Vermeulen, R.
Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
Achternaam: VermeulenVoornaam: Rudolf
Voorletters: R.
Rang: Sold.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Nijmegen
Geboortedatum: 28-02-1915
Overlijdensplaats: Oostkapelle
Overlijdensdatum: 09-03-1945
Begraafplaats: Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen
Gemeente: Rhenen
Provincie: Utrecht
Land: Nederland
Vak:
Rij: 8
Nummer: 44
Bron foto grafsteen: R. van de Velde
Zijn vader was notaris Petrus Vermeulen (1873-1921) en zijn moeder was Theodora Reinera Janssen (1880-1952). Piet en Dora trouwden in november 1913 in Arnhem en kregen samen vijf kinderen: Rudolf (*1915) "Bob", Marie (*1916) "Miep", Kit, Jo en Dik.
Zijn vader maakte als kandidaat-notaris op 4 september 1914 zijn eerste akte op.

Hij bekleedde een groot aantal nevenfuncties. Zo was hij voorzitter van de Katholieke Sociale Actie, van de Nijmeegsche Biljartvereeniging en van de Nijmeegsche Roei- en Zeilvereeniging De Batavier. Verder was hij ondervoorzitter van de vereniging Recht en Orde, medeoprichter en penningmeester van het Adviesbureau voor Beroepskeuze en Vakopleiding en medeoprichter van de plaatselijke afdeling van de Algemene Rooms-Katholieke Arbeidersvereniging. Tenslotte was hij kerkmeester van de parochie van de Groesbeekseweg. Na een langdurig lijden, overleed de 48-jarige notaris op 4 maart 1921 te Nijmegen.


Het woonhuis van de familie aan de Sterreschansweg 75 in Nijmegen (bron Google-maps)

Bron foto: min. van Defensie
Rudolf "Bob" Vermeulen was een student in de rechtsgeleerdheid aan de Rooms-Katholieke Universiteit te Nijmegen. Hij speelde hockey bij Union in Nijmegen.
Bob was bij het uitbreken van de oorlog soldaat bij het 26e Regiment Infanterie van het Nederlandse leger en week op 11 juni 1940 uit naar Engeland, waar hij al spoedig deel uitmaakte van de voorloper van de Prinses Irene Brigade.
Bob was bij het uitbreken van de oorlog soldaat bij het 26e Regiment Infanterie van het Nederlandse leger en week op 11 juni 1940 uit naar Engeland, waar hij al spoedig deel uitmaakte van de voorloper van de Prinses Irene Brigade.
Hij vertrok op 24 augustus 1944 met de Brigade naar Frankrijk. Op 27 november 1944 in verbleef hij voor een korte cursus naar de 163 Brigade Field Ambulance van de Royal Army Medical Corps. (hierover werd zijn moeder op 18 december 1944 ingelicht) Hij keerde op 3 december 1944 weer terug naar zijn unit en verbleef toen op Walcheren.

X= de plek des onheils ligt ten noorden van de Hamster Bron kaartje: Google Maps
De context van hun tragische einde werd vastgelegd in het dagboek van soldaat G. van Dam, eveneens van de Irene Brigade. Enkele dagen voor het incident nam Van Dam bij toeval een sluiproute langs de duinen tussen Domburg en De Hamster, met zijn 80 bunkers het grootse bunkerdorp van Walcheren. Het was een zeer belangrijke radarpost van de Duitse luchtmacht, met de codenaam Mammut. Het betrof een 16 x 30 meter groot radarscherm en met de 60 meter hoge draaibare Wassermann radar.
Het leek voor Van Dam een onschuldige verkorting van zijn route, maar de aanwezigheid van een versperring met prikkeldraad en de ontdekking van Duitse Tellerminen aan weerszijden van het pad baarden hem zorgen. Hij koos ervoor zich langs de rand van het pad te bewegen, een beslissing die zijn leven redde.
De avond erop, op 9 maart 1945, reden na een avondje stappen drie mannen van de 1e gevechtsgroep, Burger, Stenfert Kroese en Vermeulen, gezamenlijk op een motorfiets dezelfde weg op. Zonder het gevaar te kennen, reden ze halverwege het duinpad op een Tankmijn. Alle drie waren op slag dood. Pas na onderzoek bleek dat het pad zwaar met antitankmijnen was bezaaid. Dit soort mijnen is op een bepaalde druk afgesteld en een voetganger kon er meestal zonder risico op stappen.

Bron: De Gelderlander van 14 maart 1945
Zijn moeder werd op 10 maart 1945 door het Militair gezag over zijn dood ingelicht.

Bidprentje (Bron: noviomagus.nl)

Gedenksteen van de hockeyclub Union
Zijn naam wordt vermeld op de gedenkplaat voor de ten gevolge van de oorlog omgekomen leden van de academische gemeenschap van de Rooms-Katholieke Universiteit te Nijmegen. Hij stond ook vermeld op de gedenksteen van de hockeyclub Union in Nijmegen. Op 19 mei 1946 werd dit monument in de voortuin van het Canisius College onthuld voor twaalf in Nederland en Nederlands-Indië gesneuvelde leden van Union, de sportvereniging van het college. Dat monument zou later verplaatst worden naar de Unionvelden in Malden, maar is recentelijk verloren gegaan. Ontwerper Maris koos als motief de Piëta, waarbij de Moeder van Smarten met haar gestorven zoon symbool staan voor het lijden en de offers die de Canisianen gebracht hebben.
De dood van deze drie jonge mannen herinnert ons aan de harde werkelijkheid van oorlog. Hoewel ze op verschillende manieren tot de Prinses Irene Brigade kwamen — door onderduik, verzet, vlucht of gevangenschap — werden ze verenigd in hun dienst aan het vaderland. Hun lot op 9 maart 1945, op een duinpad dat het einde betekende, is een tragisch maar krachtig symbool van moed, kameraadschap en opoffering. Laten wij hen niet vergeten.
Het bewuste duinpad bij vakantiehuis De Duindistel- Foto: Lou RisonVandaar dat de webmaster in 2025 een zoektocht is gestart naar de exacte plaats van de plek des onheils in Oostkapelle. Het Zeeuws archief en de NIMH konden, ondanks hun lange speurtocht, daarover niets vinden in hun archieven. Ook lokale historici waren niet op de hoogte van dit verschrikkelijke voorval. Op een door de webmaster geplaatste oproep in een regionale krant, kreeg hij na lange tijd wel een zeer bruikbare reactie van een zekere Lou Rison uit Oostkapelle: "Mijn oom, Marius Rison, weet precies waar het gebeurd is: ongeveer 100 meter richting Oostkapelle vanaf het huis 'De Duindistel'. Zijn vader, mijn grootvader, vond die jongens daar toen hij 's ochtends als BS’er (Binnenlandse Strijdkrachten) naar zijn post in 'De Duindistel' ging.”
Nu blijkt dat deze gebeurtenis op Walcheren onbekend is en de plaats des onheils eindelijk is opgespoord, is het te hopen dat de gemeente Veere zich ervoor inzet, dat er voor deze omgekomen brigadisten een blijvende herinnering (plaquette o.i.d.) komt bij het duinpad in Oostkapelle.
Met dank aan leden van de SVF, met name Ludmilla van Santen, het Ministerie van Defensie en Lou Rison