Het verhaal van Ton Loontjes - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Het verhaal van Ton Loontjes

Rekrutering > Engelandvaarders
Eind april 1944 werden 100 mariniers uit het opleidingskamp Lejeune in de VS, aan de Prinses Irene Brigade toegevoegd. Dit was nodig voor de broodnodige aanvulling van de Prinses Irene Brigade. Onder hen bevond zich de toen 22-jarige A. Loontjes. Hij was de enige Engelandvaarder in deze groep. Hieronder volgt zijn relaas:

De eerste  Engelandvaarder van de mariniers: A. Loontjes

© A. Loontjes


Marinier 3e klasse Ton Loontjes maart 1940

Wat vooraf ging aan de ontsnapping

Dhr. Loontjes kwam als 17-jarige in februari 1940 bij het korps Mariniers. Doordat hij iets te klein  was, kwam hij alleen in aanmerking voor tamboer of pijper. Enkele maanden later brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd hij gewoon ingedeeld als marinier.

'Niemand had het nog over die cm te  kort. Veel konden we echter tijdens het bombardement niet doen. Alle straten  lagen onder vuur en we konden geen kant op. Al onze kleren waren verbrand en we  werden ook nog eens krijgsgevangen gemaakt. We moesten meteen het puin uit de  stad gaan ruimen. Dat leverde ons tegen wil en dank de eretitel "Zwarte duivels"  op. Twee maanden later werd ik als bewaker met 25 anderen overgeplaatst naar de  militaire detentie inrichting Nieuwersluis. Daarna werden we tewerkgesteld bij  de brandweer van de NS. Bij ons groeide steeds meer het besef om uit Nederland  te vluchten. Toen ik samen met een vriend  in uniform door het centrum van  Utrecht liep, werden wij plotseling door en wildvreemde man aangesproken.
Wat wij op dat moment niet wisten,  was dat in Utrecht namelijk een prille verzetsgroep was opgerold  door de Duitsers, met uitzondering van de leider, de heer Janssen en zijn  adjudant. Die twee waren ontsnapt en niet gearresteerd. Deze twee mannen moesten  zo snel mogelijk naar Engeland zien te komen om de verbroken verbinding te  herstellen. Zij hadden samen reeds een goed ontsnappingsplan klaar om met een  motorvlet van de Zuid-Hollandse Redding Maatschappij (ZHRM) naar Engeland te  gaan. De motorvlet die zij daarbij op het oog hadden, lag afgemeerd in de haven  van Hoek van Holland. De lengte van de vlet was ± 8.5 meter, de breedte ± 2.30  meter. De boot was uitgerust met een Parson 20 pk-benzinemotortje en verder voorzien van een  kompas, anker, meertouwen, zwemvesten en ± 70 liter benzine. De boot was met een  ketting en meertouw afgemeerd. Wat we toen nog niet wisten was dat de motor  onklaar was gemaakt. De contactknop lag tussen de tank en de kabels van de  bougies waren nl. afgekoppeld. Hoe we daar achter zijn gekomen is een verhaal  apart.
De verzetsman, de heer Janssen, was zich ervan bewust  dat hij en zijn adjudant geen nautische kennis hadden. Daarom had hij midden op  straat contact  met ons gezocht en vroeg hij of wij wilden assisteren bij een vlucht overzee  naar Engeland. Als we geïnteresseerd waren moesten wij de volgende dag bij hem  thuiskomen om de plannen verder uit te werken. Wij zijn met ons drieën, twee  matrozen en een marinier, met enige schroom naar het opgegeven adres gegaan en  konden meteen zien dat alles in orde was. Dat kwam door de foto's van Hare  Majesteit Koningin Wilhelmina aan de muur en de aanwezigheid van een joods  echtpaar.
Behalve Ton bestond de totale groep bestond uit  :  

  • Walrave van Krimpen (1894) kwam om nadat zijn schip was getorpedeerd. Hij liet een vrouw en vijf kinderen achter.
  • Abraham Levi (1910) kwam bij de PIB, raakte zwaargewond en   overleefde de oorlog niet.
  • Greta Cato Levi-Mendels (1910), zijn echtgenote, keerde na   de oorlog met baby terug naar Nederland.
  • Gerardus van Asch (1922), een 19-jarige machinebankwerker.
  • Jan Bastiaan (1920), lichtmatroos.
  • Adriaan van der Craats (1921), lichtmatroos.
  • Theo Daalhuyzen (1917), ex-sergeant.
  • Jan Jansen (1917) werd in Londen tot spion opgeleid en meermalen met een onderzeeër bij Petten afgezet en weer opgehaald.

    Memories of Dutch refugee T. Daalhuyzen (in English)
    Memories of Dutch refugee J. Bastiaan (in English)

Gelukkig werd er tijdens die  bespreking geen aandacht aan onze nautische kennis besteed. Het woord  ''navigeren' alleen al was een moeilijk begrip voor ons en een kompas hadden wij  alleen vanaf een afstand mogen bekijken. Ik ben afkomstig uit Maastricht en had  de zee nog nooit gezien. Dat heb ik dus maar niet kenbaar gemaakt, omdat ik  kostte wat kost mee naar Engeland wilde.
Wij zouden in koppels van twee of drie per trein naar  Hoek van Holland gaan en bij duisternis aan boord van een rijnaak in de  Berghaven wachten op eb. De schipper en zijn vrouw hebben hierbij een enorm  risico genomen. In de haven lag nota bene vlakbij ook nog een Duits marineschip.  In de voorafgaande dagen was het de Duitsers opgevallen dat er een verdacht  persoon rondliep die belangstelling scheen te hebben voor de motorvlet in de  Berghaven. De commandant van de Kriegsmarine had toen bepaald dat de vlet extra  beveiligd moest worden. In 1945 werden die orders in een voormalige bunker te  Hoek van Holland gevonden. Met groot genoegen vermeld ik hierbij de letterlijke  tekst van deze Duitse order:

                                                          Bekanntmachung
Aus dem Berghafen in Hoek van Holland verschwand in der Nacht zum 21.11.41 ein mit Hilfsmotor ausgestattetes Rettungsboot der 'Niederländische Rettungsgesellschaft'. Vermutlich wurde das Boot von einem bisher nicht bekannten Mann zu einer Fahrt nach England benützt, der sich am 12.11.41 in Hoek van Holland nach einen für diesem Zweck geeigneten Fahrzeug umgesehen und erklärt hat, das jetzt verschwundene Rettungsboot  benützen zu wollen. Trotz der daraufhin erfolgten Verstärkten Sicherung des Bootes und unklarmachung des Motors, gelang dem Täter die Entwendung des Bootes und die unüberlegte Flucht.

Uiteindelijk heeft hun 'Bekanntmachung' weinig geholpen  en hebben we toch kunnen ontsnappen. Later is bij ons de gedachte opgekomen hoe  het zou zijn geweest als de schipper van de rijnaak ons toen had verteld dat hij  op de hoogte was van het feit dat de vlet onklaar was gemaakt. Gelukkig hebben  wij dat toen niet geweten.
De reis per trein verliep zonder problemen. De heer  Janssen was de enige die bewapend was en een doorgeladen pistool op zak had. Het  Joodse echtpaar Levi zou bij controle de meeste problemen kunnen krijgen, maar dat is  gelukkig niet gebeurd. Ik had een aantal peddels in bruin papier verpakt bij me.  Volgens mij leek dat pak veel op een verpakt geweer. Telkens als er een Duitse  soldaat een poosje in mijn richting keek vroeg ik mij af wat voor antwoord te  geven over wat ik ging doen met die peddels in Hoek van Holland. Een goed  voorbereid verhaal was beter geweest, maar gelukkig is ook dat niet nodig  gebleken.
Bij aankomst in Hoek van Holland was het nagenoeg donker  en bleven we maar wat heen en weer slenteren. We wachten op volledige duisternis  alvorens aan. boord van de rijnaak te gaan. Wij werden daar hartelijk ontvangen  door het echtpaar en kregen zelfs nog wat mondvoorraad mee, die jammer genoeg  bij het aan boord gaan van het vletje overboord was gevallen.

Motorvlet van de ZHRM

De  ontsnapping

'Het vertrek was gepland op 20 november om ± 20.00 uur i.v.m. het getij. Nadat de kettingen  m.b.v. koevoeten door onze matrozen waren verbroken,  gingen we aan boord van de motorvlet en stuurden we voorzichtig met de  meegebrachte peddels de Berghaven uit, richting Nieuwe Waterweg. Door de  uitgaande stroom dreven we nu zeewaarts. Omdat er geen motorvoortstuwing was,  dreven we soms zijwaarts en botsten zelfs met een smak tegen een dukdalf. Die  klap leek veel harder dan de werkelijkheid was. Overigens was er op dat tijdstip  veel  scheepvaartverkeer landinwaarts, maar die zagen ons gelukkig niet omdat  wij met die vlet veel lager op het water lagen. Eén van de boten die ons  passeerde was ook laag, maar de bemanning zag ons gelukkig niet omdat zij voor  zich uit zaten te staren.
Plotseling gingen er twee schijnwerpers aan op de  landhoofden. Wij dachten meteen dat ze op zoek waren naar het vermiste vletje,  maar later bleek dat die lichten bedoeld waren om de ingang van de Nieuwe  Waterweg aan te geven voor het binnenkomend  scheepsverkeer.                                                  
Nadat we liet landhoofd voorbij waren werden de peddels  gebruikt, totdat  het ons verantwoord leek om de motor te starten. Pas toen  bleek ons dat de motor onklaar was gemaakt en de bougies waren verwijderd!!!  Paniek alom, totdat na veel zoeken de verstopte bougies en de noodzakelijke  startknop werden gevonden. Met veel zuchten van verlichting werd daarna de motor  gestart en zijn we vele uren lang westwaarts gevaren. We beschikten niet over  een goede zeekaart en het handkompasje was ook niet alles. We hadden afgesproken  ruwweg west te varen, dan zouden we wel in Engeland aankomen, hoopten we. Toen het daglicht werd,  was de kust niet meer te zien. Helaas sloeg de motor, wegens koelproblemen steeds af en moest er weer  gepeddeld worden. De zee was erg ruw en de lucht zwaar bewolkt met als gevolg  dat we bijna allemaal zeeziek werden. Zo hebben we toen de hele dag  rondgedobberd.
De tweede nacht werd de stemming slechter en dat kwam  vooral door gebrek aan drinkwater. Er werd toen al geprobeerd om de aandacht  trekken van overvliegende vliegtuigen, desnoods van Duitsers, want alles leek  beter dan  zo rond te drijven en wellicht om te komen van de dorst. Door het  vele overgeven en verzwakking door gebrek aan water en voedsel, was het peddelen  ook met meer mogelijk. Gelukkig lag er een stuk zeil aan boord dat door een van  de matrozen aan een opstaande rand werd bevestigd, zodat we toch weer enige  voortstuwing hadden.
De spanning en de dorst begonnen hun tol te eisen,  waarna één van ons zeewater begon te drinken. Het resultaat was niet fraai, hij  kreeg witte korsten en schuim op zijn mond en begon wartaal te spreken.
Aanvankelijk leek de derde dag zondag (23 november) de  ergste van alles te worden. Grote wolken aan de horizon werden aangezien voor  bergen, totdat het tegendeel bleek. Ook werd paniekerig geopperd dat we wellicht  door het Kanaal richting Atlantische Oceaan waren gedreven. Dat klinkt nu  vreemd, maar in de situatie van zeeziekte en gebrek aan water was dat zo gek nog  niet.
Ook dacht men dat we naar het land waren teruggedreven  richting België of  Nederland. Tegen de middag klaarde het weer op en zagen we  iets dat op land leek. Er was ook een stipje zichtbaar dat bij nadering een  vissersbootje bleek te zijn. De vraag was echter welke taal men daar zou  spreken. Toen we op hoorafstand kwamen riep een van ons:'Are you English?' Hij  antwoordde: 'Yes'.  Dat was de mooiste 'yes' wat ik ooit gehoord heb.

Daarna werd peddelend en zeilend koers gezet richting kust, waarbij wonder  boven wonder de motor warempel ook nog even heeft gelopen. We kwamen 68 uur na  ons vertrek op de zuidoost kust van Engeland aan bij het kleine plaatsje Reculver,  in het Graafschap Kent . En zo kwam  er een gelukkig einde aan die hachelijke onderneming, die toch ook heel anders  en veel slechter had kunnen aflopen.
De ontvangst door de burgers van het dorpje was  geweldig. De aanwezige inspecteur van politie bracht ons naar Herne Rest Centre  en daar kregen we wit brood met beleg en drinken zoveel als men maar wilde. De politie maakte een rapport van het gebeuren op, waarna we per groepje bij  burgers voor de nacht werden ondergebracht.

De volgende morgen, na een zeer welkom 'English  breakfast', werden we per busje naar Londen gebracht naar de Patriotic school.  Daar werden we gedurende 14 dagen ondervraagd. De Patriotic school was ooit een internaat voor wezen van gesneuvelde militairen. Aldaar werden tijdens de Tweede  Wereldoorlog alle buitenlanders, die niet in enig dienstverband in de UK  aankwamen, getest op hun betrouwbaarheid. Voor de Nederlanders gebeurde dit door  de luitenant-kolonel (KL) Oresto Pinto en LTZ  2 KMR A.Wolters. Overste Pinto stond bekend als de  'spionnenvanger' verbonden aan de dienst van de contraspionage. Tijdens liet  ondervragen vertelde hij o.a. waarom dit allemaal nodig was. Er waren in het  verleden zogenaamde Engelandvaarders aangekomen met de hulp van de Duitsers.  Deze personen waren na ontmaskering gefusilleerd. Of hij de waarheid sprak weet  ik niet maar het gaf mij een onbehaaglijk gevoel, omdat ik geen enkel document  bezat om aan te tonen wie ik was. Mijn mede Engelandvaarders en zelfs de beide  matrozen, waren een week geleden nog volledige vreemden voor mij. Achteraf bleek  dat ik me onnodig ongerust had gemaakt en na 14 dagen van ondervragingen werden  wij allen betrouwbaar bevonden en waren echt vrij.
Daarna verliep alles in een snel tempo. We kregen nieuwe burgerkleding, zakgeld en logeerden veertien dagen in een mooi hotel. Maar het hoogtepunt was  het op theevisite gaan bij Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. Een  onvoorstelbare ervaring. 19 november was ik nog onder het juk van de Duitsers en drie weken later op bezoek hij Hare Majesteit de Koningin. Een unieke ervaring  om nooit te vergeten. Hare Majesteit woonde toen in een landhuis 'Stubbing  House' bij  Maidenhead op ± 20 kilometer van Londen. In Londen woonde zij op nr.  77 Chester Square. Bezoekers werden door Generaal-majoor titulair Van 't Sant  aan Hare Majesteit voorgesteld. Van 't Sant was tevens particulier secretaris en  hoofd  van de Centrale Inlichtingen Dienst (CID).'

Dhr. Loontjes werd vervolgens overgeplaatst naar Holyhead in Noord-Wales. Hier werd hij geplaatst aan boord van het depotschip Oranje-Nassau. Hij moest daar krijgsraadarrestanten in voorarrest bewaken. Na  een jaar kwam daar gelukkig ('daarvoor had ik toch  niet al die moeite gedaan..') een einde aan en werd hij samen met 25 anderen geplaatst bij de Commando opleiding in Achnacarry (Schotland)onder  commando van ltn. der mariniers Pronk. Deze opleiding werd vervolgd met  plaatsing in Nr. 2 Dutch Troop (Troop  is de benaming van de Commando's voor een compagnie) bij Nr. 10 Interallied Commando in Zuid-Engeland. Met deze eenheid werden vnl. landingsoefeningen gehouden met als voornaamste doel de vijand te misleiden over de plaats van de werkelijke landing. In het  najaar van 1943 werd zijn groep, na een spannende oversteek met het  passagiersschip  R.M.S. Queen Elizabeth, overgeplaatst naar Camp Le Jeune in het  Amerikaanse North-Carolina. De opzet van deze plaatsing was dat hij en zijn metgezellen zich zouden voorbereiden om als kernkader op te treden bij de  formering van een mariniersbrigade. Eind 1943 waren er daar ongeveer 400 Nederlandse mariniers uit de hele wereld verzameld. Zij kwamen vanuit Curaçao,  Aruba, Suriname, Engeland en van de varende marine. Voorjaar 1944 werd de opleiding voor 100 van deze mariniers abrupt onderbroken, doordat kolonel der  mariniers M.R. de Bruyne in Londen deze mannen wilde 'inlijven' bij de Prinses Irene Brigade om aan de vereiste minimumsterkte van een selfsupporting brigade  te kunnen voldoen. Dhr. Loontjes was een van deze 100 en vervoegde zich via Schotland en Wolverhampton eind april 1944 in Dovercourt bij de Irene Brigade.

© A. Loontjes
Terug naar de inhoud