraal gelegen. Het radiostation werd onmiddellijk geïnstalleerd onder de toonbank en al snel stond men in verbinding met het Brigadehoofdkwartier aan de overkant. Taak van de gehele gevechtsgroep was het de Duitsers te beletten door te dringen in Hedel.

Op 23 april  kreeg het eerste peloton van De Bruin bij de landingsplaats voor het eerst de Duitsers in zicht. Ze werden rond 7.30 uur opgeschrikt door geweervuur vanuit de richting Ammerzoden. Het ging om een groep van een man of zes die zich ingroeven in de dijk.

Twaalf Britse Engineers hadden ondertussen een nieuw landingspunt vrijgemaakt van mijnen en versperringen. De plek ligt zuidelijk van Hedel, langs het zgn. Bietenhaventje. Het is de plaats waar vroeger de veerpont aanlegde en daardoor erg geschikt voor de Buffalo's. De ligging was recht tegenover het Fort Crêvecoeur. De af te leggen afstand over de Maas werd nu belangrijk verkort. Dus minder risico voor vijandelijk vuur. Nadat dit alles was gerealiseerd, begon men met het overbrengen van de zwaardere wapens, zoals mitrailleurs en mortieren. Die waren nodig om de gewonnen posities beter te kunnen verdedigen.
Rond 10.00 uur kwam Gevechtsgroep I bij deze landingsplaats aan land.

Om 11.00 uur gingen twee patrouilles o.l.v. lt. Rueb van de Brigade, richting Velddriel en Kerkdriel om daar contact te maken met de Britse mariniers.

'Tot aan het spoor hier ging het goed maar daarna kwamen de patrouilles, die bestonden uit tweemaal vier man, slechts driehonderd meter ver. In enkele dijkhuisjes, ten oosten van het station, zaten  zo'n vijfentwintig Duitsers die ons met Spandaus (mitrailleurs)onder vuur namen. Het bruggenhoofd met de Engelsen kwam niet tot stand.'
De Rooms-Katholieke kerk

Het derde peloton van serg-maj. Huizinga nabij boerderij De Woerd werd plotseling aangevallen, waardoor het langzaam terugtrok. Een gedeelte daarvan bij de R.K.- kerk, waarbij een brenschutter en- helper ( J. Grootendorst en R van den Beek) werden gedood. De Duitsers beschikten over verschillende mitrailleurs en verschansten zich in huizen en achter muren. De 30 mannen van het 1ste peloton ondernamen een tegenaanval om de Duitsers weer uit de huizen drijven. Ze kregen voor deze opdracht versterking van een sectie(10 man) van het tweede peloton. Ondertussen leverde de Batterij Artillerie vanuit Vlijmen aan de overkant, uiterst precies werk af.
 
 
   
Boerderij De Woerd (foto W. v. Engelen, Hedel)                                                              


Huis aan huisgevechten in Hedel

Ook de mortiergroep was inmiddels goed ingeschoten en gaf steun, mede hierdoor werd het terrein in de binnenstad voet voor voet  door de Irene Brigade met bajonet en handgranaten veroverd. Dezelfde middag sneuvelde ook sergeant Kraay. Hij was ingedeeld als schutter van een Vickers-mitrailleur bij het vierde peloton van kapitein Post. Hij kreeg orders om vanaf de kruin vanaf een dijk op de Duitsers in het koolveld te schieten. Hier had hij een prima gezichtsveld, maar die positie bleek te gevaarlijk. Hij werd getroffen door een kogel van een sluipschutter. Onder het viaduct kreeg hij een voorlopig graf.


De Nederlands-Hervormde kerk   

De Britse mariniers bij Alem werden ook verrast door de felle Duitse tegenstand. Zij gaven al snel hun bruggenhoofd prijs. De oorspronkelijke operatie met als doel de brug bij Zaltbommel te veroveren werd opgegeven, maar toch kreeg de Irene Brigade opdracht Hedel te behouden. 's Avonds laat bezocht de Brigadecommandant de frontpelotons en beloofde versterkingen. Dit bleken rekruten uit het opleidingsdepot van de Irene Brigade uit Bergen op Zoom.
 
24 april verliep relatief rustig, naar later bleek, omdat de Duitsers eenheden vanuit Tiel naar de Maas afvaardigden. 's Morgens ontdekte men mijnen bij het landingspunt. Veiligheidshalve maakten de Buffalo's geen gebruik meer van die plaats, maar de plaats ernaast. Toch ontplofte er een mijn. Niet bij het landingspunt, maar 's avonds midden in het dorp. Een brenguncarrier reed er per toeval over en kwam door de hevige explosie op z'n kop terecht. Soldaat Schortinghuis kwam half onder het vier ton wegende rupsvoertuig terecht en werd onmiddellijk gedood. De andere drie inzittenden raakten gewond.

