J.J. Dijkhuis - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

J.J. Dijkhuis

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Indië
Achternaam: Dijkhuis
Voornamen: Jurjen Johannes
Voorletters: J.J.
Rang: Wachtm.
Mil. onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Hengelo (Ov)
Geboortedatum: 04-06-1915
Overlijdensplaats: Melbourne, Victoria, Aus.
Overlijdensdatum: 09-11-1944
Gedenkplaats: New General Cemetery te Cheltenham Gemeente Cheltenham
Provincie: Victoria
Land: Australië
Vak: CC
Rij: 75
Nummer         

De ouders van Jurjen waren de Groninger Johannes Dijkkhuis en de uit Schoonebeek afkomstige Elsje Roos. Jurjen werd geboren op  4  juni 1915 in Hengelo (ov). In 1918 en 1920 kreeg hij  nog een broer, Johannes Gerardus ("Joop"), en een  zus, Elisa Anje ("Liesje").

 
Jurjen  rondde in Groningen zijn MULO-opleiding af.
Voor zijn nummer kwam hij in januari 1935 terecht bij het tweede Regiment  Veldartillerie. (2 R.V.A.). Hier was hij bij de schoolmeetafdeling. Dit duurde  tot juli 1935, waarna hij met 'groot verlof' werd gestuurd. Hij was vervolgens  een tijdlang werkzaam in het hotelwezen.
Jurjen trouwde eind jaren dertig met Johanna Catharina van Kan ( *9 mei 1916) en uit dit  huwelijk is in Delft een zoon geboren: Theodorus Gerardus  Dijkhuis (27 mei 1939-2008).

Vanwege "grote familiaire problemen"  sloot Jurjen zich op 23 maart 1939 aan bij het Vreemdelingenlegioen. Hij kreeg  als Anti-Tankschutter zijn opleiding in het Noord-Afrikaanse Saida en Sidi Bel  Abbes. In oktober 1939 ging hij vrijwillig over naar het Franse leger en lag tot  maart 1940 aan het front bij de Maginotlinie. Vervolgens ging hij in april 1940  met het Franse expeditiekorps naar Noorwegen en heeft daar actief deelgenomen  aan o.a. de verovering van Narvik. In juni 1940 werd hij met de geallieerde  troepen geëvacueerd en naar Engeland overgebracht. Hier weigerde hij   om opnieuw  voor het Vreemdelingenlegioen van Generaal de Gaulle te tekenen en werd als  gevolg daarvan in The Hayes Camp  in Riply (Derbyshire) geïnterneerd.

Jurjen diende een verzoek (request) in bij Koningin Wilhelmina, teneinde in  dienst te mogen komen bij het Nederlandse Legioen. Op 16 september 1940 werd hij  door een hem onbekende kapitein van het Nederlandsche Leger bezocht welke hem  naar zijn wensen vroeg. Hij deelde Jurjen tevens mee dat "hij er voor zorg zou  dragen dat requestrant dienst kon nemen in het Nederlandsche Legioen en  verklaarde dat requestant zijn Nederlandse Nationaliteit, die hij volgens de wet  op het Nederlanderschap door zijn dienst in het Fransche Leger had verloren door  zijn dienstneming in het Nederlandsche   Legioen, weer kon verkrijgen."  
Jurjen werd  op 14 januari 1940 te Congleton   ingedeeld  bij de Subsistenten-Compagnie van het 1e Bataljon Koninklijke  Nederlandsche Brigade te Engeland.

Na de Japanse aanval op   Pearl Harbor op 7   december 1941, was de Nederlandse regering zich ervan bewust   dat Indonesië ook snel het doelwit zou worden van de   Japanners. Door een gebrek aan beroepsofficieren stuurde de gouverneur uit Nederlands  Indië, op verzoek van de Nederlandse regering in Londen,  met enige tegenzin vijf man ('Baboenen') naar Wolverhampton. Nadat de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor door de Japanners was vernietigd, wilden dit vijftal terstond terug met medeneming van het strijdbare gedeelte van de Brigade, in hoofdzaak het 1e bataljon. De commandant Van Voorst Evekink had hier wel oren naar en diende een rekest in.
 
