Arnoti, R.I.A. - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Arnoti, R.I.A.

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
Achternaam: Arnóti
Voornaam: Raymond Ivo Anne
Voorletters: R.I.A.
Rang: Dpl.Sld.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Antwerpen
Geboortedatum: 12-06-1914
Overlijdensplaats: Boven-Leeuwen
Overlijdensdatum: 07-10-1944  
Begraafplaats: N.H.- Horssen
Gemeente: Druten
Provincie: Gelderland
Land: Nederland       

Bron foto: R. van de Velde










De ouders van Raymond waren Kurt Arnóti (1880-1950) en Celine Anne de Ridder (1888-1992). Zij woonden op de Heemraadsingel 68 in Rotterdam en kregen drie kinderen:
  • Olga Marie Martin (1910-1978), in 1931 getrouwd met Vernon Charles Odhams (1904-1988) en overleden in Croydon, nabij Londen
  • Raymond (1914-1944)
  • Egon Jules Simon (1916-1978), trouwde op 8 augustus 1954 in New Milford (Connecticut, usa) met kunsthistoricus Lucy Theodora Hernady Korody (*1912), geboren als Goldzieher in Hongarije. Zij was gescheiden van Coloman Alexander Paul Korody.
    Egon was toen de oorlog uitbrak reserve luitenant bij de 2-1 Depot motordienst. Was reeds op 15 mei 1940 al in het Verenigd Koninkrijk. Was daarna gedetacheerd bij Staff College Camberley. Vertrok in november 1945 naar Canada en VS en demobiliseerde in begin 1946 in Buenos Aires in Argentinië.

De vader van Raymond was in Wenen geboren en had Hongaars-joodse roots. Hij was directeur van de N.V. Internationale Controle Maatschappij te Rotterdam, waarvoor hij bijna 50 jaar gewerkt heeft. Hij heeft voor deze maatschappij ook in Antwerpen en Geneve gewerkt. In de Antwerpse tijd is Raymond daar geboren.


Olga trouwde in 1930 met de Engelsman Vernon Odhams en vestigde zich in Wallington, Surrey.
Raymond bevond zich begin jaren veertig in Marokko en kon het land niet uit, omdat hij geen geldige papieren had. De ambassade raadde hem aan naar Engeland te gaan en zich aan te sluiten bij de Prinses Irene brigade. Hij kwam hier op 15 juli 1943 aan. Op 6 november 1943 werd hij als chauffeur geplaatst op één van de Brenguncarriers van de verkenningseenheid (Recce) van 1e Luitenant Ter Haar. Hij zat in de carrier samen met Gerrit van de Kamp, Rudi Hemmes en Frenkel. In de oorlog heeft hij samen met zijn broer Egon, die majoor was in Londen, zijn zus Olga met haar gezin nog bezocht. Hun zoon Roy kon dat nog goed herinneren. Hij vertelde ook dat Raymond een echte grappenmaker was en ook enorm goed kon voetballen.

Raymond vertrok op 24 augustus 1944 met de brigade naar Normandië en nam deel aan de veldtocht door Frankrijk, België en Zuid-Nederland. Uiteindelijk belandde hij op 5 oktober 1944 met de Recce in Horssen, in het Land van Maas en Waal, van waaruit de
patrouillegang werd voortgezet. De Brigade bivakkeerde hier in een droge sloot (!) en in een oude kerk. Een dag later ontving de Brigade het bevel de bewaking van twee bruggen over het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen over te nemen van de Poolse Para Divisie. Gevechtsgroep II werd daartoe in Neerbosch gestationeerd en gevechtsgroep III in Heumen. In dit gebied zaten veel sluipschutters. Intussen was de sterkte van de Duitsers tegenover het Nijmeegse bruggenhoofd toegenomen.

De Brigade kreeg ook tot taak om de omgeving van Oss voor zijn rekening te nemen. Deze stad lag op dat moment in niemandsland. Er was geen Duitse bezetting, maar de geallieerden en de Duitsers lagen wel in de buurt. Vandaar dat het kon gebeuren dat bijvoorbeeld 's morgens de geallieerden de vleesfabrieken plunderden en 's middags de Duitsers. Enkele dagen later kwam aan deze situatie een einde toen het 121e Legerkorps de spoorlijn ten westen van Oss bereikte en daarna de stad bezette.
In de nacht van 6 op 7 oktober sloegen de vergeldingsacties van de Duitsers over van Wamel naar Leeuwen. Zij kwamen rond 02.00 uur aan wal. Eerst zetten zij wachten uit, de andere ploeg begon toen met haar vernietigingswerk. Ze gooiden flessen met groene vloeistof (fosfor)door de ramen van huizen. De bevolking werd in nachtgewaad de straat op gejaagd. 47 huizen brandden tot de grond toe af.

'Bij Boven-Leeuwen  had ik een wacht geruild met een andere soldaat. Ik lag  net onder mijn deken of ik hoorde: 'takketakketakketak'. En: 'boem'. Een  Duitser had de wachtpost beschoten en een granaat aan zijn gordel geraakt. Die  ontplofte.  Dat was de wacht die ik oorspronkelijk moest lopen. Ik heb echt  geluk  gehad.'

'Er waren twee staande patrouilles en zij waren een vast duo. Eèn van de Duitsers wist blijkbaar van hun aanwezigheid, is de Rijn overgevaren en heeft ze bij Boven-Leeuwen van de dijk geschoten.'

'Arnoti had de pech dat die Duitser de veiligheidspin van de handgranaat, die aan zijn riem hing, kapotschoot. Die granaat knalde uit elkaar.'

In diezelfde nacht  van 7 oktober sneuvelden twee soldaten van de Recce, Marius Kroon en Raymond Arnoti, toen zij tijdens het patrouillelopen op de dijk bij Boven-Leeuwen in een hinderlaag liepen. 's Middags vond een plechtige begrafenis plaats op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen, waarbij de inwoners voor veel bloemen zorgden.

'Hier speelden we kat en muis met de  Duitsers, die aan de andere kant van de Waal lagen. in de steenfabrieken. Je kon  bijna zien wat die lui 's morgens bij het ontbijt aten en wij zorgden dat ze er  ook nog hagelslag bij kregen.'

De plaquette op het oorlogsmonument in Boven-Leeuwen houdt de herinnering levend

Klik hier voor informatie over de onthulling van deze plaquette in april 2008

 
Terug naar de inhoud