Vreemdelingenlegioen
Rekrutering
Het Franse Vreemdelingenlegioen en de Prinses Irene Brigade
Rekrutering – Nederlanders die via het Franse Vreemdelingenlegioen bij de Prinses Irene Brigade terechtkwamen.
Nederlanders in het Franse Vreemdelingenlegioen
Een bijzondere groep binnen de Prinses Irene Brigade bestond uit bijna vijftig voormalige legionairs van het Franse Vreemdelingenlegioen. Zij hadden jarenlang in Franse dienst gevochten en brachten daardoor veel militaire ervaring mee. Hun weg naar de Nederlandse strijdkrachten was echter anders dan die van de meeste andere brigadisten.
Het Franse Vreemdelingenlegioen was een onderdeel van het Franse leger waarin mannen met uiteenlopende nationaliteiten dienden. Onder hen bevonden zich politieke vluchtelingen die hun land waren ontvlucht vanwege de opkomst van fascistische en nationaalsocialistische regimes. Ook Nederlanders meldden zich aan. Sommigen werden aangetrokken door het avontuur, anderen zochten een mogelijkheid om te vechten tegen de dreiging die Europa in de jaren dertig in haar greep kreeg.
De Nederlandse legionairs dienden onder Franse bevelvoering en namen deel aan militaire operaties in verschillende delen van de wereld. Toen Frankrijk in 1940 door Duitsland werd verslagen, veranderde hun situatie ingrijpend. De oorlog ging door, maar de Franse nederlaag en de daaropvolgende ontwikkelingen maakten hun militaire positie ingewikkeld.
Een aantal Nederlanders bleef in Franse dienst en vocht vervolgens in Noord-Afrika en het Midden-Oosten tegen de Italiaanse en Duitse strijdkrachten. Later meldden voormalige legionairs zich bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland om zich aan te sluiten bij de Nederlandse strijdkrachten.
De weg naar de Prinses Irene Brigade
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde de Nederlandse regering in ballingschap zo veel mogelijk Nederlanders te verzamelen die bereid waren de strijd tegen Duitsland voort te zetten. De Prinses Irene Brigade, die in Engeland werd gevormd, bood daarvoor een mogelijkheid.
Onder de mannen die zich bij de Nederlandse strijdkrachten meldden, bevonden zich ongeveer vijftig voormalige legionairs. Zij hadden vaak al jaren militaire ervaring en waren gewend aan zware omstandigheden en gevechtshandelingen.
Onder de mannen die zich bij de Nederlandse strijdkrachten meldden, bevonden zich ongeveer vijftig voormalige legionairs. Zij hadden vaak al jaren militaire ervaring en waren gewend aan zware omstandigheden en gevechtshandelingen.
Hun overgang naar de Nederlandse strijdkrachten was niet uitsluitend een kwestie van militaire inzet. Voor sommige mannen speelde ook hun juridische positie een belangrijke rol. Volgens de geschiedschrijving op deze website was hun bij de werving beloofd dat zij in Engeland hun Nederlandse nationaliteit zouden kunnen terugkrijgen. Die toezegging vormde voor hen een belangrijke reden om het Franse Vreemdelingenlegioen te verlaten.
De kwestie van hun Nederlanderschap bleek echter niet snel geregeld. Volgens de bestaande beschrijving op deze website kregen de mannen hun Nederlandse nationaliteit uiteindelijk in juli 1944 terug, na veel aandringen. De precieze juridische omstandigheden en de wijze waarop deze kwestie werd afgehandeld, verdienen nader onderzoek aan de hand van oorspronkelijke documenten.
Willem Antonisse: van het Vreemdelingenlegioen naar de Irene Brigade

Een bijzonder inkijkje in de geschiedenis van deze groep biedt het persoonlijke verslag van Willem Antonisse uit Rotterdam. Hij beschreef zijn ervaringen in het Franse Vreemdelingenlegioen en zijn uiteindelijke overstap naar de Prinses Irene Brigade.
Antonisse meldde zich op 7 februari 1939 in Parijs voor vijf jaar dienst bij het Franse Vreemdelingenlegioen.
In zijn herinneringen rekende hij af met enkele vooroordelen over het legioen. Volgens hem bestond de groep waartoe hij in 1939 behoorde voor een groot deel uit politieke vluchtelingen. Hij noemde onder anderen Spanjaarden die het regime van Franco waren ontvlucht en Duitsers en Italianen die zich tegen de politieke ontwikkelingen in hun vaderland keerden. Zelf omschreef hij zich als een avonturier.
Na een zware opleiding in Algerije en een periode van dienst in Marokko werd zijn bataljon in september 1939, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, naar Frankrijk gestuurd.
Toen de Franse nederlaag in 1940 onafwendbaar leek, kreeg de eenheid opdracht terug te keren naar Noord-Afrika. Volgens Antonisse trok de groep naar Marseille, waar de militairen uiteindelijk met een koopvaardijschip naar Oran vertrokken.
In Noord-Afrika werd de eenheid aanvankelijk ingezet bij de Spaans-Marokkaanse grens. Later volgde de opdracht zich aan te sluiten bij Franse eenheden die samen met de Britten tegen de Italianen vochten.
Dat betekende een zware tocht door de Sahara en de Libische woestijn. Begin januari 1941 braken de troepen bij Sidi Barani door de Italiaanse linies en kwamen zij in contact met de Britten. Na een rustperiode in de omgeving van Alexandrië volgden nieuwe gevechten tegen de Italiaanse en Duitse strijdkrachten.

De slaapzaal van legionairs van het Franse vreemdelingenlegioen in Sidi-Bel-Abbès
Antonisse maakte de Noord-Afrikaanse veldtocht mee tot de geallieerde overwinning in Tunesië in mei 1943. Van de ongeveer achthonderd mannen waarmee zijn eenheid in 1939 was begonnen, waren er volgens zijn herinnering nog ongeveer vijftig over.
Hij verbleef vervolgens bij het hoofdkwartier van het legioen in Sidi-Bel-Abbès in Algerije. Toen zijn dienstverband van vijf jaar op 7 februari 1944 afliep, meldde hij zich bij het Nederlandse consulaat in Algiers. Daar gaf hij aan dat hij zich bij de Prinses Irene Brigade wilde aansluiten.
Uiteindelijk kwam hij terecht bij Gevechtsgroep III in Dovercourt, Engeland.
Zijn persoonlijke relaas laat zien hoe lang en ingewikkeld de weg naar de Nederlandse strijdkrachten kon zijn. Voor Antonisse betekende de overgang van het Franse Vreemdelingenlegioen naar de Prinses Irene Brigade het begin van een nieuwe fase in zijn militaire loopbaan.
Het volledige persoonlijke verslag van Willem Antonisse is te lezen op de afzonderlijke pagina Legionairs in Brigade.
Ervaren militairen binnen de Brigade

De voormalige legionairs vormden een bijzondere groep binnen de Prinses Irene Brigade. Zij hadden vaak al jaren dienstervaring en waren vertrouwd met militaire discipline, wapens en de omstandigheden van het front.
Die ervaring kon ook bij de opleiding van andere Nederlandse militairen van pas komen. In zijn herinneringen noemt Antonisse onder anderen Kees Rijnveld, Jean de Sturler en J. Samson, die als instructeurs optraden.
Er waren Nederlandse rekruten die nauwelijks Nederlands spraken. Sommigen waren opgegroeid in het buitenland of hadden jarenlang buiten Nederland gewoond. Daardoor ontstonden tijdens de opleiding taalproblemen.
Antonisse beschreef hoe korporaals theorie moesten geven in het Engels en Frans en soms zelfs in het Duits, omdat de onderofficieren niet altijd over de benodigde talenkennis beschikten.
In zijn relaas noemt hij ook René Schutz en diens neef André Schutz, evenals Edgar van Bloeme. Zijn beschrijving maakt duidelijk dat de voormalige legionairs niet alleen vanwege hun gevechtservaring van betekenis waren, maar ook door hun talenkennis en hun vertrouwdheid met een internationale militaire omgeving.
De groep was overigens niet homogeen. De mannen hadden verschillende achtergronden en persoonlijkheden. Hun gezamenlijke ervaring in het Franse Vreemdelingenlegioen betekende niet dat zij zich binnen de Brigade allemaal op dezelfde manier gedroegen.
Problemen rond het Nederlanderschap en de discipline
De komst van de voormalige legionairs verliep niet zonder problemen. In de geschiedschrijving over de Prinses Irene Brigade wordt melding gemaakt van spanningen binnen de eenheid.
Een belangrijke bron voor deze kwestie is de pagina Detachementen en speciale opdrachten (1941–1942) op deze website. Daarin wordt beschreven dat de legionairs bij hun werving de toezegging zouden hebben gekregen dat zij hun Nederlandse nationaliteit in Engeland konden terugkrijgen. Volgens die beschrijving duurde het tot juli 1944 voordat dit, na veel aandringen, werd geregeld.
De onzekerheid over hun juridische positie kan niet los worden gezien van hun bijzondere voorgeschiedenis. Zij hadden hun dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen beëindigd in de verwachting dat zij zich bij de Nederlandse strijdkrachten konden aansluiten en hun band met Nederland konden herstellen.
Daarnaast vermeldt de bestaande geschiedschrijving problemen met de discipline. De mannen stonden bekend als militair ervaren, maar er werden ook incidenten genoemd, waaronder stroperij en vechtpartijen.
De oorspronkelijke tekst verwijst in dit verband naar historicus Lou de Jong en zijn geschiedwerk over de Tweede Wereldoorlog. De opmerkingen over de legionairs moeten in die context worden gelezen: ze beschrijven problemen die binnen de Brigade werden gemeld, maar vormen geen bewijs dat alle voormalige legionairs zich op dezelfde manier gedroegen.
Het is daarom belangrijk onderscheid te maken tussen de militaire kwaliteiten van de groep, de problemen rond hun positie en het gedrag van individuele mannen.
Meer hierover staat op de pagina Detachementen en speciale opdrachten (1941–1942).
De legionairs tijdens de bevrijding van Frankrijk
De militaire ervaring van de voormalige legionairs kwam ook tijdens de gevechten in Frankrijk van pas. Een voorbeeld daarvan is hun inzet bij de verkenningen in de omgeving van de Seine aan het einde van augustus 1944.
Na de opmars door Normandië werd de Prinses Irene Brigade eind augustus ingezet in het gebied rond de Seine. Duitse troepen probeerden zich terug te trekken, terwijl bruggen waren vernield en rivierovergangen moeilijk te gebruiken waren.
Volgens het verslag op deze website werden vrijwilligers ingezet om de rivier over te steken en de situatie aan de overzijde te verkennen. Onder hen bevonden zich doorgaans voormalige legionairs die goed Frans spraken.
Tijdens nachtelijke verkenningen bij Vieux-Port staken zij de Seine over, onderzochten zij het terrein en legden zij contact met leden van de Franse ondergrondse, de Maquis.
Deze opdrachten vereisten niet alleen militaire ervaring, maar ook initiatief, zelfstandigheid en kennis van de Franse taal. De legionairs konden daardoor een nuttige bijdrage leveren aan de verkenningen en de contacten met de Franse verzetsbeweging.
De uitvoerige beschrijving van deze gebeurtenissen staat in het verslag van de opmars door Frankrijk en de omgeving van de Seine.

Legionairs van de Brigade in de omgeving van de Seine
Zie ook de pagina Inname Pont-Audemer en de biografie van Daan van de Velde.
De voormalige legionairs bij Hedel
Ook tijdens de gevechten bij Hedel, in april 1945, werden voormalige legionairs ingezet.
De Prinses Irene Brigade stak in de nacht van 22 op 23 april 1945 de Maas over om een bruggenhoofd bij Hedel te vormen. De operatie maakte deel uit van de geallieerde plannen om vanuit het zuiden verder op te rukken. De strijd verliep echter moeizaam en de Duitsers boden stevige tegenstand.
Volgens het verslag van de gevechten op deze website maakte een groep voormalige legionairs deel uit van Gevechtsgroep III. Zij werden ingezet om het gebied rond Hedel te zuiveren van Duitse militairen die zich daar nog ophielden.
Bij de spoorbrug lokaliseerden zij Duitse sluipschutters die de geallieerde oversteek hadden bemoeilijkt. Het verslag vermeldt dat tien Duitse militairen werden gedood en vijf gevangengenomen.
De inzet bij Hedel vormt een concreet voorbeeld van de rol die de voormalige legionairs aan het einde van de oorlog nog speelden. Hun eerdere militaire ervaring kwam opnieuw van pas in een situatie waarin verkenning, optreden tegen achtergebleven vijandelijke eenheden en het veiligstellen van terrein van groot belang waren.
De volledige beschrijving van de operatie staat op de pagina Hedel.
Een bijzondere groep binnen de Prinses Irene Brigade
De voormalige legionairs vormden een kleine, maar bijzondere groep binnen de Prinses Irene Brigade. Hun militaire loopbanen waren vaak al jaren vóór de oprichting van de Brigade begonnen. Sommigen hadden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gevochten, anderen brachten vooral ervaring en talenkennis mee die binnen de Nederlandse eenheid van pas kwamen.
Hun geschiedenis kende zowel militaire prestaties als moeilijkheden. De kwestie rond hun Nederlanderschap en de gemelde disciplineproblemen laten zien dat hun overgang naar de Nederlandse strijdkrachten niet vanzelfsprekend verliep. Tegelijkertijd tonen de verkenningen bij de Seine en hun inzet bij Hedel aan dat zij tijdens de bevrijding een rol van betekenis konden spelen.
Het verhaal van deze mannen maakt duidelijk dat de Prinses Irene Brigade niet uitsluitend bestond uit Nederlanders die rechtstreeks vanuit Nederland naar Engeland waren gevlucht. Ook mannen met een lange en internationale militaire voorgeschiedenis sloten zich bij de Brigade aan.
Hun ervaringen vormen daarmee een bijzonder onderdeel van de geschiedenis van de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en van de bevrijding van Nederland.
Verder lezen
Kijk hier voor nog meer informatie over Nederlanders in het Franse Vreemdelingenlegioen, een indrukwekkende website van Frans Janssen.
Hier kun je ook de namenlijst van de legionairs van de Brigade vinden.