Van Nederland naar Groot Britannië
Mei-juni 1940
Mei–juni 1940: De vlucht uit Nederland naar Engeland

Van de Duitse inval naar de vorming van een Nederlandse strijdmacht in Engeland
Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. Nederlandse militairen vochten op verschillende plaatsen tegen de Duitse troepen, maar de Duitse opmars verliep snel. Na enkele dagen van zware gevechten, waaronder het bombardement op Rotterdam, capituleerde het Nederlandse leger op 14 mei 1940. In Zeeland ging de strijd nog enige tijd door, mede doordat daar Franse en Belgische troepen aanwezig waren.
Voor veel Nederlandse militairen betekende de capitulatie niet dat hun oorlog voorbij was. Zij wilden zich niet bij de Duitse bezetting neerleggen en hoopten de strijd aan de zijde van de geallieerden te kunnen voortzetten. Anderen kwamen door de omstandigheden op een vluchtweg terecht zonder dat zij vooraf wisten waar die hen zou brengen.
Er bestond geen algemeen evacuatieplan voor de Koninklijke Landmacht. Militairen raakten soms het contact met hun eenheid kwijt. Commandanten van kleinere groepen en individuele militairen moesten beslissen wat zij zouden doen. Ook de beschikbare vervoermiddelen, de oprukkende Duitse troepen en de chaos onder vluchtende burgers bepaalden welke route mogelijk was.
Zo ontstonden verschillende tochten door Nederland, België en Frankrijk. Uiteindelijk bereikten groepen Nederlandse militairen de Franse kust, waar zij vanuit verschillende havens naar Engeland werden overgebracht.

Ingetekende kaart van W. Molenaar, gevangenisdirecteur van Ooltgensplaat. Het betreft de vlucht van de Politietroepen en Marechaussees van Nederland, via België en Frankrijk naar Zuid-Engeland. Kaartje beschikbaar gesteld door M. Berrier.
Geen enkele vlucht verliep hetzelfde
De militairen die in Engeland terechtkwamen, vormden geen groep die in één keer en langs één route was geëvacueerd. Hun verhalen verschillen sterk.
Sommige militairen trokken vanuit Brabant naar het zuiden en probeerden via België en Frankrijk de Duitse troepen voor te blijven. Een groep marechaussees verliet eveneens Nederland en trok via België en Frankrijk verder. Ook Politietroepen kwamen in het zuiden terecht. Een deel daarvan had terugtochtbevelen gevolgd; andere militairen waren betrokken bij de verplaatsing van gevangenen en personeel uit interneringskampen.
Daarnaast waren er burgerchauffeurs van wie voertuigen werden gevorderd om militairen, gewonden en materieel te vervoeren. Zij raakten daardoor bij de terugtocht betrokken en kwamen uiteindelijk eveneens in Engeland terecht. Een afzonderlijk verhaal is dat van militairen uit IJmuiden, die betrokken waren bij het vervoer van Duitse krijgsgevangenen naar Engeland.
De verschillende groepen kwamen elkaar onderweg tegen, reisden soms gezamenlijk verder en werden later opnieuw gesplitst. De bestaande verslagen laten zien hoe onvoorspelbaar de omstandigheden waren.
De belangrijkste verhalen over de vlucht
Op de volgende pagina's worden de afzonderlijke routes en ervaringen uitvoeriger beschreven:
- Het verhaal van Reinier Rutte en de overtocht van IJmuiden naar Engeland.
De pagina's bevatten persoonlijke herinneringen, rapporten, routebeschrijvingen, foto's en namenlijsten. Ze vormen samen het gedetailleerde verslag van de verschillende vluchtwegen.
Door België en Frankrijk naar de kust
Voor veel militairen lag de route naar Engeland niet rechtstreeks vanuit Nederland. Zij moesten eerst door België en Frankrijk trekken. Onderweg werden zij geconfronteerd met Duitse luchtaanvallen, wegversperringen, terugtrekkende geallieerde troepen en grote aantallen vluchtende burgers.
De groepen maakten gebruik van fietsen, gevorderde auto's, autobussen en vrachtwagens. Soms konden zij met andere militairen verder reizen; soms moesten zij hun eigen weg zoeken. Ook waren er verschillen in de bevelen die zij ontvingen. Niet iedereen wist of hij zich bij een andere Nederlandse eenheid moest melden, zich bij Franse troepen moest aansluiten of zelfstandig verder moest trekken.
In de persoonlijke verslagen komen die onzekerheid en de moeilijke omstandigheden duidelijk naar voren. Een tocht die aanvankelijk als een korte terugtocht begon, kon uiteindelijk weken duren.

Marechaussees die nog even poseren met de chauffeurs
Brest: een belangrijke vertrekhaven
Voor een groot aantal Nederlandse militairen werd Brest, in Bretagne, een belangrijke plaats op weg naar Engeland. Daar verzamelden zich groepen die via verschillende routes door Frankrijk waren aangekomen.
Op 10 juni 1940 vertrok het schip Prinses Beatrix uit Brest. Aan boord bevonden zich Nederlandse militairen, onderofficieren, officieren en anderen die de overtocht naar Engeland maakten. Op 11 juni kwamen 43 officieren en 830 onderofficieren en manschappen in Plymouth aan. De aankomst betekende voor hen het begin van een nieuwe fase: zij waren buiten het bezette Nederland, maar moesten nog worden ondergebracht en opnieuw georganiseerd.
Ook andere groepen maakten gebruik van schepen om Engeland te bereiken. De beschikbare verslagen noemen onder meer de Flensburg. De ervaringen verschilden: sommige militairen konden met een groep vertrekken, terwijl anderen langer moesten wachten of hun voertuigen moesten achterlaten.
'De Beatrix in Brest aan de kade. Een korporaal van de Politietroepen kijkt u aan.
Aankomst in Engeland en Wales
De aankomst in Engeland betekende niet dat de Nederlandse militairen direct in een goed georganiseerd legeronderdeel werden opgenomen. De Britse autoriteiten moesten vaststellen wie de aangekomenen waren, waar zij konden worden ondergebracht en welke militaire taken zij konden vervullen.
Een deel van de Nederlandse militairen kwam in Wales terecht. Daar werden zij onder meer opgevangen in Haverfordwest en Porthcawl. De omstandigheden waren in het begin eenvoudig. Er moesten onderkomens worden ingericht, de groepen moesten worden geregistreerd en er moest duidelijkheid komen over hun verdere bestemming.
De verschillende achtergronden van de aangekomenen speelden daarbij een rol. Er waren beroepsmilitairen, dienstplichtigen, marechaussees, Politietroepen en burgerchauffeurs. Sommigen waren als georganiseerde eenheid aangekomen; anderen hadden een lange en chaotische tocht achter de rug.
Op de volgende pagina's wordt beschreven hoe de opvang in Wales verliep:
- De aankomst en het verblijf van Nederlandse militairen in Haverfordwest.
- Het verblijf in Porthcawl en de verdere organisatie van de Nederlandse troepen.
Van vluchteling en uitgeweken militair naar een nieuwe eenheid
Na aankomst in Engeland moest worden bepaald hoe de Nederlandse militairen verder zouden worden ingezet. De mannen waren uit verschillende onderdelen afkomstig en hadden niet allemaal dezelfde opleiding, rang of ervaring. De Nederlandse regering in ballingschap wilde de beschikbare militairen opnieuw organiseren om aan de geallieerde strijd te kunnen deelnemen.
De opvang in Wales en de verdere vorming van Nederlandse eenheden vormden een belangrijke stap op weg naar de Koninklijke Nederlandsche Brigade. De periode van mei en juni 1940 was daarmee niet alleen een verhaal van vluchten en overleven, maar ook van het opnieuw opbouwen van een Nederlandse militaire organisatie buiten bezet Nederland.
Het vervolg van deze geschiedenis staat in de pagina's over Aankomst in Wales, het Depotbataljon en de latere periode in Congleton.
Bronnen en persoonlijke verhalen
Deze overzichtspagina is bedoeld als wegwijzer. De afzonderlijke pagina's bevatten de uitgebreide verslagen en herinneringen waarop het verhaal berust, waaronder:
Door deze verslagen naast elkaar te lezen, wordt duidelijk dat de vlucht naar Engeland geen enkele gezamenlijke reis was, maar een samenloop van verschillende tochten en persoonlijke ervaringen.