'Inderdaad was het een zeer korte opleiding, maar jongens die bezield waren met een elan en zich op alle mogelijke manieren probeerden te wreken op de Duitsers, waar zij vijf lange jaren door vertrapt en vernederd waren, vele oud-Brigadeleden weten dat hun motivatie geweldig was. In de opleiding was wel degelijk met handgranaten geoefend en velen van onze jongeren kenden de Duitse wapens en steelhandgranaten als hun broekzak, daar zij uit het verzet kwamen.'

'Grote hilariteit op het landingspunt als aalmoezenier Laureijssen komt aanwandelen met een krijgsgevangene die hij in toom weet te houden met een stuk hout, verborgen onder zijn overjas. Een paar uur later is het verhaal al zover aangedikt dat het nu om vijf krijgsgevangenen gaat!'

's Avonds kwamen de officieren bijeen in "het batlle-HQ" in de slagerswinkel. Er waren wat verschuivingen geweest in de posities. Het peloton van sergeant-majoor Schoenen nam in het begin van de avond de stellingen over van het derde peloton. Sergeant-majoor Huizinga en zijn mensen kregen welverdiende rust en kwamen in reserve in een boomgaard in het centrum van het dorp. Het peloton van sergeant-majoor Kloots bezette vanaf de middag een nieuw steunpunt, namelijk de boerderij en de boomgaard van de Woerd, vlakbij de stellingen van Schoenen.

'Majoor Paessens waarschuwde zijn commandanten: "Als de Duitsers morgen niet komen, komen ze nooit meer ! " Hij bleek gelijk te hebben...'

Op 25 april 1945 kwart over vijf in de morgen werden de mannen van het vierde peloton van Luitenant Rueb ruw gewekt door Duitse artillerie, mortieren en mitrailleurs. Via de radio meldde hij de commandopost dat zijn peloton werd aangevallen en onmiddellijk versterking nodig had. De 2 inch mortier van  het peloton begon te vuren in oostelijke richting van de verkeersweg. De verwarring was groot. Het peloton  bestond voornamelijk uit jonge en nog onervaren rekruten. Ze werden echter goed geleid door de zeer ervaren sectiecommandanten. Eén van die secties werd vrijwel geheel uitgeschakeld als een voltreffer van een Panzerfaust insloeg. De waarnemend commandant, korporaal de Boer, was half verblind van de explosies. Hij bleef bij zinnen en wist zijn groep terug te trekken naar de boomgaard waar ook de eerste sectie lag.

Klik hier voor een authentieke filmopname van het afvuren van een Panzerfaust

Sectie 2, noordelijk van het viaduct, werd ook verrast. Ze konden enkel maken dat ze wegkwamen, hun aftocht dekkend met handgranaten. Minstens één vijandelijke soldaat werd hierdoor gedood.

De Duitsers kwamen gevaarlijk dicht in de buurt van de commandopost, maar prikkeldraad verhinderde een doorbraak. De aanval langs de rivier door de uiterwaarden had de bedoeling om de Irenebrigade ten noorden van de Maas af te snijden en te vernietigen. Kap. De Roos van het derde peloton verzamelde 10 man (reservisten, koks en ordonnansen)om het bedreigde 4e peloton te ontzetten. Onderweg werd nog iemand van de mortiergroep "ingelijfd".Met dit geïmproviseerde groepje rende hij naar het bedreigde peloton.


De pelotonscommandopost (boerderij De Woerd) van luitenant Rueb was inmiddels bijna door de Duitsers overlopen. Ze zaten in de tuin en hadden zich in de gebouwen achter de boerderij (zie foto) verschanst. Toch wist luitenant De Roos de post te bereiken.

'Via de veldtelefoon meldde hij de majoor: "Ik zit hier, stuur direct versterking anders ben ik het kwijt !" De toestand was kritiek. '

Een hevige vuurstoot had de 2 inch mortier van  het peloton buiten gevecht gesteld. Twee mannen raakten zwaargewond. Eén van hen werd door Rueb en korporaal Tiemersma naar binnen gedragen. De andere, soldaat Van Veenendaal, zou de volgende dag aan zijn verwondingen bezwijken.
Sergeant Germans rende de boerderij binnen om hulp te vragen voor zijn 2de sectie. Door een kogel werd hij van achteren getroffen en zakte naast zijn pelotonscommandant in elkaar. Hij was op slag dood.
Verbeten probeerden de luitenants De Roos en Rueb met handgranaten en vuur uit hun stenguns, de vijand uit de boerderij te houden. Toen zette het derde peloton van sergeant-majoor Huizinga net op tijd de aanval in. De hulp kwam echter te laat voor de soldaten Kamp en Morel. Deze twee mannen van het vierde peloton waren toen al gesneuveld.

Brand op De Woerd!
Ook het 1ste peloton, in het noorden van Hedel werd opgeschrikt. De vijand wist de boerderij waar sergeant-majoor de Bruin en zijn mensen zich hebben verschanst, bijna onopgemerkt te naderen. Plotseling sprongen een stel Duitsers achter een voor de boerderij gelegen aardappelhoop vandaan, uit alle macht vurend. Het peloton was paraat en nam de 20 vijandelijke soldaten onder vuur. Een hevig gevecht barstte los. Het lukte de Duitsers de boerderij in brand te schieten. De mannen moesten eruit. Iedereen bleef kalm en onder dekking van de rook wist het peloton de stelling zonder verliezen te verlaten. Nadat de boerderij was uitgebrand, werden weer patrouilles naar voren gezonden om de oude posities weer in te nemen. De Bruin had de situatie weer onder controle en stuurde één van zijn secties naar zijn rechterbuurman die in moeilijkheden zat.

Klik hier voor oogetuigenverslag van S.M. Trienekens

Toen de geconcentreerde aanval bij het viaduct was afgeslagen, kreeg het peloton van sergeant-majoor Schoenen de volle laag. Zijn voorste sectie werd volledig onder de voet gelopen. De sectiecommandant en zijn opvolger werden gewond afgevoerd. Soldaat Ligtvoet nam de leiding. Hij gaf zijn helper de opdracht om de rest van de sectie terug te trekken en bleef zelf achter met zijn Brenmitrailleur. Minstens vijf Duitsers werden gedood. Ligtvoet keek om en zag dat de mensen van zijn sectie zich hadden teruggetrokken. Toen besloot hij om zelf ook te vertrekken. Hij sprong op, maar werd onmiddellijk geraakt. Gewond viel hij in de schuttersput terug. Een Duitse steelhandgranaat maakte enkele minuten later een einde aan het leven van de 23-jarige militair.

Van Gevechtsgroep III sneuvelden die morgen de soldaten Sprenkeling en Picokrie. De laatste, een Tilburgse jongen van van 20 jaar, tijdens een heldhaftige actie als Brenschutter. Soldaat R. Smit, zwaargewond overgebracht naar een veldhospitaal, overleed de volgende dag. Het aantal gewonden was zo groot dat brancards moeten worden geleend van Gevechtsgroep II, aan de overkant.


Graven van twee gesneuvelde Irenemannen in Hedel
 
'Zeven van de aanvullingen sneuvelden in Hedel misschien wel door hun onverschrokkenheid en te grote inzet.'

'Verschillende jonge rekruten hebben het Bronzen Kruis gekregen o.a. sld. J.C.Tienstra die met zijn bren op 25 april menig Duitser in het zand deed bijten en sld. J.Veldmeier, die met zijn Piat de halve kerktoren wegblies zodat we geen hinder meer hadden van een Duitse sluipschutter.'
 
Van de twaalf Nederlandse doden en negenendertig gewonden die bij de Brigade in Hedel vielen, behoorden de meesten tot de aanvullingspelotons van pas opgeleide rekruten.

Diezelfde dag zwierven nog steeds groepjes Duitsers rond Hedel, die door hun vuur lastig waren. Een groep ex-legionairs uit het Franse Vreemdelingenlegioen, die deel uitmaakte van Gevechtsgroep III, zuiverde geroutineerd het gebied. In de buurt van de spoorbrug lokaliseerden ze Duitse sluipschutters, die al die dagen zeer lastig waren geweest voor de overstekende Buffalo's: tien Duitsers werden gedood en vijf gevangen genomen. 

