Willy den Ouden - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Willy den Ouden

Biografieën oud-leden
Willy den Ouden, de zwemkampioen

Willy, met AI bewerkt

Willy den Ouden was een fenomeen in de zwemsport. Ze zwom al sinds haar prille jeugd voor de Rotterdamsche Dames-Zwemclub (RDZ). Al op dertienjarige leeftijd was ze clubkampioene op de 100 meter vrije slag en het duurde niet lang voordat ook de internationale top haar ontdekte. Haar grootste uitdaging? Het beteugelen van haar zenuwen wanneer het er écht toe deed. Toch weerhield dat haar er niet van om op veertienjarige leeftijd, met speciale toestemming, deel te nemen aan de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles, waar ze olympisch zilver won op de 100 meter vrije slag en op de 4×100 meter vrije slag. In 1931 en 1934 werd ze Europees kampioen op de 4×100 meter vrije slag, en in 1934 ook op de 100 meter vrije slag. Ze was de eerste vrouw die de 100 yards onder de minuut zwom. Haar wereldrecord op de 100 meter vrije slag bracht ze van 1:06,0 in 1933 naar 1:04,6 in 1936; dat record bleef 23 jaar overeind, tot Dawn Fraser het in 1956 verbrak. In 1936 won ze olympisch goud op de 4×100 meter vrije slag in Berlijn. In totaal zwom ze vijftien wereldrecords.

Verloving met Erwin Strauss
Begin 1937 duikt de naam Erwin Strauss ineens op in de kranten. Op 1 april 1937 verlooft hij zich met de zeer populaire en beroemde zwemster Willy den Ouden. Zelfs de internationale pers volgt het verliefde stel op de voet. Erwin wordt omschreven als een "liefhebber van sport, zwemt en springt zelf, al is hij geen lid van een vereeniging". Ten tijde van zijn verloving is hij dienstplichtig militair. In mei 1937 neemt Willy in Rotterdam afscheid van de wedstrijdsport met een heuse Willy-Erwin beker.

Op 28 april 1938 krijgt Erwin zijn Nederlands staatsburgerschap, zoals vermeld in het Staatsblad. Hij staat geregistreerd als ‘koopman woonachtig in Scheveningen’. Op 24 september 1938 vertrekt Erwin met de 'Volendam' vanuit Rotterdam naar zijn familie in New York. Volgens een artikel in De Havenloods van 9 maart 1961 vertrekt hij "overhaast" omdat het naderende nationaalsocialisme hem erg nerveus maakt. Nergens wordt vermeld dat de verloving is verbroken, maar Erwin keert niet meer terug naar Nederland.


De oorlog en de vlucht naar Engeland
In het voorjaar van 1940 wordt Willy gevraagd voor een hoofdrol in de speelfilm 'Van ’t één komt het ander', waarin zij zou worden gelanceerd als zwemmende filmster: de ‘Esther Williams van de Lage Landen’. Medeproducent van de film is Jo Paerl, de vader van haar vriendin Jetty. Als de Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland binnenvallen, worden de filmopnamen gestaakt. Er is geen mogelijkheid meer om naar huis terug te keren. Het joodse gezin Paerl besluit met Willy naar het zuiden te rijden. Via Parijs komen ze eind mei aan in Bordeaux, waar het Nederlands koopvaardijschip 'De Nigerstroom' hen meeneemt naar Londen.

Willy voor haar rijkgevulde prijzenkast in Rotterdam (Bron: Nationaal Archief-rechtenvrij)

In Londen verneemt Willy dat haar ouderlijk huis in Rotterdam op 14 mei 1940 is verwoest bij het beruchte bombardement. Bijna al haar medailles en prijzen zijn verloren gegaan in het brandende puin. Ook is ze haar joodse verloofde Erwin Strauss kwijt, die naar zijn familie in New York is gevlucht.
In Londen gaan de wegen van Willy en haar vriendin Jetty Paerl uiteen. Op een feest ter ere van de oprichting van de Prinses Irene Brigade op 11 januari 1941 zingt Jetty een Nederlandse versie van 'We’ll meet again' van Vera Lynn. Medewerkers van de BBC, die op het feest aanwezig zijn, weten dat Radio Oranje een zangeres zoekt voor het wekelijkse cabaretprogramma 'De Watergeus'. Zo wordt Jetty de beroemde Jetje van Radio Oranje.

Tony en Willy in het Verenigd Koninkrijk

Met hulp van het Rode Kruis werd Willy in Engeland herenigd met haar broer Tony, die eveneens naar Engeland was ontsnapt en was aangesloten bij de Prinses Irene Brigade. Zij was zijn enige Nederlandse familielid die zijn bruiloft in Engeland bijwoonde.
In Londen komt zij bij het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps terecht, net als haar vriendin Jetty Paerl, die daar op de drietonner reed. Na de landing in Normandië steekt Willy met enkele vrijwilligsters over naar Oostende.

Erwin Strauss als militair
Erwin Strauss woont in New York bij zijn oom Alfred Bernhard Strauss aan de Riverside Drive 140 en studeert aan de Dillars Quaile School of Music. Willy en Erwin hebben elkaar al sinds medio 1938 niet meer gezien. In een Engelstalig document uit 1940 staat een signalement van Erwin: gewicht 77 kg, donker postuur, bruine ogen, zwart haar, lengte 1,66 meter.
Als Nederlands staatsburger moet Erwin zich in augustus 1940 verplicht laten registreren als dienstplichtige, net als alle andere Nederlandse mannen in het buitenland die tussen 1904 en 1921 geboren zijn. Op 19 maart 1941 meldt hij zich bij het opleidings- en trainingskamp van de Koninklijke Nederlandse Brigade in het Canadese Stratford. Op 30 april 1941 is zijn rang korporaal. Op 17 juni 1941 vertrekt hij uit Canada naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij op 1 juli 1941 aankomt. Een dag later wordt hij geplaatst bij de Prinses Irene Brigade en reist hij door naar de thuisbasis Wrottesley Park in Wolverhampton.

Erwin, verbeterd met AI

Eind september komt er een oproep voor vrijwilligers voor "War-task Overseas". Een groot deel van zijn detachement uit Canada meldt zich direct aan. Ongeveer negentig man worden op 14 oktober in het Schotse Greenock met de Pasteur naar Halifax in Canada verscheept. Daar komen ze op 20 november 1941 aan en horen pas dan dat ze als Tweede Detachement naar Suriname worden gestuurd. Hun commandant wordt de Canadese kapitein Van Stolk.
Uit het dagboek van Ireneman J.J. Samson komt een belangrijke passage die mogelijk verklaart waarom Erwin nog geen twee maanden na zijn aankomst in Paramaribo door zelfdoding is overleden:
"Zo was er bijvoorbeeld de zaak Erwin Strauss, Pasja, zoals vrienden hem noemden. Hij was als jongen van 17 jaar uit Duitsland gevlucht. Toen de codedienst in Suriname medewerkers zocht, heeft hij zich daarvoor opgegeven. Gezien zijn intelligentie en talenkennis moest deze baan hem op het lijf geschreven zijn. Hij werd echter niet door zijn collega’s geaccepteerd op grond van het feit dat hij in Duitsland geboren was. Ik weet dat hij zich dit zeer heeft aangetrokken en ik vermoed dat dit de reden van zijn zelfdoding is geweest. Twee jaar later ben ik in New York zijn oom en zijn zuster gaan opzoeken."
Volgens de familie Den Ouden was Erwin haar grote liefde en was hij in de oorlog omgekomen. Misschien hebben ze het verzwegen, of ze hebben nooit gehoord dat hij door zelfdoding om het leven was gekomen.

Het vergeten graf in Paramaribo
Graf van Erwin in Paramaribo (Bron Jules Donk)

Via een reader over historische begraafplaatsen in Paramaribo kwam onderzoeker Richard van de Velde via een tussenpersoon in contact met Jules Donk van de kleine Israëlitische Gemeente Suriname. Na grondig onderzoek van het grafregister van de Nieuwe Hoogduitse begraafplaats in Paramaribo ontdekte hij dat Erwin daar sinds 17 januari 1942 begraven ligt. Met behulp van een zogenaamde legger wist hij het vergeten graf te lokaliseren.
Op de door de tand des tijds aangetaste grafsteen staat te lezen:
ERWIN JOACHIM STRAUSS
Geb: 27.3.1914
Overl: 16.1.1942
Korporaal bij de K.N.B. Prinses Irene

De Joodse leer staat het opgraven van eenmaal begraven personen niet toe, omdat volgens de Talmoed een dode slechts een keer begraven mag worden. Daarom is er nooit sprake geweest van opgraven en afzenden van het stoffelijk overschot naar elders. Dat is de reden dat hij niet met zijn drie andere overleden collega's van de Irene Brigade midden jaren zeventig is herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen.

Willy's leven na de oorlog
Willy trouwde op 28 oktober 1943 in Londen met Gustav Staffan Brons, zoon van een in Londen gestationeerde Zweedse diplomaat. Hij kwam uit een rijke familie van rederijen. Hij speelde in een band.
Na de oorlog verhuisde het paar naar Saltsjöbaden in Zweden, maar het huwelijk duurde niet lang. In 1946 keerde Willy terug naar Rotterdam, waar ze werkte op een paspoortafdeling.
Zij trouwde nog twee keer: in november 1953 in Amsterdam met Wicher Hooite Jager (1920-1990), van wie zij scheidde in 1957, en in oktober 1958 in Rotterdam met Jan Edwin Schupper (1915-1978). Haar laatste huwelijk duurde maar een half jaar.
Willy keerde terug naar haar ouders en veranderde haar achternaam weer terug in Den Ouden. Hoewel ze de rest van haar leven in anonimiteit doorbracht, weg van de media, werden zij en haar zussen de "Golden Girls" genoemd en genoten ze veel tijd samen.
Zij overleed op 6 december 1997 in Rotterdam.

Met dank voor de informatie en foto's: Veana Scott-Kuipers, dochter van Tony Kuipers
Terug naar de inhoud