Hedel - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hedel

In Nederland

De strijd om Hedel – april 1945

Verplaatsing naar de omgeving van ’s-Hertogenbosch
Naarmate de Belgische Brigade Piron de posities van de Prinses Irene Brigade in Zeeland overnam, verplaatste de Irene Brigade zich tussen 10 en 14 april 1945 naar de omgeving van ’s-Hertogenbosch. De verschillende onderdelen werden op de volgende plaatsen ondergebracht:
  • Staf, Gevechtsgroep II en Batterij Artillerie: Vlijmen.
  • Gevechtsgroep I: het gebied tussen Bokhoven en Engelen.
  • Gevechtsgroep III: Herpt, bij Heusden.
  • Trein en Herstellingsafdeling: Vught.

De Brigade werd ingedeeld bij de Britse 116e Brigade, die het Maasfront tussen Heerewaarden en Besoyen bezette. De Irene Brigade kreeg de opdracht het gedeelte tussen de spoorlijn ’s-Hertogenbosch–Hedel en Heusden te verdedigen.

Links Aak van Dam (kwam uit Alpen a/d Rijn, maar woonde in Kaapstad) en rechts A.Vullings (uit Horst)  
Bron: C. Kremers


Hier staan ze voor het woonhuis van familie Kremers in Haarsteeg, nabij Vlijmen Bron: C. Kremers

De situatie aan het Maasfront
De Brigade was nu ingedeeld bij de Britse 116e Brigade, die het Maasvak van Heerewaarden tot en met Besoyen bezette. Van rechts naar links lagen daar het 30e Bataljon Mariniers, de Prinses Irene Brigade en het 28e Bataljon Mariniers. Dit laatste bataljon werd op 26 april 1945 afgelost door het 30e Berkshire Regiment. De Irene Brigade kreeg het vak tussen de spoorlijn ’s-Hertogenbosch–Hedel en Heusden te verdedigen.
Dr. Seyss-Inquart, de hoogste Duitse autoriteit in Nederland, stemde er begin april 1945 mee in dat de bezette Randstad ongehinderd van voedseltransporten zou worden voorzien. Hij stelde daarbij als voorwaarde dat de geallieerden geen aanvallen op West-Nederland zouden uitvoeren. Veldmaarschalk Montgomery stemde daarmee in.
In zijn boek Normandy to the Baltic schreef Montgomery:

‘Wij gingen grif akkoord om van deze gunstige gelegenheid een voordelig gebruik te maken en het transport van voedsel, medische middelen en andere goederen die nodig waren, werd meteen in gang gezet.’

Om de voedselaanvoer via het Reliefplan goed te kunnen regelen, richtte Montgomery een aparte organisatie op. De leiding over het zogenoemde The Netherlands District kreeg de Britse generaal-majoor A. Galloway. Op zondag 22 april 1945 kondigde Montgomery een algemeen aanvalsverbod af.


Linksboven het fort  Crêvecoeur, in het midden de vernielde bruggen over de Maas bij Hedel

Verkenningen bij Hedel
De Irene Brigade beschikte over ongeveer 360 gevechtsklare militairen en stond onder bevel van luitenant-kolonel De Ruyter van Steveninck. De Brigade bevond zich ter hoogte van Fort Crèvecoeur, een oud verdedigingswerk recht tegenover Hedel. Iets verderop, aan de Maas tegenover Alem, lag het 30e Bataljon van de Britse Royal Marines, onder leiding van brigadier C. Philips.
De geallieerde bevelhebbers hadden de indruk dat er vanwege de tyfus in de Bommelerwaard nauwelijks nog Duitse militairen aanwezig waren.

