Heijer, C. den - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Heijer, C. den

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
Achternaam: Heijer
Tussenvoegsels: den
Voornaam: Cornelis
Voorletters: C.
Rang: Sold.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Onderscheiding: KvV
Geboorteplaats: Scheveningen
Geboortedatum: 10-03-1924
Overlijdensplaats: Dongen
Overlijdensdatum: 31-10-1944  
Begraafplaats: Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen
Gemeente: Rhenen
Provincie: Utrecht
Land: Nederland
Vak:  
Rij: 10
Nummer: 31      

De ouders van 'Cor' waren zeevisser en broodbezorger Maarten Cornelis den Heijer, geboren te Den Haag op 9 februari 1897 en overleden te Moerkapelle op 18 oktober 1987. Hij trouwde in 1920 met Cornelia Kulk, geboren te Den Haag op 8 september 1896 en overleed op 13 maart 1960 te Den Haag. Ze kregen de volgende kinderen:
  • Johanna (1921-1960), trouwde met Piet de Jong (1921-1995)
  • Cornelis (1924-1944)
  • Johannes
  • Martina (*1931), trouwde in 1955 in Den Haag met Niolaas Baak (1930-1985)
  • Maarten
  • Arie (*1936)
 
De pas 18-jarige Cor (Bron: A. den Heijer)

Toen de oorlog uitbrak was Cor den Heijer in Scheveningen in dienst van een haringvisser. Na twee jaar besloot hij in 1942 met enkele vrienden aan te monsteren als bemanning van een vissersschip dat door de Duitsers als spionageschip buiten de 3 mijlszone werd gebruikt: de motorlogger Katwijk 110, met de naam Gijsbert Karel van Hogendorp. De bemanningsleden waren: Pieter Grootveld, Johannes Dijkstra, Dirk Bakkenes, Willem Bron, Jacob Harteveld, Jan Klein, Jacob de Mos, Arie de Mos, Jacob de Roode, Willem Spaans, Mink Verbaan, Nico van der Zwan en Jan Roest en tenslotte Cor den Heijer.

KW110 in 1947 in IJmuiden (Bron: Katwijks museum)

Op 29 augustus 1942 voer de Katwijk 110 de haven van IJmuiden uit. De volgende dag overmeesterde de bemanning geheel volgens plan de Duitsgezinde schipper Grootveld en marconist-spion Dijkstra en ontwapende hen.
Op maandag 31 augustus 1942 stuurde de nieuwe stuurman De Mos de KW 110 dwars door Britse mijnenvelden en naderde de haven van Scarborough. Een Engels oorlogschip vuurde waarschuwingsschoten af. De bemanning gaf met behulp van twee van huis meegenomen witte lakens en een Nederlandse vlag een duidelijk signaal af. De volgende morgen bereikte de KW 110 geëscorteerd door een Britse bewapende trawler de Fish Quay. De Engelsen haalden het schip met de tien Scheveningers aan boord op feestelijke wijze binnen en brachten daarna de bemanning voor nader onderzoek over voor een antecedentenonderzoek naar de Partriotic School in Londen.

Cor heeft bij K.B.van no. 11 van 25 februari 1943 het Kruis van Verdienste gekregen, wegens "het beleidvol voorbereiden en uitvoeren van een plan tot ontsnapping uit bezet Nederland waarna, na vele moeilijkheden te hebben ondervonden, Engeland werd bereikt."

Cor in 1944 (Bron: A. den Heijer)

Cor trad met dispensatie i.v.m. zijn leeftijd in dienst van de Prinses Irene Brigade en werd ingedeeld bij de Verkenningsafdeling, waar hij soldaat werd.
Hij maakte de hele veldtocht van de Brigade vanaf 1944 mee. Na de gevechten in Broekhoven, nabij Tilburg, eind september 1944 kreeg de Brigade het bevel om te vertrekken naar Maasbrug, een verzamelrayon ten westen van Tilburg. Daar aangekomen kwam de Brigade onder bevel van de 7th Armoured Division. Gevechtsgroep I bezette station Rijen en patrouilleerde tussen Rijen en De Vijf Eiken. Gevechtsgroep II nam stelling bij de viersprong van de wegen Rijen-Gilze en Tilburg-Breda. Gevechtsgroep III kwam in reserve in Hulten, terwijl de Verkenningsafdeling en de commandopost net buiten dit dorpje lagen.
Op 30 oktober schakelde de artillerie een Duits anti-tankkanon uit, waarbij 20 Duitsers sneuvelden. De volgende dag werd de Brigade verplaatst naar Raamsdonkveer. Via Tilburg, waar de meeste Brigademannen voor het eerst in contact kwam met de plaatselijke bevolking en Dongen kwam de Brigade aan in Oosteind, ten westen van 's Gravenmoer. Ook hier patrouilleerde de verkenningsafdeling, maar ontmoette geen vijandelijkheden.
Op 31 oktober 1944 was Cor den Heijer met de Recce aangekomen in Dongen en gelegerd in de toenmalige molen van Van Gorp.
Op 3 november 1944, rond vier uur in de morgen moest Cor de buitenstaande wacht aflossen, maar wilde eerst nog een kop koffie drinken. Bij het bukken van één van de aanwezigen in die ruimte ging diens pistoolmitrailleur op onverklaarbare wijze af en trof Cor dodelijk. Hij werd de volgende dag begraven op het Protestants Kerkhof aan de Kerkstraat. Na de oorlog werd hij herbegraven op de Erebegraafplaats in Loenen op de Veluwe.
Twee dagen na de bevrijding stuurde Kol. De Ruyter van Steveninck, de commandant van de Prinses Irene Brigade,  een condoléance naar de vader van Cor.


Met dank aan Arie den Heijer, www.engelandvaarderskatwijk.nl en het boek Dongen, Van mobilisatie tot bevrijding 1939-1945.
Terug naar de inhoud