Teun Boelhouwer
Biografieën oud-leden
Veteraan
Teun Boelhouwer (1917–1998): hoe zijn geschiedenis nog voortleeft
Tekst:
Ingrid G. Boelhouwer en Astrid van Rhijn-Boelhouwer in de Vaandeldrager van
december 2021
In mei 1945
liep een soldaat door de straat in de Da Costabuurt in Amsterdam. Hij vroeg aan
een op straat spelend jongetje of hij hem kon vertellen waar de familie
Hieselaar, zijn schoonouders, woonden. Het jongetje wees naar een bovenwoning
en de soldaat verdween in de richting van de portiek van de woning. Enkele
ogenblikken later kwam hij weer naar buiten en nam de jongen in zijn armen. Hij
had de weg gevraagd aan zijn eigen zoontje Ton, die hij tot dat moment alleen
maar kende van foto’s en uit de brieven van zijn vrouw Truus Lammerse.


Op een foto
zien we Teun Boelhouwer, sergeant bij de Prinses Irene Brigade, in het midden
staan. Op zijn arm zit zijn zoon Ton, bijna 5 jaar oud. Truus staat ernaast en
ze zijn omringd door familie, enkele andere militairen en bekenden.
Vanuit
Amsterdam naar Engeland
Van 1937 tot
1939 zat Teun (1917) in militaire dienst. Op 28 augustus 1939 begint de
algehele mobilisatie van het Nederlandse leger, dat uiteindelijk over 300.000
manschappen beschikt. In de maanden na de mobilisatie plaatst het Nederlandse
leger militairen door het hele land en begint het met het voorbereiden van de
verdediging voor een eventuele aanval. Stellingen worden verstevigd en soldaten
worden getraind. Nederland verwacht geen oorlog; er is groot vertrouwen in de
neutraliteit van ons land. Ook Teun Boelhouwer werd gemobiliseerd. Hij trouwde
in oktober 1939 met Truus Lammerse en toen de Duitse troepen in mei 1940
Nederland binnenvielen was zij zes maanden zwanger.
Teun, 3e linksboven, in Congleton
Teun, 3e linksboven, in CongletonEr is weinig
beeld bij zijn vertrek vanuit Nederland, behalve dat hij via Frankrijk in
Engeland aankwam. Hij verbleef in Congleton en Wolverhampton. Vanaf 11 januari
1941 behoorde Teun bij de Prinses Irene Brigade.
Van Engeland naar Suriname

Normandië en verder
Teun in het Zeeuwse Kortgene, winter '44-'45
Zoals bekend zijn in de Tweede Wereldoorlog ruim tweehonderd militairen van de Prinses Irene Brigade in Suriname actief geweest. In de Vaandeldrager nummer 134 in 2020 is hier ook nog een artikel aan gewijd.
In september 1941 biedt de Amerikaanse president F.D. Roosevelt aan om Amerikaanse soldaten naar Suriname te sturen om de bauxietmijnen te gaan bewaken. De Nederlandse regering in Londen vindt het noodzakelijk om, voordat de Amerikanen in Suriname aankomen, ook Nederlandse militairen naar Suriname te sturen. Zo ook de Prinses Irene Brigade.

Op de Van Kinsbergen, Teun 2e links
Teun is één van de militairen die zich hiervoor aanmeldt. Direct vertrekt hij met het eerste detachement bestaande uit 156 militairen met de Van Kinsbergen vanuit het Schotse Greenock.
Via onder andere Bermuda en Saba arriveert Teun op 26 september 1941 met de Prinses Irene Brigade in Paramaribo. Hij zal ingezet worden bij de bewaking van de bauxietmijnen in Moengo. Er zijn veel foto’s bewaard gebleven uit deze periode. Teun kreeg via het Rode Kruis post en foto’s vanuit Nederland. Via deze foto’s zag hij zijn zoon Ton steeds ouder worden. Op zijn beurt stuurde Teun foto’s van zichzelf naar huis, in Amsterdam.
Een foto die eind november in Kortgene wordt gemaakt zal één van de laatste foto’s zijn, tot aan de bevrijding in 1945.
Een foto die eind november in Kortgene wordt gemaakt zal één van de laatste foto’s zijn, tot aan de bevrijding in 1945.
Op de terugreis vanuit Suriname gaat het via Curaçao naar de U.S.A. Tijdens een wachtperiode in New York haalt Teun zijn rijbewijs. Het rijexamen had met name bestaan uit het in z’n achteruit rondom een woningblok rijden. Daar moest de familie later, alweer vele jaren thuis, nog erg om lachen. Na deze twee weken in New York gaan de mannen van de Brigade weer verder, richting Engeland.
Normandië en verder
Teun in het Zeeuwse Kortgene, winter '44-'45Het vertrek naar Engeland vindt begin 1944 plaats en op 7 augustus 1944 komen de troepen van daaruit aan in Normandië, bij Arromanches. Door een verwoest Frankrijk trekken ze via België naar Zeeland. Dan volgen de gevechten die tot de bevrijding van Tilburg leiden. Daarna gaat de Brigade door naar Hedel waar een zware slag plaatsvindt eind april 1945.
Teun sprak na zijn terugkeer niet veel over de oorlog. Eénmaal zei hij in ons bijzijn iets over de bevrijding van Tilburg. Hij vertelde dat hij op slechts 200 meter van Duitse soldaten door de modder kroop, vechtend voor zijn leven.
Terug naar het gewone bestaan
Het leven hernam zijn loop. Teun ging bij de Belastingdienst werken. Na Ton kreeg hij nog twee zonen. Teun praatte in familiekring niet over de oorlog, maar hij bezocht in zijn leven meerdere malen Normandië en hield contact met de andere oud-strijders van de Prinses Irene Brigade. Vrienden vanuit de Brigade waren blijvend belangrijk. Trouw bezochten hij en zijn vrouw de herdenkingen in Normandië en bij andere gelegenheden in Nederland. Hij droeg zijn medailles en het invasiekoord met trots.
De geschiedenis blijft leven
Zoals voor zovelen heeft de oorlog een blijvende impact gehad op het leven van Teun, maar ook op zijn familie. Zijn oudste zoon Ton is na de dood van zijn vader actief op zoek gegaan naar het verhaal van zijn vader. Veel weten we heden ten dage niet, maar het besef dat Teun heeft gestreden voor onze vrijheid dragen wij dagelijks met ons mee. De bijdrage in de Vaandeldrager van december 2021 is ons eerbetoon aan de Prinses Irene Brigade en in het bijzonder aan onze grootvader, veteraan Teun Boelhouwer.