Dit verzoek werd door de regering aangenomen, maar de manschappen hadden  daarin geen enkele interesse. Zij wilden Europa bevrijdden en geen Nederlands Indië. De minister van Oorlog begreep dat er moeilijkheden waren en sprak in het kamp de manschappen toe. Hij beschouwde iedereen als vrijwilliger. Artikel 184 van de de grondwet verbood echter gedwongen uitzending. Velen deden een beroep op dit artikel en stelden zich niet beschikbaar. Prins Bernhard kwam bemiddelen en bracht tevens het bericht van Koningin Wilhelmina over: 'De koningin wil dat u naar Indië gaat!'. Het gemor bedaarde en mede op haar aandrang stelden zich een groter aantal van de staf en het 2e bataljon zich wel beschikbaar.

Het 154 man tellende detachement, inclusief de commandant was samengesteld  uit: 19 officieren, 37 onderofficieren, 28 korporaals en 70 soldaten. Jurjen meldde zich  ook aan om zijn 'vaderland' te helpen bevrijden van de Japanners.
Binnen een paar maanden wist Japan zich inderdaad in   korte tijd meester te maken van het Nederlandse koloniale   eilandenrijk. Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands Oost-Indië, waarna de meeste   Nederlanders door de Japanners in kampen werden   geïnterneerd.



Enkele Indiëgangers, die daar  echter nooit zijn geweest: vlnr:  Luykenaar, Beekenkamp, De Groot, Visbeen, Van Driel, een hospik, onbekende  chauffeur. middelste rij: Huisman, Van de Berg, Saarloos, Lambrechtse, onderste  rij: Koolstra, Van der Veer, Meyer.


H.M.S. Columbia

'We scheepten  ons te Glasgow op 6 januari 1942 in op het  koopvaardijschip "Colombia" van de K.N.S.M. dat  tot onderzeeboot moederschip was omgebouwd. Ook  de toenmalige brigadecommandant Kolonel D.D.van  Voorst Evekink ging mee, samen met zijn hond "Boef".  We waren een belangrijk schip, omdat het  ruim vol lag met torpedo's ten behoeve van  onze duikboten in het verre oosten (Britse en  Amerikaanse torpedo's pasten niet in onze  lanceerbuizen want die hadden een ander kaliber)  vandaar dat onze plaats midden in het gevormde  konvooi was.
Midden op de  Atlantische Oceaan werd ons konvooi opgemerkt  door een Focke Wulf verkenningsvliegtuig van  de Duitsers. Pogingen om met afweergeschut (o.m.  van de Nederlandse oorlogsbodem "Heemskerck")  het vliegtuig neer te halen, mislukten. Het  gevolg bleef niet uit - enkele dagen later  werden we aangevallen door Duitse duikboten. Vlak  voor het Nederlandse koopvaardijschip "De  Achterkerk" dook zo'n. duikboot op. De kapitein van  de Achterkerk liet zich deze kans niet  ontnemen en ramde met volle kracht deze duikboot  die daarop rechtstandig in de diepte verdween.  De aanval werd toen afgebroken.'

Op 6 januari vertrok het detachement met de trein vanuit Wolverhampton naar Gourrock in Schotland, waar het een dag later inscheepte aan boord van de  Hr. M.S. "Columbia", een omgebouwd passagiers schip - als onderzeeboot   moederschip - van de Kon. Marine. Dit alles onder commando van  kapitein ter zee Hoecke.
In konvooi varende zette de Columbia via de Golf van Biskaje, Freetown en  Kaapstad koers naar Nederlands-Indië.  Ze hebben twee maanden over deze tocht gedaan, wat zeker geen sinecure was in  1942. Een van de gevaarlijkst periodes wat betreft de zeeoorlog. Duitse U boten  lagen alom op de loer.

'Bij het van boord gaan in Colombo viel de scheepskist  uit de handen van de adjudant van de commandant en die bleek toen gevuld te zijn  met damesondergoed.'

'De commandant en zijn hond Boef zouden voorop gaan in  de strijd.  Wij gekscheerden: "Dan gaan er twee boeven!'
 

