De Brigade op Walcheren
In Nederland
De Prinses Irene Brigade op Walcheren
Onderdeel van de Atlantikwall – november 1944 tot 1945
Op 14 november 1944 werd de Prinses Irene Brigade vanuit Noord-Brabant overgebracht naar Zeeland. De strijd om de toegang tot de Schelde en de haven van Antwerpen was op dat moment grotendeels gestreden. Zowel Zuid-Beveland als Walcheren hadden zwaar geleden onder de gevechten tussen de Geallieerden en de Duitsers. Voor de Duitsers bleef Walcheren echter van groot belang. Het eiland vormde de sleutel tot de toegang tot de haven van Antwerpen.
De Brigade arriveerde op een zwaargehavend Walcheren. Door de geallieerde bombardementen op de dijken in oktober 1944 stond een groot deel van het eiland onder water. De inundatie beperkte de bewegingsvrijheid van de Duitse troepen sterk. Ook de Duitse artillerie die in het vrije veld stond opgesteld, kon hierdoor nauwelijks meer worden gebruikt. De Duitse verdediging concentreerde zich daardoor grotendeels op een betrekkelijk smalle strook langs de kust.
Daar bevond zich een uitgebreid systeem van bunkers en gevechtsstellingen dat onderdeel was van de Atlantikwall. Hoe kolossaal de omvang van deze Duitse verdedigingslinie was, blijkt uit de cijfers. Op de laatste peildatum van 25 juni 1944 waren tussen Spanje en Schiermonnikoog maar liefst 10.273 bunkers gebouwd, terwijl nog eens 799 bunkers in aanbouw waren. Het ging daarbij om een enorm netwerk van bunkers, geschutsstellingen, steunpunten en andere verdedigingswerken langs de kust van West-Europa.

De Duitse verdedigingswerken op Walcheren. Op de kaart zijn de vele Stützpunkte en Widerstandsnester aangegeven. In het noorden zijn onder meer de steunpunten Flensburg, Hamster en Zappot zichtbaar. Uit: G.G. van Dam, De Vaandeldrager nr. 32, 1993
Ook Walcheren maakte deel uit van dit omvangrijke systeem. Op de kaart van de Abschnitt Walcheren is duidelijk te zien hoe dicht het eiland bezaaid was met Duitse Stützpunkte. Door het grote aantal steunpunten behoorde Walcheren tot een van de sterkst verdedigde delen van de Atlantikwall. Veel van deze Stützpunkte droegen opvallende namen, die vaak aan opera's waren ontleend.
Tegen deze achtergrond kwam de Prinses Irene Brigade vanaf november 1944 op Walcheren terecht. De Nederlandse militairen kregen hun eigen sectoren toegewezen en kwamen daarbij rechtstreeks terecht in het landschap van de Atlantikwall, tussen Duitse bunkers, geschutsstellingen, mijnenvelden en andere verdedigingswerken.

Soldaten van de Prinses Irene Brigade op een Duitse artilleriebunker, Walcheren, februari 1945. Bron G.G. van Dam
De taak van de Brigade
Een van de belangrijkste opdrachten van de Prinses Irene Brigade was het bewaken van de kust van Noord-Walcheren tegen mogelijke Duitse of geallieerde landingen. Voor deze taak werd het gebied verdeeld in vier sectoren.
- Sector Vrouwenpolder
In de sector Vrouwenpolder werd de 2e Gevechtsgroep ingezet. Deze werd ondersteund door een antitankonderdeel, de Recce Unit en gemilitariseerd personeel van de Ordedienst (O.D.).
- Sector Oranjezon
De tweede sector was Oranjezon, waar zich voorheen het Duitse Stützpunkt Flensburg bevond. Hier werd de 3e Gevechtsgroep ingezet. Eén peloton van deze gevechtsgroep verbleef in Vlissingen.
- Sector Berkenbosch
De derde sector lag bij Berkenbosch, tussen Oranjezon en Domburg. Hier lagen de voormalige Duitse steunpunten Zappot en Hamster. De sector werd toegewezen aan de 1e Gevechtsgroep.
- Sector Westkapelle
De vierde sector liep van Domburg tot Zoutelande. Hier werd gemilitariseerd personeel van de voormalige O.D. ingezet, onder toezicht van personeel van de 1e Gevechtsgroep.
Deze indeling geeft een duidelijk beeld van de verspreiding van de Brigade over Noord-Walcheren.
Gedeelte van Fort Mammoet, het voormalige Duitse Stützpunkt Hamster. L 485 was de Mammutstand, de Duitse radarpost ten noorden van Oostkapelle. Bron G.G. van DamStützpunkt Hamster en de Mammut-radar
Een bijzonder onderdeel van de Duitse verdediging bevond zich bij Stützpunkt Hamster, ten noorden van Oostkapelle.
Hier had de Duitse Luftwaffe een Mammut-radarpost, type L 485, ingericht. De radarinstallatie stond op vier masten van ongeveer zestien meter hoog. Het antennescherm had een afmeting van ongeveer 10 bij 30 meter.
De radarpost werd op 1 oktober 1944 door een bombardement zwaar getroffen. De Mammut-installatie werd volledig vernield. De brokstukken van de vier masten lagen daarna verspreid in de duinen.
De voormalige Duitse radarpost werd later door de Brigade aangeduid als Fort Mammoet. Dit lag aan de zijde van Oranjezon. Aan de andere kant, richting Domburg, lag Fort Vierhoogten.
Wonen in Duitse bunkers
Voor de militairen van de Prinses Irene Brigade betekende de plaatsing op Walcheren niet alleen wachtlopen en patrouilleren. Zij moesten er ook de winter doorbrengen.
Opmerkelijk is dat de Duitse bunkers volgens G.G. van Dam daarvoor redelijk geschikt waren. De onderkomens waren ruim en beschikten over tafels, stoelen en slaapplaatsen. Ook waren er kachels waarmee de ruimtes goed verwarmd konden worden.
Aanvankelijk was het grootste probleem dat de elektriciteitsvoorziening niet functioneerde. Rond Kerstmis 1944 werd dit opgelost door de komst van een generator. De Brigade had het, wat de huisvesting betreft, volgens de auteur dan ook niet slecht getroffen in de voormalige Duitse Atlantikwall.
Hoe was de Atlantikwall georganiseerd?
De verdediging van de Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse kust maakte deel uit van een veel groter Duits systeem.
De Bevelanden, Walcheren en de Zeeuws-Vlaamse kust vormden volgens het artikel één afzonderlijk Duits commando binnen het 15e Leger, dat onderdeel was van het 88e Legerkorps.
Walcheren en de beide Bevelanden vielen onder het Küstenverteidigungsabschnitt A1. In de periode juli tot november 1944 maakte onder andere de 70. Infanterie-Division deel uit van de bezetting van dit gebied.
Ook Duitse eenheden van andere krijgsmachtdelen waren bij de verdediging betrokken. De Kriegsmarine was verantwoordelijk voor de verdediging van de wateren voor de kust, terwijl de Luftwaffe verantwoordelijk was voor onder meer radar en luchtafweer. Tijdens de strijd om de Westerschelde kon de Luftwaffe slechts beperkt steun vanuit de lucht leveren.

Bunker op de zeedijk bij Westkapelle, bewapend met een 4,7 cm PAK. Links generaal-observatiepost van Salmuth. Bron: G.G. van Dam
De Duitse bunkers
Van Dam beschrijft drie categorieën Duitse verdedigingswerken:
- F – Feldmässiger Ausbau
Veldstellingen van aarde en hout, bedoeld als tijdelijke versterking.
- Vf – Verstärkt feldmässiger Ausbau
Verdedigingswerken van metselwerk en/of beton, met wanddiktes van ongeveer 30 centimeter tot 1,5 meter.
- St – Ständiger Ausbau
Zware, bomvrije bunkers met muren en plafonds van ongeveer 2 tot 3,5 meter gewapend beton.
Voor de zware bunkers bestonden gestandaardiseerde ontwerpen, de zogenaamde Regelbau-typen. Aan het typenummer kon worden afgelezen waarvoor een bunker was ontworpen.
Een veel voorkomend klein type was de Tobruk. Dit was een open observatie- of gevechtspositie, vaak voorzien van een metalen ring waarop bijvoorbeeld een mitrailleur kon worden geplaatst.
Verteidigungsbereich Vlissingen
Een belangrijk onderdeel van de Duitse verdediging was het Verteidigungsbereich Vlissingen.
Dit verdedigingsgebied liep van Fort Rammekens bij Ritthem tot Groot-Valkenisse en strekte zich landinwaarts uit tot Koudekerke en Abeele.
Het hart van de verdediging was het Kernwerk Vlissingen, rond de Buitenhaven. Dit omvatte onder andere drie Panzerstützpunkte, een FLAK-batterij, een marinekustbatterij, een hospitaalcomplex, artillerieopstellingen en bunkers voor antitankgeschut en mitrailleurs.
Aan de landzijde lag een verdedigingslinie met een natte tankgracht en plaatselijk een tankmuur of Höckerhindernisse, de bekende Duitse 'drakentanden'. Bunkers met antitankgeschut en mitrailleurs moesten deze linie beschermen tegen een aanval met tanks.
Bunker bij Domburg.Bron G.G. van DamKustartillerie en luchtafweer
Ook langs de rest van Walcheren lagen Duitse kustbatterijen.
Volgens Van Dam stonden er onder meer:
• bij Dishoek vier stukken van 15 cm;
• in het Kernwerk Vlissingen drie stukken van 15 cm;
• bij Zoutelande vier stukken van 15 cm;
• bij Westkapelle vier stukken van 9,4 cm;
• bij Oostkapelle vier stukken van 9,4 cm;
• bij Domburg vier stukken van 22 cm.
Daarnaast waren langs de kust verschillende geschutsopstellingen en observatieposten aanwezig. Op de stranden waren versperringen tegen landingsvaartuigen aangebracht, waarbij sommige obstakels bovendien waren voorzien van mijnen of explosieven.
De luchtverdediging rond Vlissingen bestond uit vier zware FLAK-batterijen van de Marine-Flak-Abteilung 810. Deze bevonden zich bij Souburg, het Kernwerk Vlissingen, de Nolle en Breskens.
De Atlantikwall na de oorlog
Het artikel uit 1993 geeft ten slotte een interessant overzicht van wat er op dat moment nog van de Duitse verdedigingswerken op Walcheren aanwezig was.
Van het Kernwerk Vlissingen waren nog verschillende bunkers over. Ook het Landfront was volgens Van Dam in 1993 nog grotendeels intact. Bij Dishoek waren nog resten van de voormalige kustbatterij aanwezig.
Verder noemt hij bunkers bij onder meer:
• Klein-Valkenisse;
• Vlissingen;
• Ritthem;
• Westkapelle;
• Werendijke;
• Buttinge;
• Middelburg;
• Zoutelande.
In de duinen bij Zoutelande waren in 1993 onder andere nog een Beobachtungsstand, twee Gruppenunterstände en drie Doppelgruppenunterstände aanwezig. Ook tussen Zoutelande en Westkapelle was nog een munitiebunker te vinden.
Van Dam concludeerde dat er op Walcheren nog bijna honderd bunkers aanwezig waren. Hij pleitte vanuit historisch oogpunt voor het behoud ervan.
De Brigade tussen de Duitse verdedigingswerken
De plaatsing van de Prinses Irene Brigade op Walcheren vanaf november 1944 vormt daarmee een interessant hoofdstuk van haar oorlogsgeschiedenis.
De Brigade had in Normandië, België en Noord-Brabant al deelgenomen aan de bevrijdingstocht. Op Walcheren kreeg zij vervolgens een andere opdracht: niet langer het oprukken tegen een terugtrekkende Duitse tegenstander, maar het bewaken van een kustgebied dat nog steeds deel uitmaakte van een zwaar uitgebouwd Duits verdedigingssysteem.
De mannen van de Brigade bezetten daarbij voormalige Duitse steunpunten, verbleven in Duitse bunkers en kregen hun eigen sectoren toegewezen tussen Vrouwenpolder, Oranjezon, Berkenbosch, Domburg, Westkapelle en Zoutelande.
De voormalige Duitse Stützpunkte werden daarmee tijdelijk onderdeel van het dagelijks leven van de Prinses Irene Brigade.
Bron
G.G. van Dam, Venray, “Atlantikwall Abschnitt Walcheren”, De Vaandeldrager, nummer 32, juni/juli 1993, pp. 18-23. Het artikel vermeldt als aanvullende literatuur H. Sakkers en J.N. Houterman, Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen en J.C.P. Bremmers, Duitse bunkers op Walcheren.