Tony Kuipers (Plv comm. GGI) - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Tony Kuipers (Plv comm. GGI)

Biografieën oud-leden
Willy den Ouden was een van de grootste zwemkampioenen die Nederland ooit heeft gekend. Haar broer Antonius Wilhelmus Kuipers was een Engelandvaarder en kapitein bij de Prinses Irene Brigade. Beiden groeiden op in hetzelfde gezin in Rotterdam, maar de oorlog zou hen ieder een heel andere richting op sturen.

De familie, een verborgen geheim
Antonius Wilhelmus Kuipers werd geboren op 3 september 1914 in Rotterdam. Zijn ouders waren Antonius Victor Josephus den Ouden (1885-1963) en Willemeintje Johanna Kuipers (1890-1964). Zijn vader was eigenaar van het bekende Café Modern aan de Coolsingel in Rotterdam, een van meerdere restaurants die de familie bezat.
Den Ouden kon echter niet met Willemeintje trouwen vóór de geboorte van Antonius, omdat hij nog niet kon scheiden van een eerdere echtgenote.  Tony groeide, samen met zijn vier zussen, op als Den Ouden. Pas toen zijn geboorteakte nodig was voor de militaire dienst, ontdekte hij dat hij de meisjesnaam van zijn moeder had: Kuipers. Dat kwam als een schok. Toen Den Ouden later alsnog met Willemeintje trouwde, werd Antonius nooit officieel van naam veranderd, ook al was Den Ouden zijn biologische vader.
Uit het latere huwelijk van zijn ouders werden nog vier kinderen geboren, onder wie Willemijntje (Willy) den Ouden (1918-1997), de latere olympisch kampioen zwemmen. Willy was dus zijn volle zus, geen halfzus.
Als kind moesten de kinderen van hun grootouders regelmatig naar de katholieke kerk, ook in de strengste winter. Tony zei altijd dat dit hem voor zijn leven had genezen van religie.  Zelf zei Tony vaak dat zijn verjaardag op 3 september zowel het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde.
Hij studeerde economie aan de Universiteit Leiden, terwijl hij meewerkte in de restaurants van zijn ouders.

Antonius Wilhelmus Kuipers, de Engelandvaarder
Antonius Wilhelmus Kuipers was dienstplichtig officier bij het Nederlandse leger. Voor de oorlog was hij reserve-tweede luitenant (vanaf 1 januari 1937) en reserve-eerste luitenant (vanaf 1 januari 1941). Op zijn militaire kaart staan opvallende vermeldingen: "beroep: geen" en "godsdienst: geen". Hij werkte vóór de oorlog in de restaurants van zijn vader terwijl hij economie studeerde aan de Universiteit Leiden, dus hij vond waarschijnlijk dat hij geen formeel beroep had.
Tony diende op 10 mei 1940 als onderdeel van 3 R.I. (3e Regiment Infanterie) met de eenheidsaanduiding 2-111-27. Deze aanduiding wijst vermoedelijk op het 2e bataljon van het 11e regiment, dan wel een aan het 27e regiment gerelateerde eenheid. Op basis van historische gegevens van vergelijkbare eenheden kan worden vastgesteld dat deze troepen vanaf april 1939 waren gelegerd in Vak Bakel, een onderdeel van de Peel-Raamstelling. Dit was een belangrijke Nederlandse verdedigingslinie in Oost-Brabant, ontworpen om een Duitse opmars vanuit het oosten te vertragen. Vak Bakel lag in de gemeente Bakel en Milheeze. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat Antonius Kuipers op 10 mei 1940 eveneens in dit gebied gelegerd was.
Commandant van ‘Vak Bakel’ was de reserve luitenant-kolonel F.N.F. van der Schrieck en de commandopost was ingericht in villa De Romeijn in Deurne.

Wat gebeurde er op 10 mei 1940?
Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. De Peel-Raamstelling werd op diezelfde dag aangevallen. Bij het nabijgelegen Mill werd de stelling doorbroken met behulp van zware Duitse artillerie en een gepantserde trein. Hoewel de Nederlandse troepen aanvankelijk weerstand boden, werd al snel duidelijk dat de linie niet lang stand kon houden.

Overzicht opstelling van troepen verdediging Peel-Raamstelling-Bron Heemkundige Kring Erp

Op de avond van 10 mei ontvingen de eenheden in Vak Bakel, waaronder vermoedelijk die van Tony, het bevel zich terug te trekken. De terugtocht van het 27e Regiment Infanterie begon op 11 mei om precies 00:01 uur, de eerste minuut van de nieuwe dag.

De terugtocht en de gevechten
De eenheden trokken zich terug naar een nieuwe verdedigingslinie achter het Zuid-Willemskanaal, ter hoogte van Sluis 6 bij Beek en Donk. Hier namen zij op 11 mei opnieuw stelling op. Diezelfde dag raakten zij daar in gevecht met Duitse verkenners en moesten uiteindelijk terugtrekken naar het Zuid-Willemskanaal.
Het waren chaotische en gevaarlijke dagen, waarin Nederlandse militairen onder grote druk moesten manoeuvreren en vechten tegen een goed uitgerust en gemotiveerd vijandelijk leger.

De chaos en de nasleep
 
Alle onderdelen raakten door elkaar. Een deel van de eenheid kreeg het bevel naar Walcheren in Zeeland te gaan, waar op 17 mei 1940 de witte vlag werd gehesen. Velen werden krijgsgevangen gemaakt.
 
Tony koos echter een andere weg. Op de vlucht probeerde Tony met een groep militairen naar de Franse kust te vluchten. In het donker passeerde hij op een gegeven moment een rij soldaten die de andere kant op gingen. Hij bleef altijd volhouden dat het Duitsers waren.
 
Zoals Tony het later verwoordde: "De Nederlanders hadden gecapituleerd, maar Rotterdam werd een paar uur later platgebombardeerd." Het huis van zijn ouders werd verwoest en alle restaurants van de familie op één na. Willy’s gouden en zilveren medailles werden gevonden in de as van het verwoeste huis. Ze zijn tot op de dag van vandaag zwartgeblakerd en zonder linten.

De ontsnapping naar Engeland
 
Op de vlucht door Eindhoven en Breda reed zijn vrachtwagen in een bomkrater. Hij liet zijn officiersuitrusting en zilveren sigarettenkoker achter, nam alleen wat geld mee, en vorderde een paard en wagen vol melk. Aan de Belgische grens moesten alle Nederlandse soldaten hun wapens inleveren. Tony liep België ongewapend binnen en vorderde een Ford-vrachtwagen uit 1928.
 
Na veel omzwervingen bereikte hij met 17 man Antwerpen. Hoe hij precies vandaar in Oostende terechtkwam, is niet meer te achterhalen. Feit is dat hij op de ochtend van 18 mei 1940, vlak voor Oostende, zonder benzine raakte en dat bleek achteraf waarschijnlijk zijn redding. Veel van zijn kameraden die wél doorreisden, kwamen terecht op de Pavon, een stoomschip dat nabij Duinkerken lag. Op 20 mei, een uur na het uitvaren, werd de Pavon getroffen door een vliegtuigbom. Aan boord bevonden zich, naast andere soldaten, 1430 Nederlandse militairen. In totaal kwamen 150 mensen om het leven: 70 in de vlammenzee in het onderruim en 80 die overboord sprongen en verdronken. Van de Nederlandse militairen overleefden er 50 de ramp niet. Tony ontkwam aan dit lot doordat zijn vrachtwagen vastzat zonder benzine. Hij sprak vloeiend Frans en wist een boer te overtuigen hem benzine te geven. Zo kon hij zijn weg vervolgen.
De groep trok verder, wist vlak langs Duinkerken te komen, en belandde midden in het zware bombardement van Abbeville. Uiteindelijk werden ze naar Caen in Normandië gedirigeerd, waar zich ruim 1000 Nederlandse militairen verzamelden onder bevel van overste Koch, een militaire arts.
 
Tot 8 juni 1940 verbleef de groep nabij Caen, met onder meer zwemmen en Engelse les. Toen volgde het bevel zich naar Brest te begeven voor inscheping naar Engeland. Op 10 juni bereikte de colonne Brest, in het uiterste westen van Bretagne. Daar lag de lichtgrijze MS Prinses Beatrix van de maatschappij Zeeland gereed. Tony ging aan boord, waar hij nog een warme maaltijd kreeg,  waarvoor hij drie dekken op en neer moest om het eten uit de kombuis te halen.
Uiteindelijk kwam hij met de meeste manschappen in een tentenkamp in Porthcawl, Zuid-Wales, terecht, waar hij bij het beklimmen van de kliffen nog zijn uniform verwoestte en zijn pet en sabel verloor.
Ruim 1000 Nederlandse soldaten en officieren wisten naar Engeland te vluchten. Zij werden vergezeld door mannen van Nederlandse afkomst uit o.a. Australië, Zuid-Afrika, Canada en andere landen om de Nederlandse Troepen te vormen.

De Prinses Irene Brigade
Tony en Wil in Engeland

Op 11 januari 1941 werd in Congleton de Koninklijke Nederlandse Brigade opgericht en eind augustus 1941 kwam de toevoeging Prinses Irene, de laatste dochter van de koninklijke familie vóór de oorlog. Tony klom op tot Reserve Kapitein (benoemd op 1 augustus 1943, Koninklijk Besluit van 5 augustus 1943).
Op 22 mei 1943 trouwde hij in Engeland met de Britse Brenda Joan Bailey (geboren 17 juni 1917 in Longton, Staffordshire), dochter van Bill Bailey, de eigenaar van het Ash Hall hotel in Congleton, waar de Nederlandse officieren samenkwamen. Beiden trouwden in uniform.

