E.J. Strauss - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

E.J. Strauss

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Suriname
Achternaam: Strauss
Voornamen: Erwin Joachim
Voorletters: E.J.
Beroep: koopman
Rang: Korporaal
Mil. onderdeel: Kon. Ned. Brig. Prinses Irene
Geboorteland: Frankfurt aan de Main, Duitsland
Geboortedatum: 27-03-1914
Overlijdensplaats: Suriname
Overlijdensdatum: 16-01-1942
Begraafplaats: Nieuwe Hoogduitse begraafplaats
Gemeente: Paramaribo
Land: Suriname
Bron foto graf: Jules Donk
Martin Strauss

Familie Strauss: van Duitsland naar Amerika

Erwin was een zoon van Martin Strauss, geboren in 1879 in Heilbronn en overleden in 1929 in Frankfurt, en Auguste Gertrude, roepnaam Trude, Lindheimer, geboren in 1889 en overleden in 1934.
Zijn ouders trouwden op 6 november 1909 in Frankfurt am Main. Zij kregen twee kinderen:
  • Irmgard, geboren op 26 juni 1911 en overleden op 7 januari 2005;
  • Erwin Joachim, geboren op 27 maart 1914 en overleden op 16 januari 1942.

Visum van Irmgard (Bron: MyHeritage)

Het graf van Irmgard op Woonlawn Cemetery in The Bronx, NY.
(Bron:
Find a grave- Neil Funkhouser)

In de jaren twintig reisde de familie Strauss regelmatig per schip naar New York. De reizen begonnen onder meer in Hamburg, Rotterdam of Le Havre. Het gezin woonde in Frankfurt aan de Schumannstraße 29, maar had ook een appartement in Manhattan, New York.
Een document uit 1925 vermeldt dat er in het appartement in New York twee dienstmeisjes werkzaam waren: de 27-jarige Nene Masheimer en de toen maar liefst 86-jarige Emma Whaner.
Ook in latere Amerikaanse documenten duiken familieleden en adressen op die helpen om de familiegeschiedenis te reconstrueren.
Op een immigratieformulier uit 1940 werd bij Irmgard nog een broer genoemd, aangeduid als S. Strauss, met als adres 525 Lexington Avenue in New York. De precieze identiteit van deze persoon is op basis van de hier vermelde gegevens niet met zekerheid vast te stellen.
Een broer van vader Martin was Alfred Bernhard Strauss, geboren in 1881. Hij woonde aanvankelijk op 307 West 79th Street in New York. Dit adres werd tot 1936 als contactadres gebruikt. In 1939 woonde hij vermoedelijk op 160 Riverside Drive.

Visum van Alfred (Bron: MyHeritage)

Het overlijden van zijn ouders
Erwins vader Martin overleed in 1929, op vijftigjarige leeftijd. Zijn moeder Auguste Gertrude overleed in 1934, op 45-jarige leeftijd. Beiden werden begraven op de Joodse begraafplaats in Frankfurt.


Het graf van Erwins ouders op de Joodse begraafplaats in Frankfurt am Main.

Erwin komt naar Nederland
Het is niet duidelijk waarom Erwin Duitsland verliet. Uit het bevolkingsregister van Den Haag blijkt dat hij op 4 mei 1931, toen hij zeventien jaar oud was, vanuit Lausanne naar Den Haag kwam. Hij vestigde zich aan de Stevinstraat 66.
Vermoedelijk werd hij opgevangen door zijn oom Karl Jacob Strauss, geboren in 1886 en overleden in 1973, en diens vrouw Elsie, geboren als Resine Wilhelmine Reis. Zij hadden drie kinderen:
  • Julian Wilhelm (1919–1993);
  • Alfred Friedrich, roepnaam Freddy (1921–2005);
  • Dorothy Charlotte (1926–2019).
De familie woonde aan de Brugseweg 38 in Scheveningen.
Erwin verhuisde later binnen Den Haag. Eind juli 1932 woonde hij aan de Bosschestraat 125. In maart 1934 stond hij ingeschreven aan de Gevers Deynootweg 172, een adres aan de straat die tegenwoordig bij een plein in Scheveningen hoort.

Militaire dienst in Nederland
Omdat Erwin volgens de dienstplichtwet al zes jaar in Nederland woonde, kon hij zich als vrijwillig dienstplichtige aanmelden. Hij onderging de medische keuring en werd op 23 maart 1937 geplaatst bij het 4e Regiment Infanterie.
Vlak voordat hij met groot verlof zou gaan, werd hij op 5 september 1937 overgeplaatst naar het Korps Motordienst.
Zijn militaire loopbaan was daarmee begonnen, al zou zijn leven zich spoedig opnieuw buiten Nederland afspelen.


 Aankondiging verloving  Bron: CBG                Bron: The Straits Time, blz.16 - 16 mei 1937

Bron:  AD, 19 april 1937
Krantenberichten uit 1937 over de verloving van Erwin Strauss en Willy den Ouden. Bronnen: onder meer het CBG en de historische krantenverzamelingen.

De verloving met zwemster Willy den Ouden
Begin 1937 verscheen Erwins naam plotseling in verschillende Nederlandse kranten. Op 1 april 1937 verloofde hij zich met Willemijntje, roepnaam Willy, den Ouden, een van de bekendste Nederlandse zwemsters van haar tijd.
Willy den Ouden werd op 1 januari 1918 in Rotterdam geboren. Zij overleed daar op 6 december 1997.
Haar ouders waren Antonius Victor Jozephus den Ouden (1885–1963), een Rotterdamse caféhouder, en Willemijntje Kuipers (1890–1964). Het echtpaar kreeg vier kinderen, van wie Willy de oudste was. Haar moeder had uit een eerdere relatie al een zoon, Antonius Wilhelmus Kuiper (1914–1993).
Willy's vader was eigenaar van het bekende Rotterdamse café Modern aan de Coolsingel.

Willy den Ouden na haar zilveren medaille op de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles. Bron: Wikipedia.

Een zwemster van wereldklasse
In de jaren dertig behoorde Willy den Ouden tot de internationale top van de vrije slag. Ze was pas veertien jaar oud toen ze deelnam aan de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles. Daar won ze zilveren medailles op de 100 meter vrije slag en met de Nederlandse ploeg op de 4 × 100 meter vrije slag.
In 1931 en 1934 werd ze Europees kampioen op de 4 × 100 meter vrije slag. In 1934 won ze bovendien de Europese titel op de 100 meter vrije slag.
Ze was de eerste vrouw die de 100 yards binnen één minuut zwom. Haar wereldrecord op de 100 meter vrije slag verbeterde ze van 1 minuut en 6 seconden in 1933 naar 1 minuut en 4,6 seconden in 1936. Dat record bleef 23 jaar staan, totdat de Australische Dawn Fraser het in 1956 verbeterde.
Tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn won Willy met de Nederlandse ploeg goud op de 4 × 100 meter vrije slag. In totaal vestigde zij vijftien wereldrecords.

Klik hier voor gedetailleerde sportinformatie van Willy.

Erwin Joachim Strauss. De foto is bekend geworden door de publiciteit rond zijn verloving met zwemster Willy den Ouden.
Bron: Bataviaasch DB 5 april 1937

De internationale pers volgt het stel
De verloving van de jonge militair en de beroemde zwemster trok veel belangstelling. Ook de internationale pers volgde het paar. Dankzij die publiciteit is er een foto van Erwin bekend gebleven.
In een krantenbericht werd Erwin omschreven als een sportliefhebber die zelf zwom en sprong, hoewel hij geen lid was van een sportvereniging. Ten tijde van zijn verloving was hij dienstplichtig militair.

In mei 1937 nam Willy in Rotterdam afscheid van de wedstrijdsport. Bij die gelegenheid werd een speciale Willy-Erwin-beker genoemd in een artikel in De Graafschapbode.


Het Nederlandse staatsburgerschap
Volgens het Staatsblad van 28 april 1938 verkreeg Erwin Strauss op die datum het Nederlandse staatsburgerschap. Hij werd daarbij vermeld als koopman, woonachtig in Scheveningen.
Dit gegeven is belangrijk voor zijn verdere levensloop. Hoewel hij in Duitsland was geboren en later naar de Verenigde Staten vertrok, bleef hij als Nederlands staatsburger verbonden aan Nederland. Tijdens de oorlog zou dit ook gevolgen hebben voor zijn militaire verplichtingen.

Deze door Ai gegenereerde foto toont Erwin Strauss waarschijnlijk als 2e Luitenant bij het 4e Regiment Infanterie, in het nieuwe grijze dagelijks tenue van 1937. De zijpet met koord en de tuniek met borstzakken zijn kenmerkend voor jonge officieren in die overgangsperiode.

Vertrek naar New York in september 1938
Op 24 september 1938 vertrok Erwin met het schip Volendam vanuit Rotterdam naar zijn familie in New York. Hij keerde daarna niet meer terug naar Nederland.
In een artikel over het leven van Willy den Ouden, gepubliceerd in De Havenloods op 9 maart 1961, stond dat haar verloofde overhaast naar New York was vertrokken omdat hij nerveus werd van het oprukkende nationaalsocialisme.
In de geraadpleegde informatie is geen duidelijke melding gevonden van een formele verbreking van de verloving. Wel blijkt dat Willy en Erwin elkaar al vanaf medio 1938 uit het oog verloren.
Erwin vestigde zich in New York bij zijn oom Alfred Bernhard Strauss, die toen aan Riverside Drive 140 woonde. Daar studeerde Erwin aan de Dillars Quaile School of Music.

Een beschrijving uit 1940
Een Engelstalig document uit 1940 bevat een korte lichamelijke beschrijving van Erwin:
  • Gewicht: 170 Engelse ponden, ongeveer 77 kilogram;
  • Huidskleur: donker;
  • Oogkleur: bruin;
  • Haarkleur: zwart;
  • Lengte: 5 voet en 6 inch, ongeveer 1,68 meter.

Willy den Ouden tijdens de oorlog
Erwin en Willy waren inmiddels van elkaar gescheiden door de Atlantische Oceaan en de ontwikkelingen in Europa.
In het voorjaar van 1940 werd Willy gevraagd een hoofdrol te spelen in de speelfilm Van ’t één komt het ander. Zij zou daarmee worden gelanceerd als zwemster en filmster, naar het voorbeeld van de Amerikaanse Esther Williams.
Een van de medeproducenten was Jo Paerl, de vader van Willy's vriendin Jetty Paerl. Zijn vrouw en dochter bezochten de filmset in Brussel aan de vooravond van Pinksteren 1940.
Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel, werden de filmopnamen gestaakt. Naar huis terugkeren was niet meer mogelijk. Het gezelschap besloot daarom naar het zuiden te rijden. Via Parijs kwamen ze eind mei aan in Bordeaux, waar het Nederlandse koopvaardijschip De Nigerstroom hen meenam naar Londen.
In Londen vernam Willy dat haar ouderlijk huis in Rotterdam tijdens het bombardement van 14 mei 1940 was verwoest. Bijna al haar medailles en prijzen gingen verloren in het brandende puin.
Ze was niet alleen haar vertrouwde thuis kwijtgeraakt, maar ook het contact met Erwin, haar Joodse verloofde die naar zijn familie in New York was vertrokken.

Jetty Paerl, later bekend als Jetje van Radio Oranje. Bron: A.R. Bantzinger.

Willy en Jetty in Londen
Op 11 januari 1941 werd de oprichting van de Prinses Irene Brigade gevierd. Tijdens het feest zong Jetty Paerl een Nederlandse versie van We'll Meet Again, het bekende lied van de Britse zangeres Vera Lynn, die bekendstond als de 'Sweetheart of the Forces'.
Medewerkers van de BBC waren bij het feest aanwezig. Zij wisten dat de makers van Radio Oranje op zoek waren naar een zangeres voor het wekelijkse cabaretprogramma De Watergeus, waarin de Duitse bezetter op de hak werd genomen.
Zo werd Jetty Paerl bekend als Jetje van Radio Oranje.


Bron: Ancestry

Opgeroepen voor militaire dienst
Als Nederlands staatsburger moest Erwin zich in augustus 1940 verplicht laten registreren als dienstplichtige. Deze verplichting gold voor Nederlandse mannen in het buitenland die tussen 1904 en 1921 waren geboren.
Op 19 maart 1941 moest hij zich melden bij het opleidings- en trainingskamp van de Koninklijke Nederlandse Brigade in het Canadese Stratford.
Op 30 april 1941 had hij de rang van korporaal. Op 17 juni vertrok hij vanuit Canada naar het Verenigd Koninkrijk. Hij kwam daar op 1 juli 1941 aan en werd een dag later bij de brigade geplaatst.
Daarna reisde hij door naar het kamp Wrottesley Park in Wolverhampton, de thuisbasis van de brigade.

De oproep voor een bijzondere opdracht
In september 1941 werd in Wolverhampton een oproep gedaan voor vrijwilligers voor de zogenoemde War-task Overseas. Een groep militairen meldde zich aan voor een bijzondere opdracht buiten Europa.
Uiteindelijk bestond de groep uit ongeveer negentig mannen, onder wie Erwin Strauss. Zij zouden worden ingezet in Suriname, dat destijds onder Nederlands bestuur stond. De groep vormde het tweede detachement van de Prinses Irene Brigade dat naar Suriname werd gestuurd.
De mannen stonden onder bevel van kapitein Van Stolk.
Op 14 oktober 1941 vertrokken zij vanuit Greenock in Schotland aan boord van het grote troepentransportschip Pasteur. Het schip vervoerde daarnaast ongeveer drieduizend leden van de Royal Air Force, die in Canada zouden worden opgeleid.
De overtocht vond plaats in een konvooi dat zwaar werd bewaakt. De Nederlandse militairen lagen op dek F, vooraan in het schip en onder de waterlijn.
J.J. Samson beschrijft de overtocht
In zijn dagboek beschrijft J.J. Samson van de Prinses Irene Brigade het vertrek met de Pasteur. Hij noemt daarbij verschillende militairen die deel uitmaakten van het detachement, onder wie Erwin Strauss.

Samson schrijft:
We scheepten eind september 1941 in op de Pasteur in Greenock, Schotland. We waren met ongeveer 90 man, onder commando van kapitein Van Stolk. Verder nog: Erwin Strauss, Eussie, Jan Telman, Jan van Polanen, Jim Gobets, Rinus Verbeek en nog een stel waarvan ik niet zeker meer weet tot welk detachement ze hebben behoord. O ja, Edgar van Bloeme en Van Aggelen waren ook van de partij, want ik heb nog een foto van een steward die op de Lady Nelson aan hen het bordje 'Out of bounds for all troops' wijst. De Pasteur had verder nog een man of 3000 RAF aan boord, voor training in Canada. Dat was kostbare lading en we werden dus goed bewaakt, door een groot vliegtuigmoederschip (Enterprise?) en heel wat destroyers. De Dutchies lagen op dek F, vooraan onder de waterlijn. Het konvooi voer snel, zeker 21 knopen, zodat U-boten weinig kans hadden ons te raken. Bovendien kwam de tweede dag een zware storm opzetten. Iedereen was zeeziek, behalve ik en nog een handjevol lui, zodat we in en uit de kantine liepen, wat ons voordien uren kostte.
— J.J. Samson, dagboek Prinses Irene Brigade.

Samsons beschrijving geeft een persoonlijk beeld van de overtocht. Hij noemt Erwin Strauss expliciet als een van de militairen die met het detachement vertrokken.

De overtocht naar Suriname
Met de Lady Nelson door het Caribisch gebied

Na de overtocht naar Canada reisden de militairen verder naar hun bestemming in Zuid-Amerika.
In Halifax gingen zij aan boord van de Lady Nelson, een kleiner schip dat verschillende eilanden in het Caribisch gebied aandeed. Het schip was een zogenoemde island hopper en voer langs onder meer Bermuda, Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius, Saint Vincent, Barbados, Grenada, Tobago en Trinidad. Uiteindelijk bereikten de reizigers Georgetown in Brits-Guiana, het huidige Guyana.
Aan boord bevonden zich ook plaatselijke en inheemse reizigers. Volgens de overgeleverde beschrijving moesten zij op het achterdek verblijven, waar zich ook kippen, varkens en andere dieren bevonden.
Vanuit Georgetown werden de Nederlandse militairen met de Cottica over de Surinamerivier naar Paramaribo gebracht.
Daar werden zij verwelkomd door de muziekkapel van het garnizoen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en door het eerste detachement van de Prinses Irene Brigade. Dit eerste detachement, onder bevel van kapitein Van den Hoek, was op 30 september 1941 in Suriname aangekomen.
De omstandigheden waren anders dan de mannen gewend waren. De uniformen vormden aanvankelijk een allegaartje. Sommige militairen droegen korte broeken met wollen sokken; anderen liepen op gymschoenen. Later kregen zij tropenuniformen van het KNIL uitgereikt, die beter geschikt waren voor het warme en vochtige klimaat.

Aankomst  2e detachement met de Cottica in Paramaribo (Collectie Verbeek)

Voor Erwin betekende de aankomst in Paramaribo opnieuw een grote verandering. Na zijn vertrek uit Duitsland, zijn verblijf in Nederland en de Verenigde Staten en zijn militaire opleiding in Canada en Engeland, bevond hij zich nu in Zuid-Amerika.

Codisten (Coll. Riemersma)

Erwin Strauss bij de codedienst
Een belangrijke aanwijzing over Erwins laatste periode in Suriname is te vinden in het dagboek van J.J. Samson, een militair van de Prinses Irene Brigade.
Samson schreef over Erwin, die bij zijn vrienden bekendstond onder de bijnaam Pasja:

Zo was er bijvoorbeeld de zaak Erwin Strauss, Pasja, zoals vrienden hem noemden. Hij was als jongen van 17 jaar uit Duitsland gevlucht.
Toen de codedienst in Suriname medewerkers zocht, heeft hij zich daarvoor opgegeven, gezien zijn intelligentie en talenkennis, moest deze baan hem op het lijf geschreven zijn. Hij werd echter niet door zijn collega’s geaccepteerd op grond van het feit dat hij in Duitsland geboren was. Ik weet dat hij zich dit zeer heeft aangetrokken en ik vermoed dat dit de reden van zijn zelfdoding is geweest.
Twee jaar later ben ik in New York zijn oom en zijn zuster gaan opzoeken.

Deze passage werpt een bijzonder licht op Erwins verblijf in Suriname. Volgens Samson beschikte Erwin over de intelligentie en talenkennis die hem geschikt maakten voor werk bij de codedienst. Toch zou hij door collega's zijn afgewezen vanwege zijn Duitse geboorteplaats.
Samson schreef dat Erwin zich dit sterk had aangetrokken. Hij vermoedde dat deze ervaring een rol had gespeeld bij zijn overlijden.
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen wat Samson uit eigen waarneming beschreef en wat hij zelf als verklaring vermoedde. Zijn dagboek is een waardevolle persoonlijke bron, maar bewijst op zichzelf niet dat de afwijzing door collega's de oorzaak van Erwins overlijden was.
De passage maakt wel duidelijk dat Erwin mogelijk met ernstige persoonlijke moeilijkheden te maken had. Zijn Duitse afkomst en zijn Joodse achtergrond vormden een belangrijk onderdeel van zijn levensgeschiedenis. Dat hij juist binnen de Nederlandse militaire organisatie met afwijzing zou zijn geconfronteerd, maakt deze herinnering extra schrijnend.

Samson vermeldde bovendien dat hij twee jaar later in New York de oom en zus van Erwin bezocht. Daarmee blijkt dat hij na de oorlogsjaren contact zocht met de familie van zijn overleden kameraad.

Het overlijden van Erwin Strauss
Erwin Joachim Strauss overleed op 16 januari 1942 in Suriname. Hij was toen korporaal bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene en nog geen 28 jaar oud.
In het dagboek van J.J. Samson wordt zijn overlijden in verband gebracht met zelfdoding. Samson vermoedde dat de afwijzing die Erwin bij de codedienst zou hebben ervaren, daarbij een rol had gespeeld. Zolang geen aanvullende bronnen deze verklaring bevestigen, moet dit als een vermoeden van Samson worden beschouwd.

De laatste dagen van Erwin Strauss

De woning aan de Malebatrumstraat 19 in Paramaribo, waar Erwin Strauss tot zijn overlijden woonde.
Foto: Henk Nijssen


Erwin Strauss woonde tot aan zijn overlijden in de Malebatrumstraat 19 in Paramaribo.

Bericht over Erwin Strauss in dagblad De West van 23 januari 1942.

Na zijn overlijden op 16 januari 1942 verscheen in de Surinaamse krant De West aandacht voor zijn overlijden.
Aankondiging in dagblad De West van 26 januari 1942 betreffende de veiling van de inboedel van Erwin Strauss.

Ook de inboedel van Erwin Strauss werd na zijn overlijden openbaar geveild. Een aankondiging in De West van 26 januari 1942 maakt melding van deze veiling.

Een foutieve overlijdensdatum in een militair document
In een document waarin Erwin Strauss wordt vermeld, staat abusievelijk dat hij op 16 juni 1942 is overleden. Dit is onjuist: de juiste overlijdensdatum is 16 januari 1942.


In dit document wordt bij Erwin Strauss abusievelijk 16 juni 1942 als overlijdensdatum vermeld. Zijn juiste overlijdensdatum is 16 januari 1942  Bron: Nationaal Archief

Deze fout is van belang voor de geschiedschrijving, omdat een onjuiste datum gemakkelijk in latere overzichten kan worden overgenomen. Door de fout expliciet te benoemen, wordt voorkomen dat de verkeerde datum verder wordt verspreid.

Het verdere leven van Willy den Ouden
Terwijl Erwin in Suriname diende, bouwde Willy den Ouden in Europa een nieuw leven op.
Op 28 oktober 1943 trouwde zij met Gustav Staffan Brons, geboren in 1919 en zoon van een Zweedse diplomaat die in Londen was gestationeerd.
In Londen kwam Willy terecht bij het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps. Ook haar vriendin Jetty Paerl, diende daar; zij reed er op een drietonner. Na de landing in Normandië stak Willy met enkele andere vrijwilligsters over naar Oostende.
Na de oorlog verhuisden Willy en Gustav naar Saltsjöbaden in Zweden. Het huwelijk hield echter niet lang stand. In 1946 keerde Willy terug naar Rotterdam.
Later trouwde zij nog tweemaal. In november 1953 trouwde ze in Amsterdam met Wicher Hooite Jager (1920–1990). Dit huwelijk eindigde in 1957 in een scheiding. In oktober 1958 trouwde zij in Rotterdam met Jan Edwin Schupper (1915–1978). Ook dit huwelijk was van korte duur: na ongeveer een halfjaar gingen zij uit elkaar.
Willy leefde de rest van haar leven grotendeels buiten de openbaarheid. Zij overleed op 6 december 1997 in Rotterdam.
Haar levensverhaal en dat van Erwin Strauss waren door de oorlog uiteengelopen. Beiden maakten ingrijpende gebeurtenissen mee, maar hun wegen kruisten elkaar niet meer.

Het onderzoek naar Erwin Strauss
Erwin Strauss was lange tijd een onbekende naam binnen de geschiedenis van de Prinses Irene Brigade. Door uitgebreid onderzoek van de webmaster zijn zijn levensloop en familiegeschiedenis geleidelijk gereconstrueerd.
Het onderzoek omvatte onder meer Nederlandse bevolkingsregisters, historische kranten, gegevens over zijn Nederlandse nationaliteit en militaire dienst, Amerikaanse immigratiegegevens en familiegegevens.
Ook de herinneringen van J.J. Samson zijn van belang. Zijn dagboek vermeldt Strauss zowel bij de overtocht naar Canada als in de passage over zijn werk bij de codedienst in Suriname.
Het onderzoek heeft daarnaast geleid tot contact met familieleden van Strauss in de Verenigde Staten. Daarmee werd het mogelijk om de herinnering aan hem ook binnen zijn familie opnieuw onder de aandacht te brengen.
Richard van de Velde publiceerde over zijn bevindingen in de pers en werkte aan de bekendmaking van de geschiedenis van Strauss. Zijn onderzoek droeg eraan bij dat de naam van Strauss binnen de herinnering aan de Prinses Irene Brigade meer aandacht kreeg.

Postume uitreiking van het Mobilisatie-Oorlogskruis
Op 12 juli 2024 vond op de Nederlandse ambassade in Washington een bijzondere plechtigheid plaats. Militair attaché kolonel Peter Nieuwenhuis reikte daar postuum het Mobilisatie-Oorlogskruis uit aan drie familieleden van Erwin Joachim Strauss.
De onderscheiding erkende zijn militaire dienst en bracht een vergeten Nederlandse militair opnieuw onder de aandacht.


Tijdens de plechtigheid op de Nederlandse ambassade in Washington op 12 juli 2024 werd postuum het Mobilisatie-Oorlogskruis uitgereikt aan drie familieleden van Erwin Joachim Strauss. Van links naar rechts: Thomas Ruppel, Denise en Henry Adler, en militair attaché kolonel Peter Nieuwenhuis.

De uitreiking was een bijzonder moment voor de familie en voor iedereen die zich inzet voor het behoud van de herinnering aan de Nederlandse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven verloren.
Erwin Strauss was niet langer alleen een naam op een lijst. Zijn familie wist nu meer over zijn leven, zijn diensttijd en zijn overlijden in Suriname.

Behoud van zijn grafmonument
Het graf van Erwin Strauss op de Nieuwe Hoogduitse begraafplaats in Paramaribo is een tastbare herinnering aan zijn leven en zijn dienst bij de Prinses Irene Brigade.
Stichting Dodenakkers.nl is gevraagd advies uit te brengen over de restauratie van het grafmonument.
Het behoud van de zerk is belangrijk, niet alleen voor de familie Strauss, maar ook voor de geschiedenis van de Nederlandse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog buiten Europa omkwamen.

Nieuwe Hoogduitse begraafplaats
Bron foto: René ten Dam/ Bureau Funeralia

De teruggevonden laatste rustplaats van Erwin Strauss
Via een reader over historische begraafplaatsen in Paramaribo kwam Richard van de Velde, onderzoeker en webmaster van deze website, in contact met de geschiedenis van het graf van Erwin Strauss. Via tussenpersoon Deryck Ferrier kwam hij in contact met Jules Donk van de kleine Israëlitische Gemeente Suriname. (Zie hem bij minuut 20: https://anderetijden.nl/artikel/6760/Jorgen-Raymann-in-Verborgen-verleden)
Jules Donk verrichtte grondig onderzoek in het grafregister van de Nieuwe Hoogduitse begraafplaats in Paramaribo. Daaruit bleek dat Erwin Strauss er sinds 17 januari 1942 begraven ligt. Met behulp van een zogenoemde legger wist Donk ook het inmiddels vergeten graf te lokaliseren.



Op de door de tand des tijds aangetaste grafsteen was de volgende tekst nog te lezen:
ERWIN JOACHIM STRAUSS
Geb: 27.3.1914.
Overl: 16.1.1942.
Korporaal bij de K.N.B. Prinses Irene.

De grafsteen bevestigt daarmee zijn identiteit, zijn geboorte- en overlijdensdatum en zijn rang bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene.

Het graf van Erwin Joachim Strauss op de Nieuwe Hoogduitse begraafplaats in Paramaribo. Op de grafsteen staan zijn naam, geboorte- en overlijdensdatum en zijn rang als korporaal bij de K.N.B. Prinses Irene. Foto: Jules Donk.

Verder onderzoek door Deryck Ferrier en Jules Donk bracht aan het licht dat de Joodse metselaar Coronel de zerk had gemetseld.

Waarom Erwin Strauss in Suriname begraven bleef
De Joodse leer speelt een belangrijke rol bij de verklaring waarom Erwin Strauss in Paramaribo begraven bleef en niet naar Nederland werd overgebracht.
Volgens de informatie uit het onderzoek staat de Joodse traditie het opgraven van eenmaal begraven personen niet toe. Daarbij wordt verwezen naar de Talmoed en de opvatting dat een overledene slechts eenmaal begraven mag worden. Om die reden werd het stoffelijk overschot van Strauss niet opgegraven om het naar Nederland over te brengen.
Midden jaren zeventig werden drie andere overleden leden van de Prinses Irene Brigade herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen. Erwin Strauss bleef echter rusten op de Nieuwe Hoogduitse begraafplaats in Paramaribo.
Zijn graf vormt daarmee een blijvende herinnering aan een jonge Nederlandse militair die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Suriname overleed.

Bronnen en verantwoording
Bij het onderzoek naar Erwin Joachim Strauss is gebruikgemaakt van verschillende soorten bronnen, waaronder:
  • Gegevens uit de Haagse bevolkingsregisters.
  • De vermelding van Erwin Strauss in het Staatsblad van 28 april 1938.
  • Historische krantenartikelen over Erwin Strauss en Willy den Ouden.
  • Gegevens over de zwemcarrière van Willy den Ouden.
  • Amerikaanse immigratie- en familiegegevens, waaronder materiaal dat via MyHeritage is geraadpleegd.
  • Gegevens over de militaire dienst van Erwin Strauss en zijn plaatsing bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene.
  • Het dagboek van J.J. Samson, met passages over de reis naar Suriname en de codedienst.
  • Het militaire document waarin de overlijdensdatum van Strauss onjuist als 16 juni 1942 wordt vermeld.
  • Onderzoek naar het graf van Strauss door
    Deryck Ferrier
    en Jules Donk.
  • Gegevens over de uitreiking van het Mobilisatie-Oorlogskruis aan familieleden in Washington op 12 juli 2024.
  • Aanvullend historisch en genealogisch onderzoek door Richard van de Velde.

Met veel dank aan D. Ferrier, J. Donk, R. Rijks en Ludmilla en Keren van StamboomVragenForum

Terug naar de inhoud