Na lang aandringen kreeg kapitein W. de Roos van de Brigade toestemming om de Maas over te steken. Samen met sergeant-majoor De Bruin en sergeant Balster ging hij met een van de Britten geleende stormboot op weg. De boot zonk echter al snel. Bij de sluis lag nog een oude roeiboot, waarmee De Roos in de nacht van 18 op 19 april een verkenningspatrouille naar Hedel leidde.
Diezelfde nacht meldde zich een andere bron van informatie. Gefreiter Walter diende bij een aan de wal gestationeerd onderdeel van de Kriegsmarine. Hij beschouwde zijn overplaatsing als een degradatie en was daarover zo verbitterd dat hij in een dronken bui de Führer en diens regime vervloekte. Daardoor dreigde hij bij de Gruppenführer op rapport te moeten komen. Hij zag nog maar één uitweg: de Maas oversteken. Bij Bokhoven bereikte hij de oever en werd hij gevangengenomen. Hij bleek over interessante inlichtingen te beschikken.

Na verdere verkenningen op 20 april bleek dat de noordelijke Maasoever gedeeltelijk was ondermijnd. Doorgangen door de mijnenvelden waren gemarkeerd met witte linten en paaltjes. De burgerbevolking van Hedel bleek al te zijn geëvacueerd.

Op 21 april vertrok om 11.15 uur een nieuwe patrouille van zestien man, onder bevel van luitenant Masthoff. Vijf man bleven achter bij de landingsplaats. Een groep van vijf militairen onder leiding van sergeant Balster verkende de richting van Hedel. Masthoff trok met de overige zes man in de richting van Ammerzoden.

Een van de militairen, adjudant-onderofficier Görres, stapte in een droge sloot op een voetmijn en verloor daarbij een been. Sergeant-majoor De Bruin raakte eveneens gewond, maar wist de zwaargewonde Görres op zijn rug terug te dragen naar de landingsplaats. De overgebleven patrouille vervolgde vervolgens haar weg.



Operatie Orange
Het aanvalsplan van Operatie Orange voorzag erin dat de Irene Brigade bij Hedel de Maas zou oversteken, het gebied veilig zou stellen en vervolgens in de richting van Kerkdriel zou oprukken. De Britse militairen zouden hetzelfde doen bij Alem. Ook zij moesten naar Kerkdriel trekken en samen met de Nederlanders een bruggenhoofd vormen. Van daaruit zou verder naar het noorden worden opgerukt om de brug bij Zaltbommel te veroveren.
De operatie begon op 22 april 1945 om middernacht.

Paal 26.1








Een militair die als aanvuller bij de Brigade diende, beschreef zijn ervaringen:

‘Ikzelf heb mijn opleiding in Bergen op Zoom gehad en werd na zes weken opleiding ingezet in Hedel. In de eerste Unit kwam ik in het peloton van de lt. Masthoff en in de groep van de kpl. Kraay (uit Argentinië) werd ik brenhelper. We gingen als eerste over de Maas met drie geruisloze stormboten van de Engelse Mariniers.
Na de bezetting van het dorp Hedel, dat zonder ernstige tegenstand verliep, bezette onze groep twee boerderijen op ongeveer driehonderd meter van het landingspunt (km-paal 26.1) in de noordwesthoek van Hedel. Van hieruit namen we verschillende Duitse patrouilles onder vuur die over de dijk vanuit de richting Ammerzoden kwamen.
In de middaguren van de eerste dag lag ik op een zolder van de boerderij met een brengun en werd plotseling hevig onder vuur genomen vanuit een boomgaard noordelijk van de boerderij. Ik vuurde het ene na het andere magazijn op een Spandau (Duitse mitrailleur) in de boomgaard, tot de halve rietbedekking van de boerderij met een geweldige hoeveelheid stof en leem naar beneden kwam.
Ik schreeuwde naar beneden dat ik niets meer kon zien. Het was een aanvullingsrekruut, soldaat Ruitenberg, die onmiddellijk de ladder opkwam, de mitrailleur van mij overnam en doorging met vuren.’

Een andere militair herinnerde zich de Britse bemanning van een Buffalo-landingsvaartuig:

‘Ik zat op een Buffalo en kwam op de Maas zo’n landingsboot tegen. De hele Engelse bemanning zat er met zwarte hoeden op die ze ergens hadden “gevonden”. Toen we elkaar voorbij voeren, namen ze allemaal tegelijk in stilte de hoeden af zonder een spier te vertrekken. ’t Bleven grappenmakers die jongens.’

Een derde ooggetuige vertelde over de zoektocht naar een geschikte landingsplaats:

‘Ik kreeg opdracht om met mijn Buffalo de Dieze in te duiken met man en materieel. Hierna zou het makkelijk zijn om in de bietenhaven van Hedel naar boven te rijden. Bleek die haven dichtgeslibd te zijn met modder en namen we de aanlegplaats van de oude veerpont…’


Aangepaste versie van kaartje Hedel door maj. Paessens

De eerste oversteek en de bezetting van Hedel
Om de Maas te kunnen oversteken, kreeg de Irene Brigade steun van Britse Pioneers, uitgerust met drie Buffalo-landingsboten met geruisloze motoren.

Gevechtsgroep I vormde het bruggenhoofd. De militairen staken ’s nachts via de Dieze de Maas over. De commandogroep en het eerste en tweede peloton werden bij hectometerpaal 26.1 aan land gezet. Uit de verkenningen was gebleken dat deze plaats geschikt was voor de landingsboten.

De Buffalo’s keerden meteen terug om het derde en vierde peloton op te halen. Door technische problemen arriveerden deze pelotons echter ongeveer een uur later. Een twaalftal Britse militairen van de Royal Engineers, ingedeeld bij het tweede en vierde peloton, controleerde de omgeving van het landingspunt op versperringen. Die bleken nauwelijks aanwezig te zijn.

Het eerste peloton, onder bevel van sergeant-majoor De Bruin, bleef achter om de landingsplaats te bewaken. De overige drie pelotons trokken richting Hedel. Ze verrasten de Duitsers en namen zonder tegenstand stellingen in bij de landingsplaats en in het dorp.


Viaduct  te Hedel, met op achtergrond de boerderij met commandopost van het 4e  peloton
(foto W. v. Engelen, Hedel)

Het vierde peloton van luitenant Rueb bevond zich in de omgeving van het viaduct, ten oosten van het dorp en aan de zuidzijde van de weg ’s-Hertogenbosch–Zaltbommel. Het derde peloton, onder leiding van sergeant-majoor Huizinga, lag in het noorden, boven De Woerd. Het tweede peloton, onder leiding van luitenant Masthoff, bezette de westrand van het dorp, in en rond de ruïne van de Sint-Janschool.
Een militair herinnerde zich de stille straten van Hedel:

‘In de stille straten konden in het heldere maanlicht ladders en stoelen tegen de voorgevels worden waargenomen, waarmee de Duitsers mijnen en boobytraps aangaven. Er ontplofte echter niets.’

De kapotgeschoten slagerij van de familie Van den Bogert werd door majoor Paessens ingericht als commandopost. Het pand lag aan het Kleinveld en was centraal gelegen. Het radiostation werd onder de toonbank geïnstalleerd. Al snel stond de commandopost in verbinding met het Brigadehoofdkwartier aan de overkant van de Maas.
De opdracht van de gehele gevechtsgroep was te voorkomen dat de Duitsers Hedel zouden binnendringen.

De Rooms-Katholieke kerk

De eerste Duitse tegenaanvallen
Op 23 april kreeg het eerste peloton van De Bruin bij de landingsplaats voor het eerst Duitse militairen in het zicht. Rond 7.30 uur werden de mannen opgeschrikt door geweervuur uit de richting van Ammerzoden. Het ging om een groep van ongeveer zes Duitsers, die zich in de dijk ingroeven.

Ondertussen hadden twaalf Britse Engineers een nieuwe landingsplaats vrijgemaakt van mijnen en versperringen. Deze lag ten zuiden van Hedel, bij het zogenoemde Bietenhaventje. Hier had vroeger de veerpont aangelegd. De plek was geschikt voor de Buffalo’s en lag recht tegenover Fort Crèvecoeur. De over te steken afstand over de Maas werd hierdoor aanzienlijk korter, waardoor de kans op vijandelijk vuur afnam.
Toen de nieuwe landingsplaats gereed was, werden zwaardere wapens overgebracht, waaronder mitrailleurs en mortieren. Deze waren nodig om de veroverde posities beter te kunnen verdedigen. Rond 10.00 uur kwam Gevechtsgroep I op deze plaats aan land.
Om 11.00 uur vertrokken twee patrouilles onder leiding van luitenant Rueb in de richting van Velddriel en Kerkdriel. Ze moesten daar contact maken met de Britse mariniers.
Een van de militairen vertelde later:

‘Tot aan het spoor hier ging het goed, maar daarna kwamen de patrouilles, die bestonden uit tweemaal vier man, slechts driehonderd meter ver. In enkele dijkhuisjes, ten oosten van het station, zaten zo’n vijfentwintig Duitsers die ons met Spandaus (mitrailleurs) onder vuur namen. Het bruggenhoofd met de Engelsen kwam niet tot stand.’

Het derde peloton van sergeant-majoor Huizinga, dat zich bij boerderij De Woerd bevond, werd plotseling aangevallen en moest langzaam terugtrekken. Een deel van het peloton bevond zich bij de rooms-katholieke kerk. Daar sneuvelden brenschutter J. Grootendorst en zijn helper R. van de Beek.
De Duitsers beschikten over verschillende mitrailleurs en hadden zich verschanst in huizen en achter muren. De dertig man van het eerste peloton ondernamen een tegenaanval om de Duitsers weer uit de huizen te verdrijven. Zij kregen daarbij versterking van een sectie van tien man uit het tweede peloton.
Ondertussen leverde de Batterij Artillerie vanuit Vlijmen aan de overkant van de Maas zeer nauwkeurig vuursteun.

Boerderij De Woerd (foto W. v. Engelen, Hedel)    

 
 Huidige boederij De Woerd (Foto: R v.d. Velde)


Huis aan huisgevechten in Hedel

Huis-aan-huisgevechten in Hedel
Ook de mortiergroep was inmiddels goed ingeschoten en verleende steun. Mede daardoor kon de Irene Brigade het terrein in het centrum van Hedel voet voor voet veroveren, met bajonetten en handgranaten.
Diezelfde middag sneuvelde sergeant Kraay. Hij was schutter van een Vickers-mitrailleur bij het vierde peloton van kapitein Post. Hij kreeg opdracht vanaf de kruin van een dijk op Duitse militairen in een koolveld te schieten. Hij had daar een goed gezichtsveld, maar de positie bleek te gevaarlijk. Een sluipschutter trof hem met een kogel. Onder het viaduct kreeg hij een voorlopig graf.


De Nederlands-Hervormde kerk    

De Britse mariniers bij Alem werden eveneens verrast door de felle Duitse tegenstand. Zij gaven hun bruggenhoofd al snel op. Het oorspronkelijke doel van Operatie Orange, de verovering van de brug bij Zaltbommel, werd daarom losgelaten. Toch kreeg de Irene Brigade opdracht Hedel te behouden.
Laat op de avond bezocht de brigadecommandant de pelotons aan het front en beloofde hij versterkingen. Die bestonden uit rekruten van het opleidingsdepot van de Irene Brigade in Bergen op Zoom.

24 april: versterkingen en nieuwe gevechten
24 april verliep relatief rustig. Later bleek dat de Duitsers eenheden vanuit Tiel naar de Maas hadden gestuurd.
In de ochtend ontdekten de militairen mijnen bij het landingspunt. Voor de veiligheid maakten de Buffalo’s voortaan gebruik van een plaats ernaast. Toch ontplofte er een mijn, niet bij het landingspunt maar ’s avonds midden in het dorp. Een brenguncarrier reed er toevallig overheen en sloeg door de zware explosie over de kop. Soldaat Schortinghuis kwam gedeeltelijk onder het vier ton wegende rupsvoertuig terecht en werd op slag gedood. De drie andere inzittenden raakten gewond.

Een militair keek later terug op de korte opleiding van de jonge aanvullers:

‘Inderdaad was het een zeer korte opleiding, maar jongens die bezield waren met een elan en zich op alle mogelijke manieren probeerden te wreken op de Duitsers, waar zij vijf lange jaren door vertrapt en vernederd waren. Vele oud-Brigadeleden weten dat hun motivatie geweldig was. In de opleiding was wel degelijk met handgranaten geoefend en velen van onze jongeren kenden de Duitse wapens en steelhandgranaten als hun broekzak, daar zij uit het verzet kwamen.’

Ook de humor ontbrak niet, zelfs onder moeilijke omstandigheden:

‘Grote hilariteit op het landingspunt als aalmoezenier Laureijssen komt aanwandelen met een krijgsgevangene die hij in toom weet te houden met een stuk hout, verborgen onder zijn overjas. Een paar uur later is het verhaal al zover aangedikt dat het nu om vijf krijgsgevangenen gaat!’

Gebouw naast de slagerij, waarin radioverbindingsdienst in was gehuisvest

’s Avonds kwamen de officieren bijeen in het battle headquarters, in de slagerij. Er waren enkele verschuivingen in de posities geweest. Het peloton van sergeant-majoor Schoenen nam aan het begin van de avond de stellingen van het derde peloton over. Sergeant-majoor Huizinga en zijn mannen kregen welverdiende rust en gingen in reserve in een boomgaard in het centrum van het dorp.
Het peloton van sergeant-majoor Kloots bezette vanaf die middag een nieuw steunpunt: de boerderij en boomgaard van De Woerd, vlak bij de stellingen van Schoenen.
Majoor Paessens waarschuwde zijn commandanten:

‘Als de Duitsers morgen niet komen, komen ze nooit meer!’

Hij bleek gelijk te krijgen.

'Majoor  Paessens waarschuwde zijn commandanten: "Als de Duitsers morgen niet komen,  komen ze nooit meer ! " Hij bleek gelijk te hebben...'

25 april: de Duitse aanval
Op 25 april 1945 werden de mannen van het vierde peloton van luitenant Rueb om 5.15 uur ruw gewekt door Duits artillerie-, mortier- en mitrailleurvuur. Via de radio meldde Rueb aan de commandopost dat zijn peloton werd aangevallen en onmiddellijk versterking nodig had.
De 2-inchmortier van het peloton begon in oostelijke richting van de verkeersweg te vuren. Er heerste grote verwarring. Het peloton bestond voornamelijk uit jonge en nog onervaren rekruten. Zij werden echter goed geleid door de ervaren sectiecommandanten.

Een van de secties werd vrijwel geheel uitgeschakeld toen een Panzerfaust insloeg. De waarnemend commandant, korporaal De Boer, was door de explosies half verblind. Hij bleef bij zinnen en wist zijn groep terug te trekken naar de boomgaard waar ook de eerste sectie lag.

Klik hier voor een authentieke filmopname van het afvuren van een Panzerfaust

Sectie 2, ten noorden van het viaduct, werd eveneens verrast. De mannen konden niet anders dan terugtrekken en dekten hun aftocht met handgranaten. Daarbij werd minstens één Duitse militair gedood.
De Duitsers kwamen gevaarlijk dicht bij de commandopost, maar prikkeldraad verhinderde een doorbraak. De aanval door de uiterwaarden langs de rivier was erop gericht de Irene Brigade ten noorden van de Maas af te snijden en te vernietigen.
Kapitein De Roos, van het derde peloton, verzamelde tien man, reservisten, koks en ordonnansen, om het bedreigde vierde peloton te ontzetten. Onderweg sloot ook nog iemand van de mortiergroep zich bij hen aan. Met deze geïmproviseerde groep rende hij naar het bedreigde peloton.

(foto W. v. Engelen, Hedel)

De pelotonscommandopost bij boerderij De Woerd was inmiddels bijna door de Duitsers ingenomen. Zij zaten in de tuin en hadden zich verschanst in de gebouwen achter de boerderij. Toch wist luitenant De Roos de post te bereiken.
Via de veldtelefoon meldde hij aan majoor Paessens:

‘Ik zit hier, stuur direct versterking anders ben ik het kwijt!’

De toestand was kritiek
Een hevige vuurstoot had de 2-inchmortier van het peloton buiten gevecht gesteld. Twee mannen raakten zwaargewond. Een van hen werd door Rueb en korporaal Tiemersma naar binnen gedragen. De andere, soldaat Van Veenendaal, zou de volgende dag aan zijn verwondingen bezwijken.
Sergeant Germans rende de boerderij binnen om hulp te vragen voor zijn tweede sectie. Hij werd van achteren door een kogel getroffen en zakte naast zijn pelotonscommandant in elkaar. Hij was op slag dood.
De luitenants De Roos en Rueb probeerden met handgranaten en vuur uit hun Sten-machinepistolen de vijand uit de boerderij te houden. Op dat moment zette het derde peloton van sergeant-majoor Huizinga net op tijd de tegenaanval in. Voor de soldaten Kamp en Morel kwam de hulp echter te laat. Deze twee mannen van het vierde peloton waren al gesneuveld.

Brand op De Woerd!
Ook het eerste peloton in het noorden van Hedel werd opgeschrikt. De Duitsers wisten de boerderij waarin sergeant-majoor De Bruin en zijn mannen zich hadden verschanst bijna ongemerkt te naderen. Plotseling sprongen Duitse militairen achter een aardappelhoop voor de boerderij vandaan en openden zij het vuur.
Het peloton was paraat en nam de ongeveer twintig Duitsers onder vuur. Er ontstond een hevig gevecht. De Duitsers slaagden erin de boerderij in brand te schieten. De mannen moesten het gebouw verlaten. Iedereen bleef kalm en onder dekking van de rook wist het peloton de stelling zonder verliezen te verlaten.
Nadat de boerderij was uitgebrand, werden opnieuw patrouilles naar voren gestuurd om de oude posities in te nemen. De Bruin kreeg de situatie weer onder controle en stuurde een van zijn secties naar de rechterbuurman, die in moeilijkheden verkeerde.

Dik de Bruin beschreef een bijzondere ontmoeting tijdens de straatgevechten:

‘Tijdens de straatgevechten in Hedel stond ik bij een hoek van een huis/gebouw en keek om de hoek. Tot mijn schrik en verbazing stootte ik met mijn helm tegen de helm van een Duitse jonge soldaat, die op hetzelfde moment ook om de hoek keek. Na een kort moment greep ik om de hoek de Duitser beet en trok hem om de hoek naar mij toe en maakte hem krijgsgevangen.’

Klik hier voor oogetuigenverslag van S.M. Trienekens

Klik hier voor een korte documentaire van Omroep Gelderland over de slag bij Hedel met uitgebreid commentaar van veteraan Frans van der Meeren.

Toen de geconcentreerde Duitse aanval bij het viaduct was afgeslagen, kreeg het peloton van sergeant-majoor Schoenen de volle laag. De voorste sectie werd volledig onder de voet gelopen. De sectiecommandant en zijn opvolger raakten gewond en werden afgevoerd.
Soldaat Ligtvoet nam de leiding over. Hij gaf zijn helper opdracht de rest van de sectie terug te trekken en bleef zelf achter met zijn Brenmitrailleur. Daarbij werden minstens vijf Duitsers gedood.
Toen Ligtvoet zag dat zijn sectiegenoten zich hadden teruggetrokken, besloot hij zelf ook te vertrekken. Hij sprong op, maar werd onmiddellijk geraakt en viel gewond terug in zijn schuttersput. Enkele minuten later maakte een Duitse steelhandgranaat een einde aan het leven van de 23-jarige militair.

Van Gevechtsgroep III sneuvelden die ochtend ook de soldaten Sprenkeling en Picokrie. Picokrie, een twintigjarige jongen uit Tilburg, kwam om tijdens een actie als brenschutter. Soldaat R. Smit werd zwaargewond naar een veldhospitaal gebracht en overleed de volgende dag.
Er waren zoveel gewonden dat brancards moesten worden geleend van Gevechtsgroep II, aan de overkant van de Maas.


Graven van de twee gesneuvelde Irenemannen Ligtvoet en Groottedorst in Hedel

Een militair merkte later op:

‘Zeven van de aanvullingen sneuvelden in Hedel misschien wel door hun onverschrokkenheid en te grote inzet.’

Verschillende jonge rekruten kregen het Bronzen Kruis. Onder hen waren soldaat J.S. Tiemstra, die op 25 april met zijn Brenmitrailleur menig Duitser uitschakelde, en soldaat J. Veldmeier, die met zijn PIAT een deel van de kerktoren verwoestte, zodat de Duitse sluipschutter daar geen hinder meer kon veroorzaken.
Van de twaalf Nederlandse doden en negenendertig gewonden die bij de Brigade in Hedel vielen, behoorden de meesten tot de aanvullingspelotons van pas opgeleide rekruten.

Visie van aanvuller F.L. Vogelenzang op de acties in Hedel

Diezelfde dag zwierven nog steeds groepjes Duitse militairen rond Hedel. Hun vuur bleef voor problemen zorgen. Een groep voormalige legionairs uit het Franse Vreemdelingenlegioen, die deel uitmaakte van Gevechtsgroep III, zuiverde het gebied op geroutineerde wijze.

In de buurt van de spoorbrug lokaliseerden zij Duitse sluipschutters die de afgelopen dagen de overstekende Buffalo’s veel last hadden bezorgd. Tien Duitsers werden gedood en vijf gevangengenomen.


Krijgsgevangen Duitsers in Hedel, met links vermoedelijk Brigadist Jan Tiemstra

De terugtocht uit Hedel
Als een donderslag bij heldere hemel kwam op 25 april om 12.00 uur het bericht dat alle troepen zich naar de zuidoever van de Maas moesten terugtrekken.
Vijfenveertig Duitse krijgsgevangenen werden afgevoerd. Onder hen bevonden zich militairen van de Wehrmacht, Kriegsmarine en Luftwaffe. Het was een gemengd gezelschap. Er waren ook mannen bij van de SS-Waffen-Grenadier-Brigade ‘Landstorm Nederland’. Deze eenheid omvatte ook Nederlanders en stond onder leiding van Duitse officieren.
Om 22.00 uur begon de terugtocht. De mannen van Gevechtsgroep I gingen aan boord van de Buffalo’s. Om 23.30 uur verliet Gevechtsgroep III als laatste Hedel.
Ondertussen vuurden de mortieren op de omliggende plaatsen Well, Ammerzoden en Kerkdriel. De Britse mariniers van het 28e en 30e Bataljon Royal Marines dekten de terugtocht. De oversteek verliep zonder problemen.
Alleen soldaat Van Duin van de Signals bleef nog even in Hedel achter. Hij gaf de artillerie de laatste aanwijzingen door. Toen de laatste Buffalo de Maas was overgestoken, zat ook zijn taak erop.
Van Duin rende in zijn onderbroek naar de Maas en sprong erin. Hij was kampioenzwemmer en wist het koude, stromende en gevaarlijke Maaswater te bedwingen. Ook hij bereikte veilig de overkant en was daarmee de laatste man van de Brigade die Hedel verliet.

Het einde van de strijd
Hedel vormde een tragisch slot van de actieve deelname van de Irene Brigade aan de Tweede Wereldoorlog. De operatie was begonnen op een moment waarop iedere dag een staakt-het-vuren kon worden verwacht. Het vasthouden van een bruggenhoofd zonder enig uitzicht op uitbreiding ervan was militair gezien een weinig zinvolle onderneming.
Een terugblik op de strijd luidde:

‘Het is niet te wijten aan standvastigheid van de Irene Brigade dat Hedel werd opgegeven. Zij was op dat moment zelfs aan de winnende hand en voelde er zelf helemaal niet voor om naar Brabant terug te keren. Ze wachtte op steun van het 28ste Bataljon Royal Marines dat vanuit Vlijmen zou oprukken, maar die hulp bleef uit.
Het was door ingrijpen van Montgomery hoogstpersoonlijk dat de Brigade de strijd moest opgeven. De gevechten brachten namelijk de voedseltransporten in gevaar. Om zeker te zijn dat de gevechten rond Hedel zouden stoppen en Operatie Orange een eind zou krijgen, had het oppercommando het 28ste Bataljon naar elders gestuurd. Daardoor was de Irene Brigade helemaal op zichzelf aangewezen.
De actie in Hedel getuigde wel van het hoge moreel en de volledige inzet van de Irenemannen.’

Op 26 april bezocht brigadier Philips, commandant van de Britse 116e Brigade, de Irene Brigade. Hij hield een toespraak waarin hij de situatie uiteenzette en grote waardering uitsprak voor de manier waarop de Brigade de actie van 23 tot en met 25 april had uitgevoerd.
Het 28e Bataljon Royal Marines was hem echter ontnomen en de vijand bleek sterker dan verwacht. Bovendien was er voor de komende tijd geen uitzicht op verder offensief optreden aan het Maasfront of in westelijke richting, naar Holland. Daarom besloot hij de troepen van de Irene Brigade terug te trekken. Het had geen zin om onnodig risico te blijven lopen.
De strijd rond Hedel was de laatste actie van enige betekenis op Nederlandse bodem waaraan Nederlanders deelnamen en waarin zij in alle opzichten tegen de Duitsers opgewassen bleken.
De oorlog was voorbij, maar de naam Hedel bleef in de Nederlandse krijgsgeschiedenis voortleven. Als blijvende herinnering aan de moed en opofferingsgezindheid waarmee de mannen van de Brigade hadden gestreden, prijkt de naam Hedel op het vaandel van de Brigade, naast St. Côme, Pont-Audemer, Beringen en Tilburg.
Een terugblik op de strijd verwoordde de redenen waarom de Brigade met voldoening op Hedel terugkeek:

‘De reden waarom in de Brigade altijd met voldoening wordt teruggezien op de strijd in Hedel, zijn vele. Ten eerste was het een operatie van brigadepersoneel alleen. Ten tweede vochten hier broederlijk naast elkaar ervaren soldaten met vijf of meer dienstjaren en rekruten, die in december en januari als oorlogsvrijwilliger hun eerste opleiding genoten hadden in de Brigade en hier voor het eerst het vuur ingingen. Ten derde heerste er gedurende het gehele gevecht een weldadige geest van saamhorigheid en wederzijds vertrouwen en begrip. Dat kwam bijvoorbeeld goed tot uitdrukking doordat de infanterieofficieren de artillerieofficieren, die hen zo voortreffelijk gesteund hadden, op 26 april 1945 een diner aanboden om hun dankbaarheid te tonen.’

Oud-veteraan Frans van der Meeren sloot zijn herinnering af met de woorden:

‘Nooit verzuim ik bij het passeren van de brug bij Hedel een blik te werpen in de richting van het haventje om zo de gesneuvelden daar te gedenken. Ik leefde door, zij sloten hun leven daar af.’

Klik hier voor artikel uit de Legerkoerier juni 1952 over de gevechten bij Hedel
Terug naar de inhoud