Met hulp van het Rode Kruis werd Tony in Engeland herenigd met zijn beroemde zus Willy, die eveneens naar Engeland was ontsnapt. Zij was zijn enige Nederlandse familielid dat zijn bruiloft in Engeland bijwoonde.

Gevechtshandelingen en latere inzet
Na jaren van training kwam de Prinses Irene Brigade voor het eerst in actie op de stranden van Normandië in augustus 1944. Tony landde via de kunstmatige Mulberry-haven. Ze kampeerden bij Caen en rukten op naar Pont L'Évêque.


Tony uiterst rechts bovenin bij een buitgemaakte vat Calvados in Normandië

De intocht in Brussel op 3 september 1944, Tony’s verjaardag, was fantastisch: "Ik reed voorop en iedereen gooide met bloemen."
Op 20 september 1944 staken ze bij Borkel en Schaft de Nederlandse grens over. Tony nam deel aan Operatie Market Garden, "Een brug te ver", met als doel de bruggen bij Arnhem te veroveren. "We kwamen er niet," zei hij later.
Ze trokken door Eindhoven en gingen verder naar Nijmegen, waar ze uitbundig werden onthaald.
Daarna verplaatste de Brigade zich naar Oirschot en Tilburg, waar zware gevechten plaatsvonden en de brigade een belangrijke rol speelde bij de bevrijding van Tilburg.
Later was hij betrokken bij bewakingsoperaties op Walcheren, bij Vlissingen en Middelburg.  

Ziekenhuisopnames en medische afkeuring
Tony raakte tijdens het laatste oorlogsjaar meerdere keren uitgeschakeld door ziekte of verwondingen. De reden voor zijn ziekenhuisopname was dat zijn knieën het hadden begeven en hij nauwelijks kon lopen. Tijdens zijn training in Engeland had hij talloze parachutesprongen gemaakt. Toen zijn knieën volledig blokkeerden, werd hij eind december 1944 op een hospitaalschip teruggestuurd naar Engeland.
Uit de administratie is een gedetailleerde tijdlijn bewaard gebleven:

        Datum                                              Gebeurtenis
  • 17 december 1944 - Opname in The Queen Alexandra Hospital, Shenley near St. Albans
  • 21 december 1944 - Ontslag uit het hospitaal
  • 30 december 1944 - Heropname in hetzelfde hospitaal (terugval of complicatie)
  • 1 januari 1945        - Overgeplaatst naar Detachement Wolverhampton (administratie)
  • 22 januari 1945      - Overplaatsing naar 102 Military Convalescent Depot, Kingston upon Thames (een herstellingsoord voor herstellende militairen)
  • 12 maart 1945        - Ontslag uit het hospitaal

Hoewel hij op 12 maart 1945 werd ontslagen, was hij niet meer volledig geschikt voor troependienst. Op 16 april 1945, nog geen drie weken voor het einde van de oorlog, werd officieel vastgesteld dat hij op medische gronden niet geschikt was voor troependienst.
Hij werd daarop gedetacheerd bij het Detachement Londen en tewerkgesteld bij de IIe afdeling van het Departement van Oorlog. De rest van de oorlog bracht hij dus door achter een bureau in Londen, ver weg van het front.
De oorlog in Europa eindigde op 5 mei 1945 (Duitse capitulatie in Nederland) en op 8 mei 1945 (VE-Day). Tony had na zijn ziekenhuisopnames geen gevechtshandelingen meer meegemaakt.
Toen Rotterdam eenmaal was bevrijd, vloog hij in april 1945 terug vanuit Londen. "Het hele gezin was er, al waren ze wat magerder geworden," zei hij.

Na de oorlog: Zuid-Afrika
Na de oorlog bleef het leven in Engeland somber met aanhoudende rantsoenering. Brenda’s ouders hadden Zuid-Afrika bezocht en waren verliefd geworden op het land. Samen met Tony en zijn vrouw emigreerde het gezin in 1951 naar Zuid-Afrika.
Daar werd Tony's Nederlandse diploma niet erkend. Hij studeerde voor het diploma van het Chartered Institute of Secretaries en slaagde op 40-jarige leeftijd. Later werkte hij als accountant voor verschillende grote bedrijven in Durban.
Hij behield altijd zijn banden met Nederland en bezocht zijn familie regelmatig.
Tony overleed op 20 maart 1993 in Durban, Zuid-Afrika, op 79-jarige leeftijd, aan de gevolgen van een mislukte operatie aan een aneurysma. Zijn as werd bijgezet in de Rose Garden van Durban. Zijn vrouw Brenda overleed in 1999.

Met dank voor de informatie en foto's: Veana Scott-Kuipers, dochter van Tony
Terug naar de inhoud