Karel Zwart - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Karel Zwart

Biografieën oud-leden


Erewacht bij uitvaart op Erebegraafplaats Loenen (Bron: J. de Jong-Zwart)

Karel Zwart (1926–2023)

“Wees lief voor elkaar. Goed voorbeeld doet goed volgen.” — Karel Zwart

Op de Nationale Militaire Begraafplaats in Loenen rust Karel Zwart – een man die als jonge jongen de oorlog meemaakte, zich aansloot bij de Prinses Irene Brigade en zijn leven lang in dienst bleef van anderen.
Zijn verhaal is er één van moed, plichtsbesef en kameraadschap. Maar bovenal is het het verhaal van een gewone jongen uit Leiden, die in buitengewone omstandigheden zijn weg vond – en daarin een voorbeeld werd voor velen.

Karel in seremonieel tenue (Bron: J. de Jong-Zwart)

Een leven in dienst van vrijheid
Wanneer je de foto’s van Karel Zwart bekijkt, zie je verschillende gezichten van één leven. De jonge soldaat met vastberaden blik. De militair in ceremonieel uniform. De veteraan, trots met zijn onderscheidingen. En tenslotte de man die wordt herdacht – omringd door respect en herinnering.
Achter al die beelden schuilt een verhaal dat begint in oorlogstijd.

Een jongen die moest kiezen
Karel Zwart wordt geboren op 6 februari 1926 in Leiden. Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is hij nog een jongen. Zijn jeugd verandert ingrijpend wanneer hij op zeventienjarige leeftijd wordt opgeroepen voor de Duitse arbeidsdienst.
Hij besluit niet te gaan.
In plaats daarvan duikt hij onder. Hij komt terecht in Noord-Holland, waar hij werkt bij boeren en later in een melkfabriek. Het is een bestaan vol onzekerheid. De dreiging van arrestatie is voortdurend aanwezig.
Die dreiging wordt werkelijkheid wanneer hij wordt opgepakt. Hij weet te ontsnappen, maar de ervaring laat diepe indruk achter. Ook maakt hij zware bombardementen mee, onder andere in Westkapelle, waar de oorlog zich in alle hevigheid laat zien.
Toch houdt hij stand.

De jonge Karel als soldaat (Bron: J. de Jong-Zwart)

Contact met de Irene Brigade
Het is november 1944 wanneer Karel Zwart besluit zich aan te sluiten bij de Prinses Irene Brigade. Na maanden van onderduiken en onzekerheid wil hij niet langer afwachten, maar zelf bijdragen aan de bevrijding van Nederland.
Op dat moment is de brigade actief in Zeeland. Na de zware gevechten om de Scheldemonding worden Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland stap voor stap bevrijd. In deze regio wordt de brigade ingezet voor bewakingsdiensten en het veiligstellen van het gebied, terwijl elders in Nederland nog volop wordt gevochten.
Samen met zijn broer vertrekt Karel vanuit Middelburg richting het frontgebied. Het is een gevaarlijke tocht. Wegen zijn beschadigd, bruggen vernield en op verschillende plaatsen bevinden zich nog Duitse troepen. Toch weten zij de geallieerde linies te bereiken.
Daar meldt Karel zich als vrijwilliger.
Aangenomen wordt dat hij vervolgens wordt opgenomen bij de aanvullingstroepen van de Prinses Irene Brigade. Deze zijn in die periode onder meer gelegerd in Bergen op Zoom, waar nieuwe vrijwilligers worden voorbereid op inzet.
Aanvankelijk zijn deze aanvullingstroepen verspreid over meerdere locaties, waaronder Vreekwijk, Leopoldsburg en de HBS in Bergen op Zoom. Begin 1945 brengt majoor Looringh van Beeck hier verandering in door de voormalige Cort Heijligerskazerne in gebruik te nemen. Om te voorkomen dat Britse troepen de kazerne zouden opeisen, geeft hij haar een nieuwe naam: Prinses Irene Kazerne.
Vanaf eind februari 1945 worden de aanvullingstroepen hier samengebracht. De opleiding duurt ongeveer acht weken en is intensief. In korte tijd leren de mannen omgaan met wapens, militaire discipline en samenwerking in het veld.

Karel tijdens zijn opleiding met rechts Henk Hasselman (Bron: J. de Jong-Zwart)

Voor Karel betekent deze periode de overgang van onderduiker naar militair. De tijd is kort, de oorlog nog in volle gang. Toch ontstaat er snel een sterke onderlinge band tussen de mannen, die zich allen voorbereiden op wat komen gaat.
Na deze opleiding volgt de inzet aan het front.

Hedel
Op 9 april 1945 krijgt de Prinses Irene Brigade bevel zich te verplaatsen naar het Maasfront bij ’s-Hertogenbosch. Daar wordt zij ingedeeld bij de Britse 116e Brigade en neemt stelling bij Fort Crèvecoeur, aan de zuidzijde van de Maas. De opdracht is in eerste instantie het gebied tegenover Hedel en Heusden te beveiligen.
Aan de overzijde ligt Hedel, een verlaten en, waargehavend dorp. Sinds de gevechten na Market Garden is het grotendeels verwoest en door de Duitsers tot Sperrgebiet verklaard. De bevolking is geëvacueerd; wat resteert is een spookachtig landschap van kapotte huizen, openstaande deuren en verlaten straten.
Vanaf 18 april worden verkenningspatrouilles uitgevoerd. Daarbij blijkt dat het gebied deels verlaten is, maar niet zonder gevaar: er liggen mijnen en de situatie blijft onzeker. Toch groeit het vermoeden dat de Duitse bezetting zwakker is dan gedacht.
Op 19 april volgt een nieuwe opdracht. Gevechtsgroep I van de brigade krijgt bevel om bij Hedel de Maas over te steken. Tegelijkertijd zullen Britse Royal Marines bij Kerkdriel de rivier oversteken. Het doel is om vanuit deze bruggenhoofden de Bommelerwaard verder te bevrijden. De operatie krijgt de codenaam Orange.
In de nacht van 22 op 23 april steken de eerste eenheden van de Prinses Irene Brigade de Maas over in amfibievoertuigen. Ze landen tussen Hedel en Ammerzoden en weten een bruggenhoofd te vormen. Aanvankelijk lijkt de weerstand beperkt. Enkele Duitse militairen worden verrast en krijgsgevangen gemaakt.
Maar al snel verandert de situatie. Wanneer de Britten bij Kerkdriel op zware tegenstand stuiten en zich moeten terugtrekken, komt de volledige druk op de Nederlandse troepen bij Hedel te liggen. Duitse eenheden rukken op en zetten de aanval in.
Wat volgt zijn hevige gevechten in en rond het dorp. De Duitsers vallen aan met artillerie, mortieren en machinegeweren. De strijd wordt man-tegen-man uitgevochten, onder meer in huizen en zelfs in de kerk van Hedel. De jonge en vaak onervaren Nederlandse soldaten moeten zich staande houden tegen een fel en fanatiek vechtende tegenstander.
Voor Karel en zijn kameraden is dit de harde werkelijkheid van de oorlog. Hier wordt duidelijk wat hun korte opleiding in de praktijk betekent. Onder vuur, in verwarring en met gevaar van alle kanten moeten zij handelen en overleven.
Op 25 april bereikt de strijd een nieuw hoogtepunt. Duitse troepen proberen het bruggenhoofd te omsingelen en zetten alles op alles om de Nederlanders terug te dringen. De gevechten zijn intens en gaan gepaard met zware verliezen.
Uiteindelijk krijgen de Nederlandse troepen bevel zich terug te trekken. De onderhandelingen over voedselhulp aan de hongerlijdende bevolking in West-Nederland mogen niet in gevaar komen. In de avond van 25 april steken de laatste eenheden de Maas weer over.
De tol is zwaar: twaalf militairen van de Prinses Irene Brigade zijn gesneuveld. Velen van hen zijn jonge vrijwilligers, die pas kort daarvoor hun opleiding hebben voltooid. Ook aan Duitse zijde vallen aanzienlijke verliezen.
Voor Karel is Hedel een beslissende en vormende ervaring. Hier ervaart hij de oorlog in zijn meest directe en harde vorm: als aanval, onder vuur, met kameraden die sneuvelen en plannen die abrupt eindigen.
De strijd bij Hedel blijft daarmee een indringende episode, in de geschiedenis van de Prinses Irene Brigade, maar ook in het leven van Karel Zwart. Een herinnering aan moed, verlies en de onvoorspelbaarheid van oorlog, zo kort voor de bevrijding.

De bevrijding
Wanneer de geallieerden verder oprukken, komt de bevrijding van Nederland dichterbij.
Karel maakt deze periode van nabij mee. Hij trekt met zijn eenheid door bevrijd gebied en ziet hoe de bevolking hen verwelkomt.
In Wageningen is hij getuige van de capitulatie van de Duitse troepen. Het moment waarop Nederland weer vrij is, maakt diepe indruk.

Een nieuwe werkelijkheid
Na de bevrijding verandert de rol van de Prinses Irene Brigade. In juli 1945 wordt de brigade omgevormd tot een regiment. Karel blijft in dienst.
De oorlog in Nederland is voorbij, maar zijn militaire loopbaan gaat verder.

Indonesië
In 1946 vertrekt Karel naar Nederlands-Indië. Daar is de situatie gespannen en onrustig.
Op Java neemt hij deel aan patrouilles en militaire operaties. De omstandigheden zijn zwaar: tropische hitte, dichte jungle en een vijand die zich moeilijk laat zien.
Voor zijn inzet ontvangt hij onderscheidingen, waaronder het Ereteken voor Orde en Vrede en het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Militair en mens

Karel tijdens zijn verblijf in Suriname (Bron: J. de Jong-Zwart)

Na zijn terugkeer blijft Karel werkzaam binnen Defensie. Hij vervult verschillende functies en groeit uit tot een ervaren militair.
In de jaren zestig volgt een uitzending naar Suriname, waar hij opnieuw onder uitdagende omstandigheden werkt.
Wie hem later ontmoet, ziet geen man die zijn rol overschreeuwt, maar iemand die zijn plicht heeft gedaan: bescheiden, betrokken en trouw.


v.l.n.r: Henk Laurens, Nelleke Swinkels en Karel bij monument in Normandië

Herinnering en verbondenheid
Op latere leeftijd blijft Karel betrokken bij herdenkingen en veteranenbijeenkomsten. Zijn onderscheidingen vertellen een verhaal, maar zijn houding misschien nog wel meer.
Hij blijft verbonden met zijn kameraden en met de geschiedenis waarvan hij deel uitmaakte.

Foto grafsteen van Karel (Bron: J. de Jong-Zwart)

Een laatste eer
Op 23 maart 2023 overlijdt Karel Zwart op 97-jarige leeftijd. Hij wordt begraven op de Nationale Militaire Begraafplaats in Loenen.
Tijdens de uitvaart vormen militairen een erewacht. Een laatste groet aan iemand die zijn leven in dienst stelde van zijn land en zijn medemensen.


Karel Zwart bleef zijn leven lang verbonden met zijn familie, zijn kameraden en de geschiedenis waarvan hij deel uitmaakte.
Zijn verhaal leeft voort in herinneringen, foto’s en de mensen die hij achterliet.


Dit verhaal is gebaseerd op het levensverhaal van Karel Zwart uit 2015, aangevuld met familiearchief en historische gegevens over de Prinses Irene Brigade.



Terug naar de inhoud