Krijgsgevangen Duitsers in Hedel

Als donderslag bij heldere hemel kwam op 25 april om 12.00 uur het bericht dat alle troepen zich moesten terugtrekken naar de zuidoever van de Maas. 45 Duitse krijgsgevangenen werden afgevoerd. Soldaten van Wehrmacht, maar ook van Kriegsmarine en Luftwaffe. Een allegaartje. Er bleken ook mannen bij te zijn van de SS-Waffen Grenadier-Brigade "Landstorm Nederland". Bij deze elite-eenheid bevonden zich ook Nederlanders, geleid door Duitse officieren.
Om 22.00 uur begon de terugtocht. De mannen van Gevechtsgroep I scheepten zich in op de Buffalo's. Om 23.30 uur verliet Gevechtsgroep III als laatste Hedel. Ondertussen vuurden de mortieren op de omliggende plaatsen Well, Ammerzoden en Kerkdriel. Ook werd rugdekking gegeven door de Britse mariniers van  28 en 30 R.M. De overtocht verliep zonder problemen. Alleen soldaat Van Duin van de Signals bleef nog even in Hedel. Hij gaf de artillerie de laatste aanwijzingen door. Toen  de laatste Buffalo de Maas was overgestoken, hield ook zijn taak op. Hij rende in zijn onderbroek naar de Maas en sprong erin. Hij was kampioenzwemmer. Het koude, stromende en gevaarlijke Maaswater kon hij de baas. Veilig bereikte ook hij, de laatste Brigademan, de overkant.

Hedel vormde een tragisch slot van de actieve deelneming van de Irene Brigade aan de Tweede Wereldoorlog. De operatie werd ingezet op het moment dat elke dag een staakt het vuren verwacht kon worden. Het vasthouden van een bruggenhoofd zonder enig uitzicht op uitbreiding ervan, was militair gezien een nutteloze onderneming.

'Het is niet te wijten aan standvastigheid van de Irene Brigade dat Hedel werd opgegeven. Zij was op dat moment zelfs aan de winnende hand en voelde er zelf helemaal niet voor om naar Brabant terug te keren. Ze wachtte op steun van het 28ste Bataljon Royal Marines dat vanuit Vlijmen zou oprukken, maar die hulp bleef uit. Het was door ingrijpen van Montgomery hoogstpersoonlijk dat de Brigade de strijd moest opgeven. De gevechten brachten namelijk de voedseltransporten in gevaar. Om zeker te zijn dat de gevechten rond Hedel zouden stoppen en Operatie Orange een eind zou krijgen, had het oppercommando het 28ste Bataljon naar elders gestuurd. Daardoor was de Irene Brigade helemaal op zichzelf aangewezen. De actie in Hedel getuigde wel van het hoge moreel en de volledige inzet van de Irenemannen.'

Op 26 april bezocht de commandant van de 116e Brigade Brigadier Philips de Irene Brigade. Hij hield een toespraak, waarin hij de toestand uiteenzette en grote waardering uitsprak voor de wijze waarop de actie van 23 tm. 25 april door de Irene Brigade was uitgevoerd. De 28e Royal Marines was hem echter ontnomen en de vijand was sterker geweest dan verwacht. Tenslotte bestond er voor de komende tijd geen vooruitzicht op verder offensief optreden op het Maasfront of westwaarts naar Holland. Derhalve had hij besloten de troepen van de Irene Brigade terug te trekken, omdat het geen zin had "sticking one's neck unnecessarily."

De strijd rond Hedel was de laatste actie van enige betekenis op Nederlandse bodem, uitgevoerd door Nederlanders die in alle opzichten tegen de Duitsers opgewassen waren. De oorlog was voorbij, maar de naam Hedel blijft in onze krijgsgeschiedenis voortleven. Als een blijvende herinnering aan de moed en opofferingsgezindheid waarmede de mannen van de Brigade streden, prijkt de naam Hedel met het vaandel van de Brigade naast St.Côme, Pont Audemer, Beringen en Tilburg.

'De reden waarom in de Brigade altijd met voldoening wordt teruggezien op de strijd in Hedel, zijn vele, ten eerste was het een operatie van brigadepersoneel alleen; ten tweede vochten hier broederlijk naast elkaar ervaren soldaten met vijf of meer dienstjaren en rekruten, die in december en januari als oorlogsvrijwilliger hun eerste opleiding genoten hadden in de brigade en hier voor het eerst het vuur ingingen; ten derde heerste er gedurende het gehele gevecht een weldadige geest van saamhorigheid en wederzijds vertrouwen en begrip die bijvoorbeeld goed tot uitdrukking kwam door het feit, dat de infanterieofficieren de artillerieofficieren die hen zo voortreffelijk gesteund hadden, op 26 april 1944 een diner aanboden om hun dankbaarheid te tonen.'
'Nooit verzuim ik bij het passeren van de brug bij Hedel een blik te werpen in de richting van het haventje om zo de gesneuvelden daar te gedenken. Ik leefde door, zij sloten hun leven daar af.'

Klik hier voor artikel uit de Legerkoerier juni 1952 over de gevechten bij Hedel
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu