Oefeningen en opleiding in Engeland (1943
Wolverhampton > Wrottesley Park
Oefeningen en opleiding in Engeland (1943)
De Brigade verlaat het kampleven
Na de reorganisatie van 1 januari 1943 moest de Prinses Irene Brigade worden voorbereid op haar taak als gemotoriseerde gevechtseenheid. Om de militairen uit het gewone kampleven te halen, werden de verschillende onderdelen naar Britse kampen en eenheden overgebracht. Daar konden zij volgens Britse werkwijzen oefenen en ervaring opdoen met hun nieuwe organisatie en materieel.
De Brigadestaf bleef op Wrottesley Park. De verschillende gevechtsgroepen, de verkenningsafdeling en de artillerie kregen elders in Engeland hun opleiding.

Een overzicht van de verblijfplaatsen van de Brigade in Engeland.
De tweede gevechtsgroep naar Stanhill Camp
Op 1 mei 1943 vertrok de tweede gevechtsgroep als eerste onderdeel naar Stanhill Camp, tussen Accrington en Blackburn.
Voor het vervoer werden de prima GMC-vrachtwagens helaas ingeruild voor Dodge-vrachtwagens. De manschappen werden ondergebracht in Nissenhutten boven op een heuvel.
In Stanhill maakten zij voor het eerst kennis met radar. De installatie bestond uit een wirwar van gespannen draden op geringe hoogte. De tweede gevechtsgroep werd ingedeeld bij de Lancaster Fusiliers.
De eerste gevechtsgroep naar Barrow-in-Furness
Op 3 mei 1943 werd de eerste gevechtsgroep verplaatst naar Barrow-in-Furness. De militairen werden daar ondergebracht in houten barakken.
Het was de bedoeling dat zij in de omgeving samen met een brigade van de Black Watch oefeningen zouden houden. Daarbij ging het niet alleen om oefeningen op het land, maar ook om oefeningen waarbij vanuit zee werd opgetreden.
Barrow-in-Furness ligt ten zuiden van het Lake District, een bijzonder mooi gebied waar in het seizoen veel toeristen kwamen. Om het toerisme niet te hinderen, mochten militaire oefeningen daar alleen worden gehouden van oktober tot en met juni.
Een van de militairen herinnerde zich twee oefeningen in het bijzonder:
"Ik herinner mij een tweetal oefeningen. De eerste was een aanvalsoefening in het Lake District, samen met de Black Watch. De tweede was een 'invasie-oefening'. Deze was uitzonderlijk zwaar en het uithoudingsvermogen werd zwaar onder druk gezet. De zwaarte kwam in het bijzonder tot uitdrukking doordat de laatste honderd meter naar de kust erg modderig waren en het moeilijk was de persoonlijke bewapening schoon en droog te houden."
De oefeningen vroegen veel van de militairen. Vooral het laatste stuk naar de kust was zwaar door de modder. Tegelijkertijd boden de oefeningen een belangrijke gelegenheid om samen met een Britse eenheid te trainen en de samenwerking in de praktijk te oefenen.

Oefeningen van de Brigade in augustus 1943 Bron: Wikimedia Commons
De verkenningsafdeling naar Morecambe
Halverwege mei 1943 vertrok de verkenningsafdeling, de Recce, naar Morecambe bij Lancaster, ongeveer 40 kilometer ten noorden van Blackpool.
De afdeling werd daar ondergebracht in een vakantiekamp waar het 80e Recce Regiment gelegerd was. Dit Britse regiment volgde er een voortgezette opleiding. De samenwerking bood de Nederlandse verkenners de gelegenheid hun geoefendheid verder te vergroten.
De samenwerking met de Britse militairen verliep uitstekend. Toch keek men op tegen de wekelijkse verplichte crosscountryloop: een tocht van 8 kilometer door heuvelachtig terrein.
Ook vonden er veel schietoefeningen op het strand plaats. Betonnen palen dienden daarbij als doelen voor de antitankgeweren.
Ashridge Camp: voor het eerst oefenen in brigadeverband
Op 12 juni 1943 vertrok de Brigade, zonder de artillerie, onder leiding van kapitein Looringh van Beek naar Ashridge Camp. Dit kamp lag tussen Dunstable en Berkhamsted, midden in de bossen.
De Nederlandse militairen werden ingedeeld bij de Britse 61st Division Recce Unit. Het kamp besloeg een gebied van enkele vierkante kilometers en behoorde tot het landgoed van Lord Rothschild, die zelf niet op dit terrein woonde.
Bij aankomst regende het hard. De militairen moesten tientallen tenten opzetten. Iedere eenheid kreeg haar eigen tenten en een eigen gedeelte van het bos toegewezen.
Er waren kleine, ronde tenten voor acht personen, met één centrale tentstok. Daarnaast waren er grotere, langwerpige tenten met meerdere palen in het midden en ruimte voor dubbele rijen slaapplaatsen.
Later werden ook de twee andere gevechtsgroepen in Ashridge gelegerd. Er waren bovendien al veel Britse militairen in het park aanwezig.
In Ashridge vonden voor het eerst oefeningen plaats in brigadeverband. Dat was een belangrijke stap in de voorbereiding van de Brigade op haar toekomstige taak.
Gevechtsunit II in Ashridgepark met rechtsvoor W. Vaders

Het leven in het boskamp
Hoewel de temperatuur doorgaans vrij hoog was, was het verblijf in Ashridge niet bijzonder comfortabel. Stromend water ontbrak. Voor het wassen en scheren gebruikten de militairen hun helm als waskom. Het koude water moesten zij bij een kraan in de buurt van de keuken halen.
Enkele officieren besloten daar iets aan te doen. Met overal verzameld materiaal bouwden zij in de avonduren een geïmproviseerde douche.
Een militair beschreef hoe dat in zijn werk ging:
"Enkele officieren probeerden daar verandering in te krijgen. Met her en der verzameld materiaal werd een stellage gebouwd. De buizen werden op mans hoogte aangebracht, nadat op onderlinge afstand van circa 5 cm gaatjes waren gemaakt over de gehele lengte van de buis. Met behulp van slangen werd een verbinding gemaakt met een van de weinige warmwaterkranen in het kampement. Na een week werken in de avonduren was de doucheplaats gereed. Nu nog de formele toestemming van de kampcommandant, de majoor Galle. Hij vond het prachtig dat de douchestellage was gemaakt. Ook vond hij het goed om deze douche te gaan gebruiken, echter onder één voorwaarde en dat was dat men gedurende het douchen gekleed moest zijn ofwel in de onderbroek ofwel een zwembroek......"
De geïmproviseerde douche was een praktische oplossing voor het gebrek aan voorzieningen. De voorwaarde van de kampcommandant maakte het verhaal tot een herinnering die de militairen niet snel zouden vergeten.
De artillerie krijgt haar opleiding
Terwijl de gevechtsgroepen en de verkenningsafdeling op verschillende plaatsen in Engeland oefenden, volgde de artillerie haar eigen opleiding.
In de oorspronkelijke tekst wordt beschreven dat voor de batterij veldartillerie een nieuwe organisatie moest worden opgebouwd. De officieren werden bij een Brits onderdeel gedetacheerd en het personeel kreeg een opleiding. Nadat het benodigde materieel was aangekomen, kon de batterij worden geformeerd.
Van 16 maart tot en met 26 september 1943 oefende de artillerie bij een Brits onderdeel en ontving zij de noodzakelijke praktische schietopleiding.
Wotton Underwood
In augustus 1943 oefende de artillerie in Wotton Underwood Camp, bij Aylesbury, ten noordoosten van Oxford.
Wotton Underwood- Links op deze foto Jaap Sepers (Bron fam. Sepers)
Otterburn
Begin september 1943 verhuisde de artillerie naar Otterburn in Northumberland, in de omgeving van Newcastle upon Tyne. Daar volgde een tiendaags schietkamp.
Otterburn- tweede van rechts Jaap Sepers (Bron fam. Sepers).
De opleiding in Wotton Underwood en Otterburn vormde een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van de batterij. De artilleristen moesten niet alleen met het materieel leren werken, maar ook ervaring opdoen met het uitvoeren van schietoefeningen in de praktijk.
De Brigade aan het einde van 1943
De verplaatsingen en oefeningen van 1943 waren bedoeld om de verschillende onderdelen uit het kampleven te halen en hun inzetbaarheid te vergroten. De gevechtsgroepen oefenden met Britse eenheden, de verkenningsafdeling werkte aan haar vaardigheden en de artillerie kreeg haar praktische schietopleiding.
De Brigade had daarmee een belangrijke stap gezet in de voorbereiding op haar latere inzet op het Europese vasteland. De oefeningen betekenden echter niet dat de opleiding voorbij was. Ook in de daaropvolgende periode werden personeel en eenheden verder voorbereid op hun toekomstige taken.

Totale sterkte 'Royal Dutch Army' oktober 1943
In het volgende hoofdstuk behandelen we de verdere voorbereidingen in 1944, waaronder de oprichting van het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps en de vorming van de compagnie aanvullingstroepen onder majoor Looringh van Beek, bijgenaamd ‘Oom Paul’.