Oirschot - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Oirschot

In Nederland
Operaties op de Oirschotse Heide

De situatie nabij Arnhem en Nijmegen was in begin oktober 1944 niet zoals de legerleiding dat voor ogen had. Market-Garden was mislukt en grote delen van Noord-Brabant waren nog in Duitse handen. Het front liep van Oss over Best en Baarle-Nassau tot even ten noorden van Antwerpen. De lange en kwetsbare aanvoerlijnen en de te kleine capaciteit van de kleine havens aan het Kanaal, brachten de opmars naar het Noorden in gevaar. Het was van immens belang dat men kon beschikken over een grote haven in deze regio. Antwerpen was hiervoor een logische keuze, al moesten dan wel eerst de Duitsers over de Maas en Hollands Diep worden teruggedrongen.

' 't Werd tijd dat we dit nare rotland van Maas en Waal gingen verlaten. Het wemelde er van de N.S.B.'ers.'


Op 22 oktober zou het 12e Legerkorps ingezet worden om Antwerpen in handen te krijgen. In afwachting van het grote offensief werd op 13 oktober de Brigade, onder bevel van de 4e Pantserbrigade, vervolgens gedirigeerd naar de omgeving van Eindhoven waar zij op 17 oktober aankwam op de Oirschotse Heide en omgeving. Het hoofdkwartier kwam te liggen in Oerle, ten westen van Eindhoven. Het was hier erg koud en vochtig en de Duitsers bestookten de stellingen er voortdurend met mortiervuur. De opdracht was te voorkomen dat ze het Wilhelminakanaal vanuit de noordoever konden oversteken en te voorkomen dat ze offensieve acties konden ondernemen. Van links naar rechts lagen hier de drie gevechtsgroepen, aangevuld met delen van de verkenningsafdeling. Elke gevechtsunit had een frontbreedte van ongeveer drie kilometer. Het eerste peloton van gevechtsunit I,  o.l.v. Ltn. Herbrink, lag op de meest linker gedeelte bij de ophaalbrug bij 's-Heerenvijvers tot ongeveer twee kilometer naar het westen. Tussen drie mitrailleursposten werd continu gepatrouilleerd. Een van die patrouilles maakte in de nacht van 21 oktober een oversteek met boten over het Wilhelminakanaal. Helaas werden ze door een Duitse patrouille ontdekt. Bij dat vuurgevecht raakte soldaat Stönner, uit Canada overgekomen en een van de weinigen die nauwelijks Nederlands sprak, zo gewond dat hij een dag later hieraan overleed.

Marinier Meijwaard in actie. (uit:The War Illustrated)
 
 'Hij hoorde nog het afvuren en riep tegen zijn maten dat ze in dekking moesten, maar voor hem was het te laat..'

Tijdens een van de vele Duitse mortierbeschietingen sneuvelde op 20 oktober ook korporaal der mariniers W. Meijwaard, toen hij in zijn hals werd getroffen door een vijandelijke granaatscherf. Dit was de eerste dode marinier en dat maakte veel indruk op zijn maten.

'Het regende onafgebroken en mulle zandpaden waren veranderd in modderpoelen. Onze zware winterjassen waren doordrenkt, maar ik vond een kuil, ging erin liggen en trok een grote dennentak over mij heen.'

'Een marinier zat op een dag zijn plunje te wassen toen een Duitser dwars door zijn emmer schoot, waardoor het sop wegliep. Boos riep hij: "Dat moet je met mij doen, rotmof." Prompt werd hij, tot vermaak van zijn makkers in zijn been geschoten. geen groter vermaak dan leedvermaak....'

'We lagen daar in schutterputjes waarover een zeil was gespannen tegen de regen. Onderling waren deze putjes verbonden met wit lint ter markering in het donker. Een keer passeerde ik zo'n putje te dicht bij het patrouilleren en kiepte het regenwater uit het zeil bovenop korporaal Loontjes. Hij was er niet blij mee....'

'Aangezien 's nachts ongeveer 50% van de manschappen belast was met wacht en patrouillediensten, was het verblijf hier erg vermoeiend.'

Beschieting op 2 oktober 1944 van de St. Petrus Banden in Oirschot

Het terrein ten noorden van het kanaal was door de kanaaldijken niet in te zien. De Duitsers hadden in een prachtige oude toren in Oirschot wel een goed waarnemingspunt. Herhaalde beschietingen van de artillerie hadden geen gewenst effect. Twee Irenemannen schoten wel een wachtpost uit de nok van deze toren. Tussen 21 en 23 oktober schoten de Brigade en de Engelsen  honderden mortiergranaten op de Duitse stellingen. In de nacht van 22 op 23 oktober werd het ineens stil en vroeg in de middag bleek de reden daarvan.....

'Opeens stonden twee burgers te zwaaien met een witte vlag. We hielden de vinger aan de trekker. Ze vertelden ons dat de Moffen in allerhaast uit Oirschot waren vertrokken. De Engelse tanks rolden het dorp binnen en ik hoorde de burgers juichen. Wij gingen helaas niet naar binnen, al hadden we graag in de vreugde willen delen.'

'Die hele week was erg afmattend. 's Nachts op patrouille had je veel last van oogverblindende Duitse lichtgranaten en overdag kon je niet slapen van de mortierinslagen.'

     
Schotse troepen trekken Oirschot binnen via de Rijkesluisstraat.                                 


Etiket van het bevrijdingsbier uit 1994

Nog diezelfde middag op 23 oktober vertrok de Brigade van de Oirschotse Heide via Zeelst, Oerle, het zwaar gehavende Middelbeers en Diessen richting Hilvarenbeek om Tilburg te bevrijden. De Brigade stond hier onder bevel van de 15e Schotse Divisie.

Klik hier voor dagboekverslagen uit deze periode
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu