Herinneringen W. André - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Herinneringen W. André

Herinneringen
Ik zal proberen om na ongeveer 50 jaren U in het kort iets te vertel­len over soldaat le klasse Steyger, oftewel "Mickey".

In mijn schrijven over hem komen natuurlijk vanzelfsprekend allerlei gedachten en herinneringen in mijn hoofd aan Mickey. In alles wat ik nu hier schrijf was hij een deel, sommige dingen waarin hij toonde dat hij een waardige vriend was voor ons allen die hem gekend heb­ben in onze "dienstjaren”.
Hij en ik waren goede dienstmakkers in Paramaribo, Suriname, in de ja­ren 1941-44. Daar heb ik hem het eerst ontmoet, na aankomst vanuit Engeland. Hij kan toen niet ouder zijn geweest dan 18-19 jaren.
Snel kreeg hij daar zijn bijnaam "Mickey". Die kreeg hij van de in­woners in Paramaribo omdat hij vol­gens hen wat leek op "Mickey Roon­ey", de filmster.
Wij, de mannen van het detachement Prinses Irene Brigade, hebben hem daar nooit anders gekend als "Mickey".
Hij was een zeer uitgaande jonge "snotneus" (dit woord met een vriendelijke toon a.u.b.), ik schrijf dit zoals soldaten onder elkaar kletsen.
Zoals alle anderen klopte ook Mic­key wacht op "Fort Amsterdam". Daar werden toen ex-K.N.I.L.’ers en Ma­rinepersoneel alsook burgers uit Nederland Oost-Indië, gevangen gehouden als landverraders. Deze men­sen waren door Mariniers overge­bracht vanuit de Oost.
Mijn bloed kookt nog als ik terugdenk aan die lui. Ze werden door ons dan ook niet al te vriendelijk begroet.
Het P.I.B.-detachement werd later samengevoegd met de Mariniers. Het werden twee mooie dienstjaren in het Marinierskamp aan de oever van de rivier. Af en toe weleens een beetje wrijverig, maar dat hielp voor het moreel. Landmacht en Mariniers in één kamp???
Het enige wat mij niet beviel, waren die vervloekte muskieten. Dat waren grote dingen! Wij noemden ze "dive-bombers" of "spitfires".
Dit kamp werd toen een "Vechtwagen­kamp" en het "Nieuwe Vechtwagen­kamp" werd toen gebouwd op "Zande­rij", ongeveer 50-60 km. buiten Paramaribo, aan de rand van de jun­gle, in de nabije omgeving van een Amerikaans militair vliegveld.
Wij waren er voor bewaking van dit vliegveld. Onze commandant was 1e luitenant Kouwenhove. Wat een offi­cier! Wat een man om iets voor te doen!
De P.I.B. en de Mariniers werden toen voorzien van tanks en brengun­carriers. Mickey werd toen motorordonnans.


Zanderij, Vechtwagenkamp, v.l.n.r.: soldaat. Smeets (?) en marinier Jan Starink

In dit Nieuwe Vechtwagenkamp werden we goede vrienden met de Amerika­nen. Meestal gingen we naar hun kantine, die zeer goed was voor­zien. Mickey en de andere jongens hebben er veel blikjes bier omlaag gegoten in de tropische hitte.
Begin 1944 verlieten wij Paramaribo en werden ingescheept voor de te- rugreis naar Engeland. We hadden wel een vermoeden wat we voor de boeg hadden, namelijk de invasie!
Er werd druk geraden welke richting wij zouden varen, terug naar Enge- land. Het bleek een militair geheim te zijn. Pas enkele dagen later, aan boord, kregen wij te horen dat dit zou gebeuren via New York. Venezuela en Cuba werden voor een halve dag aangedaan.

Kunt u het zich voorstellen? Aankomen in New York, in het midden van de winter in tropenkleding? De meesten van ons droegen een korte broek en korte hemdsmouwen! Tjonge, wat was dat koud! Wij kregen daar zelfs nog een sneeuwstorm cadeau. We hadden in geen drie jaar sneeuw meer gezien!
Dat alles was na enkele dagen al- weer vergeten. We werden daar uitgerust met goede Canadese legerkleding.
Inkwartiering kregen we in Hotel "Time Square" in de nabij van het wereldberoemde "Time Square". War meer kon je verlangen na drie jaren Paramaribo? Het werden drie glorieweken voor ons. Het was, denk ik, enigszins een verlofvergoeding voor ons, na drie jaren in de tropen.
Op een goede morgen kwam Mickey, mij en enkele andere jongens halen om wat gaan eten... gratis!
Nou, waar kon je gaan eten in New York voor niks? Dat had hij al uitgevonden op de een of andere manier.
Grote zaken zoals "Marcey's" hadden altijd wel een demonstratie van een of ander voedingsmiddel zoals soep, vleeswaren, gebak enz. Dat werd dan gedemonstreerd door een schoonheid in dienst van die zaak. Hoeveel zaken wij die dag afliepen
weet ik niet meer. We hadden in ieder geval genoeg gegeten. En maar "ja " knikken en met de duim omhoog om aan te geven dat het lekker was !
Ook bezochten wij het "Statue of Liberty". We mochten niet hoger gaan dan de fakkel. Op het Empire State Building gingen we tot de bovenste verdieping. Ook werd een bezoek gebracht aan de in die tijd wel bekende "Stage Door Canteen", backstage met allerlei schoonheden om ons heen.
Als er iets aparts gaande was, Mic­key wist het, waar het was, hoe laat, slecht of goed. Ik heb nog vele mooie herinneringen aan hem, als één van de dienstmakkers in Paramaribo.
Hij was zeer avontuurlijk aangelegd en had vele vrienden in het Surina­me-detachement en ook bij de Mari­niers.
Na de terugkeer in Engeland, wach­tend voor de invasie, heb ik hem niet zo veel meer gezien.
Toen ik later hoorde dat hij ge­sneuveld was, vond ik dat heel hard. Zo jong en dan ook nog bijna thuis!
Groeten uit Calgary, Canada, van ex. kpl. hospik, Winand André, nr 702.

Uit: Vaandeldrager 28
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu