Aankomst in Congleton-okt. 1940
Congleton
Aankomst in Congleton en de eerste onderkomens (oktober 1940)

De eerste Nederlandse militairen arriveren
Officieel kwamen de eerste troepen op 2 oktober 1940 in Congleton aan. Dit waren de zogenaamde 'mobiele troepen' het A-gedeelte van het Nederlands Legioen. Deze mobiele troepen bestonden uit:
- 1e Bataljon; 5 infanteriecompagnieën plus 1 compagnie motordienst
- 1 Compagnie Mobiele Marechaussee van 4 secties
- 1 Detachement Politietroepen van 60 man
Congleton, in het graafschap Cheshire, telde destijds ongeveer 12.000 inwoners. Op het station werden de Nederlandse militairen verwelkomd door het
Irene-muziekkorps. Dat speelde marsen, waaronder Piet Hein. Achter het muziekkorps marcheerden de militairen onder grote belangstelling van de plaatselijke bevolking het stadje in.
Ondergebracht in oude fabrieken
De Nederlandse militairen kregen onderdak in leegstaande fabrieksgebouwen. Een gedeelte werd midden in Congleton ondergebracht in Park Mill, een voormalige papierfabriek in het gebied dat plaatselijk bekendstond als de Fairground. Andere militairen werden ondergebracht in Riverside Mill. Een derde groep kwam terecht in Eaton Bank Mill, iets ten noordoosten van Congleton, in Buglawton.
De omstandigheden waren verre van ideaal. De gebouwen waren oud, de slaapruimten sober ingericht en de voorzieningen beperkt. Een oud-militair omschreef Park Mill als:
‘een ongezellige, armelijk, haveloos, vervallen’ leegstaande papierfabriek.
Over de eerste inrichting van de slaapplaatsen schreef een van de militairen:
‘In iedere Mill kreeg een groep een plaats aangewezen. Dat ging in de trant van: “Zo, in deze Mill kunnen dertig man slapen. Hier liggen zakken, buiten ligt stro en verder zoeken jullie het maar uit!”’
Ook de veiligheid liet te wensen over:
‘Het was daar zo brandgevaarlijk, de pijpen van de gloeide kachels gingen door de houten plafonds heen, die rondom de pijpen al verkoold waren. Ook konden de ramen niet open en waren er geen nooduitgangen.’
De grote kachels zorgden bovendien niet overal voor voldoende warmte:
‘Enkele extra grote kachels verspreidden enorme hitte voor wie er vlakbij stond, terwijl verderweg alle warmte door de tocht werd weggeblazen. Er was per verdieping één grote wasplaats, zonder douches en met alleen koud water. Wij hadden in een café mensen ontmoet, die ons toestonden elke week in hun huis een bad te kunnen nemen, maar het adres mocht niet verder verteld worden.’
Een andere herinnering benadrukte het gevaar van de gebouwen:
‘De ramen konden niet open, de trappen waren van hout en er was geen nooduitgang. Als er brand uitbrak, dan verbranden er 500 Nederlanders...’
Park Mill in Congleton, een voormalige papierfabriek waarin Nederlandse militairen vanaf oktober 1940 werden ondergebracht.

De ramen konden niet open, de trappen waren van hout en er was geen nooduitgang. Als er brand uitbrak, dan verbranden er 500 Nederlanders...'

Voor- en achterzijde van de Riverside Mill. Hierin was vroeger de Marsuma sigarenfabriek gevestigd (Foto: Ingrid G. Boelhouwer)

Verblijf B- compagnie in Riverside Mill, maart 1941, Teun Boelhouwer 3e van rechts boven (Foto: Ingrid G. Boelhouwer)
Paul Heuts poetst zijn kistjes op een brandtrap (Bron foto: P. Heuts jr.-Canada) 
Een kijkje in een Mill. Siem Jol kijkt toe..


Een kijkje op de 'kamers' in de mills (Bron foto's: C. Hijzeler)
De aankomst van het Depotbataljon
In november 1940 arriveerde het zogenaamde "Depotbataljon" eveneens in Congleton, na een korte legering in Conway (Noord-Wales).
Dit Depotbataljon bestond uit:
- 3 rekrutencompagnieën van 95 man
- 1 compagnie subsistenten en rekruten van de categorieën b, c en d (ongeschikt voor dienst te velde) van 145 man.
Dit Depotbataljon bestond uit:
- 3 rekrutencompagnieën van 95 man
- 1 compagnie subsistenten en rekruten van de categorieën b, c en d (ongeschikt voor dienst te velde) van 145 man.

Vale Mill
De P.A.M. (politieafdeling Marechaussee) werd afzonderlijk gelegerd in de Vale Mill.

Ramen lappen bij de Vale Mill (Bron Van de Haak)

Optimisme bij bewoners van de Vale Mill: J. vd Giesen, Palst, A. de Wit, Van Steen, W. vd Veer, F. Schaaij, Smit, Parleviet, R. van Rijken (Bron Van de Haak)
Kerstviering 1940 in de Vale Mill (Bron Van de Haak)
Herinneringen aan het dagelijks leven
Oud-staflid Tony Herbrink herinnerde zich hoe het er in de eetzaal aan toeging:
"In de eetzaal ging het er redelijk ordelijk aan toe, want de sergeant van de week hield daar goed toezicht op. Bidden voor het eten moest je op eigen houtje doen. Er werd zelfs geen stilte gehouden om gelegenheid te geven om te bidden. Er was geen bediening aan tafel. Je kunt het vergelijken met een buffet. Iedereen stond in de rij om zijn eten vanuit de keuken te ontvangen. Daarvoor gebruikten wij dan de zogenaamde "messtins". Die hoorden bij de uitrusting, alsook mes, vork en lepel. Ik weet niet meer wat de pot schafte, maar het eten was goed en ruim voldoende.
Na de maaltijd gingen wij eerst terug naar onze slaapzaal om het eetgerei af te wassen en op te bergen. Daarna gingen wij een wandeling maken door het stadje en eindigden in de YMCA om een uur of acht.
De regel was dat wij om 23.00 uur ofwel onder de dekens in bed moesten liggen ofwel volledig gekleed in uniform voor het bed moesten staan. De sergeant van de week kwam dan controleren of iedereen binnen was. Als iemand niet aanwezig of te laat was, werd de naam genoteerd en dan moest betrokkene de volgende dag op rapport komen bij de compagniescommandant, die het een en ander aan de krijgstucht toetste en mogelijk ook een straf oplegde. Bij een licht vergrijp werd dat meestal een of meer dagen kamerarrest. Wanneer er in de stad gevochten was of iets van dien aard, volgde vaak een celstraf."
Ook de herinneringen aan het vertier en de contacten met de plaatselijke bevolking verdienen een plaats in het verhaal. Daarover is meer te lezen op de deelpagina Vertier.