Ten gevolge van de naderende capitulatie van  Nederlands-Indië  kon het schip dat land niet meer bereiken en werd het naar Ceylon (het tegenwoordige Sri Lanka)gedirigeerd. Het detachement kwam op 7 maart 1942, de dag dat Indië was gevallen, in Colombo  aan. Aanvankelijk stelde de  Nederlandse Bevelhebber Strijdkrachten  in het Oosten,   admiraal Helfrich, aan Londen voor, dat het Prinses  Irene detachement zijner inzicht het best naar Engeland kon worden  teruggezonden. In Londen dacht men er echter anders over!  Er moesten commando's  worden opgeleid om  ingezet te worden in het door de Japanners bezette  Nederlands Indië. Voormalig Brigadecommandant Van Voorst Evekink keerde echter op 10 juni 1942 weer terug naar Engeland, alwaar hij een andere functie kreeg. Ondertussen 'kampeerden' de manschappen op 13  verschillende Nederlandse schepen.

Korps  Insulinde in 1942 te Nieuw Guinea (bron: NIMH)

Op 10 maart  1942 wordt besloten om de mannen een  commando-opleiding bij de Britten in India te laten volgen. Uiteindelijk blijken  van het detachement ongeveer 40 man geschikt en bereid om de commando-opleiding  te gaan volgen. Na aanvankelijk eerst de naam  Netherlands Special Organisation te hebben, wordt de nieuw geformeerde eenheid  vanaf 1 augustus 1942 omgedoopt in Korps Insulinde.
Eind 1942 zijn de opgeleide commando’s gereed voor inzet. In april 1943 worden  enkele landingen uitgevoerd op de westkust van Noord-Sumatra. Daarna breekt een  periode tot het voorjaar van 1944 aan waarin geen toestemming wordt gegeven voor  allerlei voorbereide operaties. In deze periode blijft men wel intensief trainen  en worden enkele Indonesische en Chinese geheime agenten opgeleid. Tussen april  en juni 1944 worden verkenningen uitgevoerd op de west- en oostkust van  Noord-Sumatra. In juli 1945 worden teams voor een permanent verblijf per boot en  parachute ingezet op Sumatra. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945  krijgen de teams opdracht om contact te leggen met de Japanse autoriteiten om  inlichtingen te verzamelen over de internerings- en krijgsgevangenenkampen.  Meerdere teams worden als versterking ook meteen ingezet om snel zo veel  mogelijk kampen te bereiken, teneinde de mensen daar te verzorgen, te  beschermen, hun evacuatie voor te bereiden en deze te ondersteunen. Inmiddels is  de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië door Soekarno uitgeroepen en  vinden enkele weken later de eerste gewapende schermutselingen plaats. Uit angst  voor escalatie geven de Britten de Nederlandse commando’s op Sumatra de opdracht  om zich terug te trekken naar Ceylon. In maart 1946 wordt het Korps Insulinde  opgeheven.


Hier  zien we Jurjen net voor hij naar Nieuw-Guinea ging (Bron: Fred Dijkhuis)


Links  Bernard Knuppe (Bron: Fred Dijkhuis)

Jurjen maakte officieus al deel uit van Korps  Insulinde, vanaf 19 juni 1942 en werd gedetacheerd bij het K.N.I.L. Op 20  augustus 1942 vertrok hij per ms Rembrandt naar Australië, waar hij op 13  september aankwam. Hier werd hij op 7  november 1942 overgeplaatst naar de 1e Compagnie van de zgn. Netherlands East  Indies. Zodoende kwam hij ook uit bij operaties bij Marouke in Nieuw-Guinea, om tenslotte op 17 september 1943  overgeplaatst te worden naar het Detachement Melbourne. Jurjen is daar  op 9 november 1944 in het  plaatselijke ziekenhuis overleden  aan een maagaandoening. Zijn vrienden uit het Ceylon-detachement, Dulcie en Bernard  Knuppe en C. J. Laus uit het Gelderse Meteren, hebben deze "patient sufferer"  de laatste levensmaanden liefdevol bijgestaan. De voornamen van eerstgenoemde broers staan ook vermeld op de plaquette op het graf van Jurjen.  Abusievelijk staat daarop als geboorteplaats Delft i.p.v. Hengelo.

Klik  hier voor een uitgebreide briefwisseling van de familie met het ministerie  over de doodsoorzaak en de aanvraag van een weduwe- en wezenpensioen


In  deze overlijdensadvertentie staat de voornaam verkeerd gespeld
Bron: Koninklijke Blibliotheek-familieberichten




Met heel veel dank aan leden van het Stamboomvragenforum: www.stamboomvragenforum.nl,  Frans Janssen, Fred Dijkhuis
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu